Paul Brusse neemt de economische ontwikkeling van Nederland de afgelopen tien eeuwen onder de loep. Daarbij vermijdt hij ‘Hollandocentrisme’ en kijkt hij ook naar andere regio’s.
Nederland is een landje van postzegelformaat, dat in economisch opzicht meer voorstelt dan tal van grotere landen. En niet sinds vandaag of gisteren. Ondanks de geringe omvang wordt Nederland gekenmerkt door een enorme economische diversiteit. Niet alleen bloeien hier veel verschillende bedrijfstakken, ook is de geografische spreiding van die activiteiten opmerkelijk en hebben streken die vrij dicht bij elkaar liggen op economisch gebied een uiteenlopende ontwikkeling doorgemaakt.
Er bestaan veel goede boeken over de economische geschiedenis van Nederland, vaak beslaan die enkele eeuwen. Wat het nieuwe boek van economisch-geografisch historicus Paul Brusse bijzonder maakt, is niet alleen dat hij maar liefst tien eeuwen onder de loep neemt, maar vooral dat hij afstand neemt van het sterk ‘Hollandocentrische’ perspectief van de meeste studies. Uiteraard domineerde Holland lang de economie van de Noordelijke Nederlanden. Tegelijk was binnen Holland zelf de economische diversiteit veel groter dan doorgaans wordt opgemerkt. Om nog maar te zwijgen van het gegeven dat in veel boeken de plattelandseconomie en nijverheid in de overige provincies er zeer bekaaid vanaf komen.
Brusse knipt de duizend jaar die hij analyseert op in vier tijdvakken, waarin hij kijkt naar de ontwikkelingen in de verschillende streken. Zo behandelt hij de zeventiende-eeuwse papiernijverheid in zowel de Zaanstreek als op de Veluwe – de belangrijkste centra van deze tak van nijverheid. De watermolens op de Veluwe die papier maakten beschikten over voldoende schoon water, wat essentieel is voor het productieproces. In de Zaanstreek moest dat eerst gezuiverd worden, maar de Zaanse windmolens waren krachtiger en efficiënter, terwijl deze streek door zijn ligging ook in het voordeel was bij de aanvoer van grondstoffen en de afzet van het eindproduct.
Locatie is een essentiële factor voor economisch succes, toont Brusse. Maar wat in de ene periode een gunstige ligging is kan later weer een nadeel worden. Havens kunnen dichtslibben en de vraag naar specifieke gewassen kan veranderen. En gebieden die lange tijd slecht toegankelijk waren kunnen door de aanleg van kanalen of spoorwegen helemaal opbloeien. Dit gedegen, goed leesbare boek biedt een interessant en levendig beeld van de allesbehalve gelijkmatige economische ontwikkeling van Nederland.
Bedrijvigheid in stad en streek. Economisch-geografische geschiedenis van Nederland vanaf circa 1000
Paul Brusse
599 p. Prometheus, € 44,99

