Home Want alle verlies is winst

Want alle verlies is winst

  • Gepubliceerd op: 11 februari 2002
  • Laatste update 25 mei 2023
  • Auteur:
    Wim Berkelaar
  • 7 minuten leestijd

Onlangs sloot literatuurhistoricus Piet Calis zijn omvangrijke onderzoek naar schrijvers en hun tijdschriften tussen 1941 en 1951 af met de publicatie van het laatste deel Het elektrisch bestaan. Daarin riep Calis de Vijftigers uit tot de belangrijkste literaire beweging van Nederland in de twintigste eeuw. De immer enthousiaste Calis, die zijn literaire helden in zijn boeken beschreef als waren het voetbalsterren, moet even zijn bedwelmd zijn geraakt door zijn eigen euforie. Want hoe goed de poëzie van Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg en Bert Schierbeek ook mag zijn, hun invloed op de Nederlandse literatuur moet bepaald niet worden overschat.

        In onze praatgrage domineescultuur gaat het nog altijd om de inhoud van de boodschap, niet om de zwierigheid van de taal. De meeste invloed is dan ook uitgeoefend door de uitvinders van de tegenstelling ‘vorm of vent’: Menno ter Braak en Eddy du Perron. Zij kozen voor ‘de vent’ en hebben de Nederlandse literatuur gedurende de jaren twintig en dertig bestookt met een reeks romans, essays en polemieken die allemaal iets weg hadden van preken. Na hun vroegtijdige dood op 14 mei 1940 heeft de goegemeente er zestig jaar voor nodig gehad hun werk uit te pluizen, van kanttekeningen te voorzien of ronduit te verwerpen.
        Van het tweetal heeft Ter Braak altijd meer invloed gehad dan Du Perron. Dat mag niet verwonderlijk heten: Ter Braak stamde uit een familie waarin dominees een voorname rol speelden. En zijn oeuvre is één langgerekt moreel zelfonderzoek, dat goed aansloot bij de protestantse cultuur die ook de Nederlandse literatuur lange tijd heeft bepaald. Niet alleen letterkundigen en journalisten als H.A. Gomperts, H. van Galen Last, Pierre H. Dubois en Max Nord waren onder de indruk van Ter Braak, ook een politicus als Joop den Uyl liep met hem weg. Dat deed Willem Frederik Hermans bepaald niet. De schrijver heeft zijn leven lang op het graf van Ter Braak gedanst en zich voortdurend afgezet tegen diens ‘epigonen’. Hermans’ steeds driester verwoordde afkeer van Ter Braak vormt een bewijs te meer van de grote invloed die de denker uit Eibergen uitoefende op de Nederlandse intelligentsia.
        Geen wonder dat de afgelopen eeuw tal van deelstudies aan Ter Braak werden gewijd. Maar een biografie bleef opmerkelijk genoeg totnogtoe achterwege. Halverwege de jaren tachtig werd bekend dat Léon Hanssen zich had opgeworpen als biograaf van Ter Braak. Ik hield mijn hart vast. Hanssen? Was dat niet die wat hoogdravende Limburger, die in lyrische bewoordingen en op zangerige toon sprak over intellectuelen als Jan Romein en Jef Suys? Juist, die Hanssen.

Existentialisme
De lezer wordt echter al snel gerustgesteld. Hanssen heeft een schitterende biografie geschreven, die van begin tot eind boeit. Hij geeft blijk van verbazingwekkende eruditie, zijn stijl is uitstekend en hij schuwt krachtige oordelen niet. De belangrijkste verdienste van Hanssen is dat hij Ter Braak zijn plaats geeft in de Europese cultuurgeschiedenis. Dat laatste mag opmerkelijk heten, aangezien Ter Braak immers een door en door Nederlands schrijver is, die zich zonder kennis van domineesland bijna niet laat lezen. En toch heeft Hanssen gelijk: Ter Braak was evenzeer een Europees als een Nederlands fenomeen.
        Hij is niet de eerste die hier de aandacht op vestigt. De essayist Paul Rodenko heeft al in de jaren vijftig gewezen op de overeenkomsten tussen Ter Braaks roman Hampton Court (1931) en Walging van Jean-Paul Sartre, die zeven jaar later verscheen. Beide boeken zijn doordrenkt met existentialistische thema’s als eenzaamheid, vervreemding en afkeer van oppervlakkig geloof in de mens. Dat Hampton Court niet op hetzelfde niveau staat als Walging doet aan deze constatering niets af. In de jaren zestig zijn de letterkundigen J.J. Oversteegen en A. Borsboom nog verder gegaan: zij stelden Ter Braaks werk voor als een Nederlandse variant van het existentialisme.
        Maar die opvatting drong nauwelijks door. Niet alleen omdat de studie van Borsboom – Menno ter Braak. Onpersoonlijk nihilisme en nihilistische persoonlijkheid – nauwelijks leesbaar was, maar vooral omdat W.F. Hermans Ter Braak voortdurend trachtte voor te stellen als een onbetekenende krabbelaar, die de aansluiting bij de Europese literatuur miste. Hermans wees er graag op dat Ter Braak en Du Perron wel dweepten met de Franse schrijver André Malraux, maar voor de echt grote schrijvers uit de jaren dertig, Louis Ferdinand Céline en Sartre, helemaal geen oog hadden. Bewees zoveel literaire blindheid niet dat Ter Braak de provincie nooit was ontgroeid?
        En toch had Hermans, de schrijver van Ik heb altijd gelijk, in dit geval ongelijk. Ter Braak had vooral met Sartre meer gemeen dan Hermans in zijn afkeer van de essayist wilde erkennen. Ter Braaks eerste bijdragen aan de Nederlandse literatuur in de jaren twintig waren die van een literair theoreticus, die tekeer ging tegen de burgerij en tegen de platvloersheid, zoals die overwaaide uit Amerika. Met politiek hield Ter Braak zich nauwelijks bezig. Zijn beschouwingen over de burger waren theoretisch en abstract, zin voor geëngageerd burgerschap toonde hij nauwelijks. En toch was Ter Braak er, vergeleken met Sartre, vroeg bij.

Engagement
Sartre was in de jaren twintig nog slechts student. Een briljant student weliswaar, maar toch iemand die niet verder kwam dan het napraten van Hegel en Heidegger. In de jaren dertig zou Sartre zich ontwikkelen tot een apolitiek romanschrijver, die tevens naam maakte als auteur van enkele briljante psychologische beschouwingen. In de jaren dertig gingen de toch onrustbarende politieke ontwikkelingen geheel langs hem heen: de machtsovername van Hitler in 1933, de Spaanse burgeroorlog tussen 1936 en 1939 en de conferentie van München in 1938 – het was voor Sartre alsof deze gebeurtenissen zich niet hadden afgespeeld.
        Pas de oorlog, waarin hij via zijn krijgsgevangenschap de ‘broederschap’ tussen mensen ontdekte, deed het beroemde Sartriaanse engagement ontwaken. Toen was het ook goed raak. En zoals dat altijd gaat met bekeerlingen: het maatschappelijk engagement van Sartre sloeg volkomen door: na 1945 praatte hij de concentratiekampen onder Stalin goed, dweepte met Cuba en verheerlijkte het geweld van Afrikaanse bevrijdingsbewegingen. Dat alles om zijn verzuim tijdens de jaren dertig goed te maken.
        Vergelijk dat eens met Ter Braak. Met de komst van Hitler was niets meer hetzelfde voor Ter Braak, die tot dan toe de eeuwige student had uitgehangen. Na 1933 ontwikkelde hij zich tot een politicus zonder partij, die de grote ideologieën – christendom, nationaal-socialisme en communisme – onderzocht en verwierp. Dat laatste verbaast niet. Ter Braak is tot zijn laatste ademtocht een overtuigd nihilist geweest. En wel een nihilist in de beste betekenis van het woord. Zijn leven lang zocht Ter Braak naar een antwoord op de vraag ‘wat is waarheid?’. Die zoektocht vond zijn neerslag in omslachtige formuleringen, ingewikkelde en lange zinnen – wat de leesbaarheid van zijn werk niet ten goede kwam. Maar Hanssen maakt overtuigend duidelijk dat het niet anders kon. Ter Braak vond geen woorden voor het ingewikkelde bestaan en wilde niet simpel formuleren wat ook in het echt niet simpel was.
        Al kijkt Hanssen wel uit om Hermans te bekritiseren – Hermans is tegenwoordig net zo heilig als Ter Braak in de eerste jaren na de oorlog was – zijn biografie leest als één grote kritiek op de schrijver die Ter Braaks reputatie met zoveel succes heeft trachten te vernietigen. Ter Braaks nihilisme is verfijnder en diepzinniger dan dat van Hermans, die zich in zijn laatste levensjaren ontpopte als een levensmoede, chagrijnige oude man. Ter Braak was wel degelijk een schrijver die zich kon meten met een schrijver van internationale allure als Sartre. Hij was dan niet de duivelskunstenaar die Sartre wel was, als politiek denker overtroefde hij de mandarijn uit Parijs volledig.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.