De zuidelijke helft van Frankrijk was tijdens de oorlog een satellietstaat van de nazi’s, met aan het hoofd maarschalk Philippe Pétain. Was hij een collaborateur of probeerde hij de Fransen juist te beschermen? Daarover woedt nog steeds een debat.
In de zomer van 1940 werd Frankrijk binnen enkele weken onder de voet gelopen door nazi-Duitsland. Het land werd opgedeeld in een bezet noorden en een ‘vrije’ zone in het zuiden. In die zone kwam Philippe Pétain aan de macht, nadat het Franse parlement hem op 10 juli 1940 tot staatshoofd had benoemd.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
De maarschalk, een held van Verdun, werd gepresenteerd als de redder des vaderlands. Vanuit het kuuroord Vichy leidde hij een regering die zichzelf zag als beschermer van de Franse bevolking. Pétain cultiveerde zorgvuldig zijn imago als vaderfiguur: streng, zorgzaam en bovenal patriottisch. Hij liet zich afschilderen als de enige die Frankrijk kon behoeden voor chaos, terwijl zijn grote tegenstander, Charles de Gaulle, werd weggezet als een roekeloze verrader.


In werkelijkheid collaboreerde het Vichy-regime met de nazi’s. Joden werden geregistreerd, opgepakt en gedeporteerd. Ook was de regering gewikkeld in een strijd met het verzet. Deze Maquis voerde vanuit bossen en bergen sabotageacties uit. Aan de andere kant stond de Milice, een paramilitaire organisatie die jacht maakte op verzetsleden en dissidenten. Het conflict leek op een burgeroorlog.

Ook internationaal bevond Frankrijk zich in een ongemakkelijke positie. In eerste instantie onderhielden het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten diplomatieke banden met Pétain. Tegelijkertijd raakten de geallieerden slaags met Franse troepen in de koloniën. Bij de geallieerde landingen in Noord-Afrika kozen de Amerikanen en de Engelsen voor pragmatisme. Ze sloten een deal met Vichy-functionaris François Darlan.

Vernietiging van de Franse vloot
Op 3 juli 1940 vielen de Britten de Franse vloot aan bij Mers-el-Kébir uit angst dat deze in Duitse handen zou vallen. Het was een schok: voormalige bondgenoten beschoten elkaar. De aanval kostte meer dan duizend Franse zeelieden het leven. De Britse premier Winston Churchill zag de actie als een signaal aan Adolf Hitler dat het Verenigd Koninkrijk koste wat het kost zou blijven doorvechten.

Na de bevrijding volgde het ongemak. Hoe moest Frankrijk omgaan met het Vichy-verleden? Pétain werd gearresteerd en berecht wegens collaboratie. Zijn advocaat betoogde dat de maarschalk de Franse bevolking juist had beschermd. Toch werd hij ter dood veroordeeld, al werd zijn straf omgezet in levenslang. Het proces toonde de worsteling van een land dat zowel slachtoffer als medeplichtige was geweest.

Die tegenstrijdigheid bleef nog lang onderwerp van debat. President François Mitterrand liet jarenlang bloemen leggen bij het graf van Pétain. Pas in 1995 erkende zijn opvolger Jacques Chirac officieel de Franse verantwoordelijkheid voor de deportatie van Joden. De vraag of Vichy een noodzakelijk kwaad was om erger te voorkomen, of juist de meest vergaande collaboratiestaat van West-Europa, blijft historici en politici verdelen.
Jodenvervolging onder Vichy
Vichy-Frankrijk droeg bij aan de Holocaust door al in 1940 eigen anti-Joodse wetten in te voeren. Het beruchtste voorbeeld is de razzia van de Vélodrome d’Hiver in juli 1942 in Parijs. De Franse politie arresteerde toen ruim 13.000 Joden, onder wie duizenden kinderen. In totaal werden 76.000 Joden vanuit Frankrijk gedeporteerd naar vernietigingskampen, slechts drie procent van hen keerde terug.


