Home Dossiers Tweede Wereldoorlog Kan iedereen oorlogsmisdadiger worden?

Kan iedereen oorlogsmisdadiger worden?

Wat beweegt mensen om deel te nemen aan massageweld en oorlogsmisdadiger te worden? Het wetenschappelijk onderzoek naar dit vraagstuk staat midden in de belangstelling. Hoogleraar Strafrecht en criminologie van de internationale misdrijven Alette Smeulers en hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies Uğur Ümit Üngör vertellen over de stand van het onderzoek en over de controverses binnen het vakgebied.

Kan iedereen oorlogsmisdadiger worden?

Tjitske Lingsma

Gepubliceerd op: 20 april 2022

Update 27 maart 2023

Hitler in de Tweede Wereldoorlog
Dossier Tweede Wereldoorlog Bekijk dossier

Dit is een verhaal uit WO2 onderzoek uitgelicht.

“Ik zag afschuw op hun gezichten en ook ongeloof. Misschien zag ik nog eerder ongeloof dan afschuw. Ik zag mensen denken: dit kan niet gebeuren.” Aan het woord is Uğur Ümit Üngör. Hij beschrijft de reacties die hij kreeg toen hij enkele jaren geleden bij een boekpresentatie in Amsterdam een videoclip toonde waarop een Syriër wordt doodgeslagen. Een vrouw viel flauw bij het zien van de beelden. “Het spijt me zeer als ze secundair getraumatiseerd is geraakt. Maar dit is wat er in Syrië of Oost-Congo dagelijks gebeurt.” In Syrië zijn naar schatting tussen de 350.0001 en 600.0002 mensen omgebracht, aldus respectievelijk de VN en het Syrian Observatory for Human Rights. Anders dan je op basis van berichtgeving in westerse media zou denken niet zozeer door terreurorganisatie IS, maar – net zoals het slachtoffer in het filmpje – voor het merendeel door aanhangers van het Syrische regime.

Meer lezen over de Tweede Wereldoorlog? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in je inbox.

Üngör,  hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam en het NIOD, snapt dat zijn toehoorders aangeslagen reageerden. “Nederland is zo’n veilig land. Als je in een rijtjeshuis in Apeldoorn woont, met je echtgenoot, kind, hond en hobby’s, staat dit geweld ver van je af. Niet alleen politiek, cultureel en geografisch, maar ook psychologisch.” Daarom toonde hij de beelden ook bewust. “Laat mensen maar één keer in hun leven geconfronteerd worden met de grimmige kant van de mensheid. Met beelden die het NOS Journaal en de kranten niet laten zien.”

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Je leest al vanaf €4,99 per maand.

Uğur Ümit Üngör, geprezen voor zijn onderzoek naar de Armeense genocide, bestudeert momenteel het verschijnsel paramilitairen. Als wetenschapper heeft hij talloze video’s en foto’s geanalyseerd waarop te zien is hoe daders hun slachtoffers folteren, mishandelen en vermoorden. Hij kijkt met wetenschappelijke distantie, om niet telkens overstuur te raken over wat het slachtoffer wordt aangedaan en tegelijkertijd toch de dader te kunnen analyseren. “Ik kijk naar de lichaamstaal en de gezichtsuitdrukking van daders. Ik let op de hiërarchie. Bij de video die ik toonde, ontdekte ik dat het ging om een initiatieritueel: de ontgroening van een nieuw militielid door paramilitairen.” Op het filmpje zag Üngör hoe een ouder lid van een militie, gelieerd aan het regime van de Syrische president Bashar al-Assad, aanwijzingen geeft aan mannen die voor het eerst aan een moord deelnemen. Met ijzeren staven slaan ze keihard op een man die op de grond ligt te sterven, waarna het slachtoffer een kogel door zijn hoofd krijgt.

Elektroschokken

Hoe komen mensen ertoe om deel te nemen aan gruwelijk massageweld? Het is een vraag die steeds meer mensen bezighoudt. Üngör ziet een groeiende belangstelling onder studenten, die er regelmatig scripties over schrijven. Voor zijn eigen onderzoek raadpleegt hij historische bronnen, documenten en ooggetuigenverslagen. Ook spreekt hij soms slachtoffers en overlevenden. “Het is heel moeilijk om directe daders te spreken”, zegt hij. Als ze in een gewelddadig conflict actief zijn, is het voor hem gevaarlijk.

Alette Smeulers, hoogleraar Strafrecht en criminologie van de internationale misdrijven aan de Rijksuniversiteit Groningen, is gespecialiseerd in het dader-vraagstuk. Na de Tweede Wereldoorlog zochten wetenschappers de oorzaak in ‘psychische afwijkingen’, vertelt ze. “Men dacht dat de meeste daders een geestesstoornis hadden.” Die opvattingen sneuvelden in de jaren zestig door de inzichten van de Oostenrijks-Amerikaans-Joodse historicus Raul Hilberg, die het systeem achter de vernietiging van de Joden beschreef. Ook Hannah Arendt, de Duits-Amerikaans-Joodse filosofe die het proces tegen SS’er Adolf Eichmann bijwoonde, concludeerde dat het gewone mensen zijn die op een “hele banale manier tot geweld komen”. Hetzelfde proces inspireerde sociaal-psycholoog Stanley Milgram tot zijn beroemde elektroshock-onderzoek, waarbij veel proefpersonen bereid bleken te zijn steeds zwaardere schokken toe te dienen aan een mededeelnemer als een leidinggevende daartoe opdracht gaf.

Armeniërs vluchten naar Syrië.
In 1915 vluchtten Armeniërs massaal naar Syrië. Op de foto een Armeense vrouw die knielt bij een kind dat stierf voordat ze het relatief veilige Aleppo konden bereiken.

Ongedierte

Hiermee werd de basis gelegd voor het theoretische kader dat tot op heden leidend is. Be- langrijk daarin is de constatering dat het de specifieke omstandigheden zijn die maken dat mensen veranderen van een gewoon persoon in een oorlogsmisdadiger. “Dit gebeurt binnen een politieke, sociale en ideologische context. In deze situaties is sprake van een ideologie die stelt dat een bepaalde groep de vijand is die bestreden dient te worden. Mensen hebben dan het gevoel dat ze geweld moeten kunnen gebruiken om land, volk of groep te verdedigen”, aldus Smeulers. Ze verwijst naar het onderzoek van sociaal-psycholoog Philip Zimbardo, die spreekt van atrocity producing situations, in haar ogen een treffende omschrijving.

Taal speelt een belangrijke rol bij de dehumanisering van de ‘vijand’. In Rwanda werden Tutsi’s kakkerlakken genoemd. In Duitsland spraken nazi’s over Untermenschen. Üngör zag in de Syrische media dat tegenstanders werden afgeschilderd als vijanden van het volk of als beesten. “In interviews bestempelden pro-Assad-politici mensen als ongedierte, en ongedierte mag je vertrappen.”

Het is overigens niet zo dat mensen in een specifieke context zich automatisch crimineel gaan gedragen. Het is altijd een proces, waarin personen geleidelijk tot daders transformeren. Smeulers: “Cruciaal is de eerste keer dat mensen folteren, mishandelen en moorden. De meesten schrikken dat ze hieraan meedoen.” Dit is het scharnierpunt – hier kunnen mensen nog terug. Slechts enkelen hebben het lef deelname aan geweld te weigeren, stelt Smeulers. Hoogstens vertonen mensen vermijdingsgedrag. “Ze gaan zich ziekmelden, schieten expres mis of kijken een andere kant op.” De personen die doorgaan met geweld, zullen gevoelsmatig afstand nemen van hun daden. Smeulers verwijst naar het begrip moral disengagement, ontwikkeld door de Canadese psycholoog Albert Bandura. “Mensen verschuilen zich achter het idee dat ze orders van superieuren opvolgen, in plaats van echt over zichzelf na te denken.”

De mannen van Assad

Als mensen cognitieve dissonantie ervaren omdat hun gedrag niet overeenstemt met hun opvattingen over wat een goed mens zijn betekent, zoeken ze een uitweg. Ze zoeken de oorzaken van het geweld buiten zichzelf: het is niet mijn schuld, het zijn terroristen, ze verdienen hun lot. “Om hun geweten te sussen, zoeken ze een rechtvaardiging om zichzelf te overtuigen dat ze het goede hebben gedaan,” aldus Smeulers. “Mensen zijn niet slecht of kwaadaardig, maar zwak omdat ze niet de moed hebben om tegen de stroom in te gaan, geen weerstand kunnen bieden aan de druk. Ze raken verstrikt in hun eigen gedachtespinsels, geloven in hun eigen smoesjes en ervaren genocide uiteindelijk als iets noodzakelijks en legitiems.”

Üngör probeert met zijn onderzoek inzicht te krijgen in het functioneren van Syrische paramilitairen. Deze ‘shabbiha’ sleurden aan het begin van de opstand jonge activisten uit hun huis. Ze kidnappen, martelen en moorden. Op foto’s poseren ze: gespierd, getatoeëerd en collectief. Üngör ziet veelal jonge mannen vol testosteron en op zoek naar sociale status die zich in groepen laven aan geweld. “Hun sociale intelligentie is laag. Ze hebben een vrij zwakke empathie. Ze vinden het lekker om geweld te plegen. Als je naar hun gezichtsuitdrukking tijdens het geweld kijkt, zie je extase. Er is veel emotie en intimiteit. Aan het einde roepen ze euforisch: wij zijn de mannen van Assad.” Deze passie is vooral zichtbaar bij ‘beginnelingen’. Maar al snel wordt het routinewerk en verdwijnt de opwinding. “Na twee of drie keer zijn ze afgestompt.”

Abu Ghraib

Het zou een misverstand zijn te denken dat het Westen van dergelijke vormen van geweld gevrijwaard is. In de Verenigde Staten rekte juridisch adviseur John Yoo de wettelijke marges zodanig op dat de regering Bush het groene licht kon geven voor enhanced interrogation techniques zoals waterboarding. In de Iraakse gevangenis Abu Ghraib dachten Amerikaanse soldaten dat ze gedetineerden mochten mishandelen. “Het ontaardde in een onmenselijke behandeling van veelal totaal onschuldige mensen”, aldus Smeulers. Bekend zijn de foto’s van de (hiervoor uiteindelijk veroordeelde) soldaat Lynndie England die een gevangene aan een hondenriem heeft. “Het slachtoffer was een man van wie later bleek dat hij een psychische afwijking had. England dacht dat ze een strijd tegen het kwaad leverde en plaatste die man outside the universe of moral obligation.” Sabrina Harman steekt op een foto haar duim op naast het lichaam van een man die door een CIA-ondervrager en een huurling is doodgemarteld. “Harman werd hiervoor veroordeeld. Maar niemand is veroordeeld voor de dood van die man.”

Beide voorbeelden rekenen ook meteen af met het idee dat vrouwen vredelievender zouden zijn dan mannen. In absolute cijfers zijn er minder vrouwen betrokken bij extreem geweld omdat leger, politie en milities nog altijd manneninstituten zijn. Maar hun rol is groter dan voorheen werd aangenomen. “Vrouwen zijn bij alle misdrijven betrokken. Ook bij seksueel geweld. Als zij deelnemen aan misdrijven zijn ze net zo wreed of misschien wel wreder, omdat ze het gevoel hebben zich te moeten bewijzen”, stelt Smeulers.

Radicalisering

De wetenschappelijke kennis over de duistere kant van de mens groeit. Maar er staan ook zaken ter discussie. Üngör: “De grote controverse gaat over obedience to authority. Zijn wij allemaal tot zulke misdrijven in staat en doet persoonlijkheid er niet toe?” Smeulers behoort tot de wetenschappers die stellen dat persoonlijkheid slechts een marginale rol speelt, of in elk geval minder van belang is dan gewoonlijk wordt aangenomen. “Onder bepaalde omstandigheden kan vrijwel iedereen – ook u, ook ik – een dader worden. Wat voor een dader, en hoe snel het transformatieproces gaat, hangt van de persoonlijkheid af.”

Daartegenover staan wetenschappers als Abram de Swaan die stellen dat daders veelal specifieke persoonlijkheidskenmerken hebben waardoor zij misdrijven begaan. Volgens De Swaan hebben daders weinig zelfinzicht, tonen ze zelden berouw en ontberen ze gevoelens van empathie.. “Ik vind er veel in zitten,” zegt Üngör over de visie van De Swaan, “maar het is een pril inzicht. Het is een hypothese.”

Beide wetenschappers vinden daderonderzoek van groot belang voor samenlevingen. Üngör wijst op Rwanda, dat één miljoen genocidedaders moet re-integreren. Of neem voormalig Joegoslavië, waar met de milities ‘Frankensteins’ waren gecreëerd en de naoorlogse Servische premier Zoran Djindjic werd vermoord toen hij deze groepen wilde opdoeken. Ook het Syrische regime heeft nu al enorme moeite om paramilitairen in toom te houden. “Daders kunnen een groot probleem vormen voor vrede, de rechtspraak en verzoening”, concludeert Üngör. Niet alleen in een ver en gewelddadig buitenland. “Ook hier hebben we te maken met daders, die veelal ook gewoon hier zijn opgegroeid. Zoals we hebben gezien kan het gebeuren dat je in Parijs op een terras zit en er mannen met Kalasjnikovs langskomen die mensen neerschieten.”

“Met het oog op het voorkomen van extreme vormen van geweld, is het belangrijk om te weten waar de voornaamste oorzaken liggen,” stelt Smeulers. “Als vooral iemands persoonlijkheid bepaalt of hij of zij tot collectief geweld bereid is, moeten potentiële daders snel worden opgespoord. Als het hem vooral in de situatie zit, moeten we ervoor zorgen dat omstandigheden waarin mensen radicaliseren en gruwelijkheden begaan, veel minder vaak voorkomen.”

Meer weten

  • Al Jazeera, ‘New UN death toll: At least 350,000 people killed in Syria’s war’, 24 september 2021.
  • Syrian Observatory for Human Rights, ‘Total death toll’, 1 juni 2021.

Dossier Tweede Wereldoorlog

Anti-oorlogsactivisten probeerden  de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen
Anti-oorlogsactivisten probeerden  de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen
Artikel

Anti-oorlogsactivisten probeerden de Dodenherdenking ook in 1969 te ontregelen

De bekladding van het Nationaal Monument op de Dam door vermoedelijk pro-Palestijnse activisten in de vroege ochtend van 4 mei is geen primeur. In 1969 besmeurden activisten niet alleen het Verzetsmonument in Utrecht met rode verf, maar lieten zij ook twee rookbommen afgaan tijdens de Dodenherdenking. Destijds was het Amerikaanse oorlogsgeweld in Vietnam de aanleiding...

Lees meer
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Adolf Hitler (links) met Jozef Tiso op het treinstation van de Wolfsschanze, zijn hoofdkwartier in Oost-Pruisen, oktober 1941.
Artikel

Slowakije was voor Hitler en zijn trawanten een ‘modelstaat’

De Slowaakse Republiek gedroeg zich onder leiding van de geestelijke Jozef Tiso als trouwe vazal van de nazi’s. Tot tevredenheid van Adolf Hitler: ‘Interessant om te zien hoe dat katholieke priestertje ons de Joden aanlevert.’ De Conferentie van München in 1938 is een berucht staaltje internationale diplomatie. Tsjechoslowakije werd op de snijtafel gelegd: nazi-Duitsland mocht...

Lees meer
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Artikel

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk. Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje...

Lees meer
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
De Duitse raketgeleerden Wernher von Braun (links) en Kurt Debus voor de Saturn 500F-raket, 26 mei 1966.
Artikel

Operatie Paperclip: Hitlers geschenk aan de geallieerden

Duizenden wetenschappers uit nazi-Duitsland gingen in de jaren dertig en veertig aan de slag voor de geallieerden. De VS, Canada en het VK profiteerden van deze braindrain, die onder meer leidde tot de ontwikkeling van de atoombom. Op 17 oktober 1933 arriveerde Albert Einstein samen met zijn vrouw en enkele naaste medewerkers met een passagiersschip...

Lees meer
Loginmenu afsluiten