Veertig jaar geleden ontplofte reactor 4 van de kerncentrale in Tsjernobyl. De ramp was het gevolg van Russisch wanbeleid en ontwrichtte het leven van honderdduizenden mensen.
Vol ongeloof keken de mannen in de controlekamer elkaar aan. Wat was er in hemelsnaam zojuist met twee daverende klappen geëxplodeerd? Het kon de reactor niet zijn, want dat was volgens de ontwerpers fysiek onmogelijk. Alarmbellen rinkelden onophoudelijk. Op het gigantische controlepaneel knipperden talloze waarschuwingslampjes, maar de knoppen reageerden nergens meer op en de reactor gaf geen vermogen meer aan. Al gauw kwamen er berichten binnen dat het reactorgebouw in brand stond.
Een op papier relatief eenvoudige veiligheidstest was volledig uit de hand gelopen. Eigenlijk was het ook helemaal niet de bedoeling geweest dat de ongetrainde nachtploeg die zou uitvoeren, maar adjunct-hoofdingenieur Anatoli Djatlov wilde de lang voorbereide test niet uitstellen en drukte die hoogstpersoonlijk door. Tijdens de haastig uitgevoerde testprocedure was het vermogen van reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl – dat toen nog in de Sovjet-Unie lag – eerst veel te ver teruggelopen, maar toen de operators dat wilden corrigeren liep het razendsnel weer op. Toen een meltdown dreigde, drukte een operator om 01:23:45 uur op knop AZ-5 voor een snelle noodstop. Toen volgden de explosies.
Door het aandringen van de hoofdingenieur hadden de operators broddelwerk geleverd, maar het waren ontwerpfouten in de reactor die de ramp onvermijdelijk hadden gemaakt. Het Russische RBMK-model was aanzienlijk goedkoper dan andere kernreactoren. Uit kostenoverwegingen had het ook geen beschermende schil. Het primitieve ontwerp gebruikte tussen de brandstofstaven geen water, zoals in het Westen gangbaar was, maar grote hoeveelheden brandbaar grafiet als ‘moderator’ om de kernreactie mogelijk te maken. Om de reactor te koelen was wél extreem veel water nodig en dat stroomde in een kringloop direct van de reactor naar een stoomturbine om elektriciteit op te wekken. Mede daardoor bestond er een veel grotere kans op oncontroleerbare stoombellen in het koelsysteem, waardoor de kernreactie uit de bocht kon vliegen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees
In dat geval was een druk op AZ-5 de enige overgebleven optie. Dan werden automatisch regelstaven in de reactor geschoven om de kernreactie tot stilstand te brengen. Maar in de RBMK-reactor deden die er maar liefst twintig seconden over. Bovendien hadden de regelstaven een punt van grafiet, die de kernreactie juist versnelde.
Dat was precies wat er op 26 april 1986 gebeurde. Al het koelwater verdampte en veroorzaakte een eerste explosie. De regelstaven kwamen muurvast te zitten bovenin de reactor. Het laatst weergegeven vermogen op het controlepaneel was 30 gigawatt, het tienvoudige van het maximum. Daarna explodeerde reactor 4 van de kerncentrale van Tsjernobyl helemaal. Het 2000 ton zware deksel van het reactorvat werd de buitenlucht in geslingerd, samen met stukken brandstofstaven en grafiet. De reactor was veranderd in een zinderende berg brandend grafiet.

De lucht boven Tsjernobyl kleurde geel door de straling
Hoofdingenieur Djatlov weigerde volgens latere rapporten in eerste instantie te geloven dat de reactor was geëxplodeerd. Volgens hem hadden de operators door hun onzorgvuldigheid een waterstoftank opgeblazen. De dosimeters gaven 3,6 röntgen per uur aan en dat was een hoge, maar geen onaanvaardbare radioactieve straling. In de veronderstelling de kernreactie nog te kunnen stoppen, gaf hij in de controlekamer opdracht om handmatig de regelstaven alsnog in de reactor te schuiven en alle koelwaterleidingen open te draaien. Berichten uit de centrale dat de reactor helemaal niet meer bestond, negeerde hij.
Directeur Viktor Brjoechanov en hoofdingenieur Nikolaj Fomin, die uit hun bed waren gebeld en naar de commandobunker voor noodgevallen waren gekomen, waren opgelucht met het oordeel van Djatlov. Het drietal negeerde bewust het feit dat de dosimeters voor dagelijks gebruik niet hoger dan 3,6 röntgen per uur konden meten. Ze waren ook van mening dat de speciale dosimeter voor noodgevallen defect was, want hoe kon een ingenieur die buiten het verwoeste reactorgebouw 4 metingen verrichtte een straling van 200 röntgen per uur meten?
Dat was echter opnieuw het maximum van de meter. Latere schattingen gaan ervan uit dat de straling rond reactor 4 na de explosie in werkelijkheid een duizelingwekkende 10.000 röntgen per uur bedroeg. De brandweer van de nabijgelegen stad Pripyat – speciaal gebouwd om al het personeel van de kerncentrale te huisvesten – stond de brandende ruïne te blussen tussen de radioactieve brokstukken. De lucht kleurde vreemd geel door de straling uit de reactor.
Radioactieve melk en spinazie
Op vrijdag 2 mei 1986 bereikte de radioactieve wolk van Tsjernobyl ook Nederland. Dat was geen verrassing – ambtenaren werkten al dagen aan scenario’s –, maar de besluitvorming in het kabinet verliep nogal chaotisch. Minister Pieter Winsemius van Milieubeheer benadrukte tijdens een persconferentie dat er geen reden was tot grote zorg. De informatievoorziening was uiterst pover, net als de internationale samenwerking. Uiteindelijk werden er twee maatregelen genomen: een graasverbod voor koeien om te voorkomen dat ze radioactieve melk gaven, en bladgroenten als spinazie moesten uit de handel omdat ze relatief veel radioactieve deeltjes opnamen. Beide maatregelen werden na een kleine week alweer opgeheven.

Technici in de centrale en brandweerlieden buiten werden blootgesteld aan stralingsdoses tot wel 4000 millisievert (mSv). Ter vergelijking: inwoners van Nederland worden gemiddeld aan 2,8 mSv per jaar blootgesteld en er geldt een limiet van 20 mSv per jaar voor mensen die tijdens hun werk met radioactieve straling te maken hebben. De mensen in de directe omgeving van reactor 4 kregen vrijwel direct te maken met stralingsziekte. De symptomen van deze ziekte zijn vreselijk: bij de ergste gevallen brandden patiënten binnen enkele dagen van binnenuit weg. Tijdens en korte tijd na de explosie kwamen 31 mensen om: twee medewerkers van de kerncentrale en 29 brandweerlieden.
De brand bleek uiterst moeilijk te blussen. Het crisisteam dat vanuit Moskou werd ingevlogen en het stokje overnam van Brjoechanov en Fomin slaagde er uiteindelijk in. Ze dumpten met helikopters gigantische hoeveelheden zand en boor – dat kernreacties afremt – van bovenaf in reactor 4. Tijdens de tien dagen dat die in brand stond, waren er enorme hoeveelheden radioactieve stoffen in de atmosfeer terechtgekomen. Ook de helikopterpiloten stonden bloot aan radioactieve straling.

Dorpen werden gesloopt en levende dieren doodgeschoten
Maar de bevolking kreeg niets te horen van de ramp. Pas twee dagen later opende het Sovjet-avondjournaal Vremya met een korte melding van een incident bij de kerncentrale van Tsjernobyl, waarbij droogjes werd gezegd dat de situatie onder controle was. Over de enorme radioactieve wolk die was vrijgekomen werd met geen woord gerept. In Kiev – krap 130 km ten zuiden van Tsjernobyl – ging de jaarlijkse parade op 1 mei gewoon door, ondanks verhoogde stralingsniveaus.
De Sovjetautoriteiten hielden zoveel mogelijk onder de pet. De KGB had alle communicatielijnen met het getroffen gebied afgesloten. Slachtoffers met stralingsziekte – Djatlov, Brjoechanov en Fomin incluis – werden in het geheim naar een speciaal ziekenhuis in Moskou gevlogen.
Pripyat werd pas 33 uur na de ramp geëvacueerd. De stad veranderde in een spookstad. Een straal van dertig kilometer rond de kerncentrale werd tot verboden gebied verklaard. Circa 100.000 mensen moesten vertrekken naar boerendorpen net buiten de ‘vervreemdingszone’. Uiteindelijk werd speciaal voor hen de nieuwe stad Slavoetytsj uit de grond gestampt.

Moskou verbrak het zwijgen pas na internationale kritiek. De radioactieve wolk had zich door de wind over Europa verspreid en duizenden kilometers verderop dwarrelden radioactieve deeltjes neer. Dat bleef niet onopgemerkt. Zweedse onderzoekers sloegen als eerste alarm. Maar ook daarna kwam er slechts spaarzame informatie uit de Sovjet-Unie. Buitenlandse hulp werd niet nodig geacht. De situatie was toch onder controle?
Maar rond de kerncentrale was het alle hens aan dek. Het crisisteam vreesde een meltdown, waarbij de geëxplodeerde reactor door de betonnen fundering van de centrale zou smelten en het grondwater zou besmetten. Er werd met man en macht gewerkt om het inmiddels radioactieve koelwater weg te pompen, betonnen scheidingswanden tussen de centrale en de naastgelegen rivier te bouwen en een tunnel onder de reactor te graven om die te koelen. Gelukkig bleef een meltdown uit.
Ondertussen kwam er ook een gigantische opruimoperatie op gang in de vervreemdingszone. Radioactieve aarde werd omgeploegd, dorpen werden gesloopt en levende dieren werden zoveel mogelijk doodgeschoten. Het hele gebied werd grondig gedesinfecteerd, al bleef na de schoonmaakactie een enorme schroothoop aan onbruikbaar radioactief zwaar materieel achter.

De grootste uitdaging was om de geëxplodeerde kernreactor onschadelijk te maken. Het idee was om al het radioactieve puin simpelweg in het verwoeste reactorgebouw te schuiven. Eerst werd dat met robots geprobeerd, maar de straling ontregelde hun elektronica. Daarom werden ‘biorobots’ ingezet: mensen – veelal dienstplichtige militairen – die met een zwaar masker op en een loodschort aan telkens een paar minuten hadden om bijvoorbeeld een stuk grafiet op te ruimen. Toen alles was verzameld werd een gigantische betonnen sarcofaag om reactor 4 gebouwd om verdere verspreiding van radioactieve stoffen te voorkomen.
De beloning voor dit werk was hoog, maar de 600.000 ‘liquidators’ – opruimers – die werden ingezet in de vervreemdingszone betaalden een hoge prijs met hun gezondheid. Ze werden gemiddeld blootgesteld aan 120 mSv, maar er zijn ook tienmaal hogere doses gemeten. Velen leden aan stralingsziekte, maar de gevolgen op langere termijn zijn moeilijk in kaart te brengen. In Oekraïne en Belarus – waar een groot deel van de radioactieve wolk neersloeg – laten de statistieken meer gevallen van kanker zien. De schattingen van het aantal mensen dat overleed aan de gevolgen van de radioactieve straling van Tsjernobyl lopen uiteen van enkele duizenden tot tienduizenden.

Fouten in de reactor werden pas later toegegeven
Djatlov, Brjoechanov en Fomin overleefden de ramp wonderwel, maar kregen in een strafproces de schuld in de schoenen geschoven. De officiële lezing was dat zij het ongeluk samen met de omgekomen operators hadden veroorzaakt door in strijd met procedures te handelen. Menselijk falen dus. De ontwerpfouten in de RBMK-reactoren werden pas veel later toegegeven, want ze werden onmisbaar geacht voor de energievoorziening van de Sovjet-Unie.
De ramp met de kerncentrale van Tsjernobyl was een enorme dreun voor het imago van kernenergie. De protesten tegen kerncentrales werden wereldwijd nóg verder opgevoerd. Dat gebeurde ook in de Sovjetrepubliek Oekraïne. Gorbatjovs glasnost (‘openheid’) werd daar aangegrepen om te demonstreren tegen de gebrekkige informatievoorziening over Tsjernobyl én tegen kerncentrales. Het was een vorm van ‘econationalisme’ dat mede ten grondslag lag aan de latere onafhankelijkheid van Oekraïne.
Daarna verstomde het protest. Reactoren 1, 2 en 3 functioneerden ook na de ramp nog prima en bleken met een capaciteit van 1000 megawatt per stuk onmisbaar voor de Oekraïense energievoorziening. De kerncentrale van Tsjernobyl werd na internationaal aandringen en financiële steun pas in 2000 definitief stilgelegd. Miljardensteun was er ook voor de bouw van een nieuwe schil om de langzaam wegrottende betonnen Sovjetsarcofaag. Die moet eeuwig meegaan en kwam in 2017 gereed.
De vervreemdingszone bestaat nog steeds. In de jaren negentig werd hij verder uitgebreid met besmette gebieden buiten de oorspronkelijke zone. Vandaag de dag is 4200 km2 officieel onbewoonbaar verklaard. In het gebied heeft de natuur vrij spel en daardoor is er een van de grootste natuurreservaten van Europa ontstaan. Het is één lichtpuntje bij de duistere erfenis van Tsjernobyl.
Schieten op kerncentrales
Tijdens de oorlog in Oekraïne zijn ook de Oekraïense kerncentrales in de frontlinie komen te liggen. Het Russische leger rukte in februari 2022 dwars door de vervreemdingszone rond Tsjernobyl op naar Kiev. Nadat hun eerste offensief was mislukt trokken de Russen zich weer terug, maar in februari 2025 raakte de sarcofaag van reactor 4 beschadigd bij een droneaanval. Ook bij de kerncentrale van Zaporizja, met zes reactoren de grootste van Europa, werd gevochten. Daarbij liep de centrale averij op. Na de vernietiging van de Kachovkadam in de zomer van 2023 raakte het koelwater op en daarom zijn de reactoren sindsdien stilgelegd.

Meer weten:
- Chernobyl. History of a Tragedy (2019) door Serhii Plokhy is het standaardwerk over de kernramp.
- Wij houden van Tsjernobyl (2016) door Svetlana Alexijevitsj bevat getuigenissen van betrokkenen.
- Chernobyl (2019) is een Amerikaans-Britse miniserie met een waarheidsgetrouwe weergave van de gebeurtenissen in 1986.
