In de Journal of Cuneiform Studies schrijven assyriologen Eckart Frahm en Alexander Johannes Edmonds dat zij drie koningen hebben ontdekt die tussen de tiende en achtste eeuw v.Chr. kort de scepter zwaaiden over Assyrië. De historici kwamen hen op het spoor door beschadigde spijkerschrifttabletten te bestuderen. Zo kwam de naam van de onbekende koning Aššur-uballiṭ voor in een inscriptie over reparaties aan een zilveren schaal.
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Historisch Nieuwsblad tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
Omdat Assyrische heersers veelal dezelfde namen gebruikten, waren de koningen gemakkelijk over het hoofd te zien. Maar volgens de onderzoekers is er nog een reden voor hun onbekendheid. Hun namen zouden ontbreken op de koningslijsten omdat hun opvolgers de herinnering aan hun regeerperiodes wilden uitwissen. Zo stuitten de historici op sporen van de doorgekraste naam van koning Shalmaneser.
Volgens de onderzoekers is hun belangrijkste bevinding niet dat er drie extra vorsten zijn geweest, maar dat de koningslijsten voortaan anders moeten worden gebruikt. Niet als een waarheidsgetrouw overzicht van alle koningen, maar als een opsomming van heersers die succesvol genoeg waren om hun naam blijvend te vestigen.