Wanneer deden vuurwapens hun intrede in Europa?
‘Rond 1340 gingen Europeanen buskruit gebruiken, in eerste instantie om pijlen en loden kogels af te schieten. Maar de ontwikkeling ging snel: aan het eind van de veertiende eeuw werden er al gigantische kanonnen gebruikt bij belegeringen. Deze bombardes, vernoemd naar het lawaai dat ze maakten, konden enorme kogels van meer dan 100 kilogram op de vijand afvuren.’
Speciale editie: De wederopstanding van China
- Ontdek de lange geschiedenis van de Rode Draak
- Van de Zijderoute tot de Chinese Droom
- Inclusief: het verlies van Taiwan
Historisch Nieuwsblad tijdelijk al vanaf 4,99 per maand
- Ontdek onbekende feiten en verbanden met tophistorici
- Lees & luister en krijg volledige toegang
- Papier én digitaal via de Historisch Nieuwsblad-app
‘Halverwege de vijftiende eeuw werden kleine vuurwapens en haakbussen ook een stuk effectiever, omdat artilleriespecialisten de loden cilindervormige kogels rond gingen maken. Daardoor konden die vuurwapens plotseling door harnassen heen schieten. Bovendien waren ze makkelijk te hanteren; je kon in een ochtend leren hoe je ze moest laden. Dat gaf de gewone burgerij een fighting chance. Als je met een haakbus overweg kon, maakte je meer kans tegen een zwaar geharnaste edelman te paard.’
Was zo’n wapen wel betaalbaar voor een gewone soldaat?
‘De rijken konden eigen handbussen meenemen naar het slagveld, maar buiten die edellieden waren het vooral steden die vuurwapens konden betalen. Voor de grootste kanonnen, die soms wel 5000 kilo wogen, was het sowieso een ander verhaal. Alleen de grootste steden in de Lage Landen konden er daar gemiddeld één of twee van betalen.’

Wat betekenden de nieuwe wapens voor geharnaste edellieden op het slagveld?
‘In de vijftiende en zestiende eeuw sneuvelden zij bij bosjes. De mannen die zware, dure harnassen konden betalen waren echt de tanks van de Middeleeuwen. Bij belegeringen droegen ze extra zware harnassen, maar toch werden ze vaak doodgeschoten.’
‘Een beroemd voorbeeld is Jacques de Lalaing, een kampvechter die overal in de Bourgondische Nederlanden toernooien won. Tijdens zijn leven werden er al ridderromans over zijn heldendaden geschreven, want hij symboliseerde het ridderideaal van een bepantserde winnaar te paard. Maar toen hij in 1453 in een echte belegering terechtkwam tijdens de Gentse Opstand, werd hij doodgeschoten door een klein kanon.’

‘Ook Joost de Lalaing, uit dezelfde familie, werd ingehaald door de technologie. Als stadhouder van Holland en Zeeland deed hij in 1483 mee aan het beleg van Utrecht. Hij was een groot krijgsman die veel van artillerie afwist, en iemand die met gemak de duurste harnassen kon betalen. Volgens één kroniek werd hij door haakbussen doodgeschoten toen hij een kanon probeerde op te stellen, volgens andere verhalen werd hij geveld door een klein kanon.’
Betekende dit het einde van het harnas?
‘In Oekraïne kunnen drones tegenwoordig tanks uitschakelen, maar beide legers blijven ze toch gebruiken. Zo was het ook met het harnas: de komst van het kanon betekende niet dat het pantser meteen verdween. Ze werden zelfs tot in de zeventiende eeuw gebruikt. Tot het midden van de vijftiende eeuw bleven soldaten ook gewoon kruisbogen, handbogen en trebuchets inzetten.’
‘Er kwam wel een reactie op het vuurwapen: om te voorkomen dat ze aan flarden werden geschoten bij een belegering, begon de aanvallende partij loopgraven aan te leggen. Ook begonnen ridders harnassen te bestellen die “schootsvrij” waren. Die kogelwerende pantsers waren alleen weggelegd voor de allerrijksten. Zo is er een brief bekend van de Groningse edelman Johan van Ewsum, die in 1540 voor veel geld een harnas bestelde met een kogelwerende borstplaat.’
Werd het door de kanonnen moeilijker om een stad of kasteel te belegeren?
‘Ja en nee, de aanvallende partij had immers ook kanonnen. Met gietijzeren kogels konden kanonnen gemakkelijk middeleeuwse stadsmuren omverblazen, dus werden steeds meer Nederlandse stadsmuren in de zestiende eeuw veranderd in sterforten met aarden wallen. Voor middeleeuwse legers was het plotseling mogelijk om steden op lange afstand te raken. Daarin zie je ook een parallel met de drones die Oekraïne nu gebruikt om diep in Rusland aan te vallen.’