Home Nederland stuurde jaarlijks vijftig schepen naar Groenland, tot woede van Denemarken

Nederland stuurde jaarlijks vijftig schepen naar Groenland, tot woede van Denemarken

  • Gepubliceerd op: 20 jan 2026
  • Update 20 jan 2026
  • Auteur:
    Daniel Melissen Ferrer
Nederlanders van de Groenlandse Compagnie zijn bezig met de walvisvaart

In de achttiende eeuw joegen Nederlandse walvisvaarders en masse in de wateren van Groenland. Volgens neerlandicus Hans Beelen, gespecialiseerd in Arctische reisbeschrijvingen, zorgde deze Nederlandse aanwezigheid vaak voor spanningen met de Deense kolonisatoren.

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u ook toegang tot HN Actueel? Hiermee leest u dagelijks geschiedenisverhalen met een actuele aanleiding op onze website en ontvangt u exclusieve nieuwsbrieven. U kunt de eerste maand onbeperkt lezen voor € 1,99. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Hoe kwam de aanwezigheid van Nederlandse walvisvaarders op Groenland tot stand?

‘Dat gebeurde in de zeventiende eeuw, maar niet op Groenland zoals we dat vandaag de dag begrijpen. “Groenland” doelde in de zeventiende en achttiende eeuw namelijk op een groter gebied waar ook het eiland Jan Mayen en Spitsbergen toe behoorden. Daar is de Nederlandse walvisvangst begonnen.’

‘Pas in de achttiende eeuw voeren Nederlanders richting Straat Davis, ten westen van het huidige Groenland, omdat de populatie Groenlandse walvissen rond Spitsbergen kleiner werd door overbevissing. Straat Davis was een erg geschikte locatie: er bevonden zich veel walvissen en van een groter formaat. Tussen 1719 en 1799 joegen de Nederlanders daar op massale schaal.’

Hoe groot was de Nederlandse aanwezigheid?

‘In een periode van tachtig jaar werden 3279 Nederlandse schepen ter walvisvangst uitgevaren, met gemiddeld 45 opvarenden per schip. Tussen 1719 en 1740 gingen er ruim vijftig schepen per jaar naar Groenland. Hierdoor bezochten elk jaar zo’n 2500 bemanningsleden het eiland. Er waren veel meer Nederlandse walvisvaarders dan Duitse, Engelse en Deense.’

Nederlandse walvisvaarders jagen bij Groenland, achttiende-eeuwse gravure
Nederlandse walvisvaarders jagen bij Groenland, achttiende-eeuwse gravure.

Waren er Nederlandse nederzettingen op Groenland?

‘Er waren kleine nederzettingen rondom Disko Eiland, die in de zomer werden benut. De walvisvangst was een seizoenbedrijf, wat betekende dat er in de winter geen Nederlanders waren. Tegen het einde van de zomer voeren de walvisvaarders naar de kust om zoet water en proviand in te slaan. Op zulke momenten hadden zij contact met de plaatselijke bevolking. Verschillende Inuit-gemeenschappen kwamen ook rond die tijd naar de kust om te jagen. Zij organiseerden bijeenkomsten om onderling handel te drijven, waar Nederlandse commandeurs ook graag aan meededen.’

Hoe zag die handel eruit?

‘De Inuit waren onder andere geïnteresseerd in metalen huishoudelijke objecten zoals messen en scharen. Ook ontvingen zij graag hout in de vorm van planken en balken om te gebruiken voor hun kajaks en woningen. Ook kleding in de kleuren rood en blauw was geliefd. Ze kregen daarnaast vaak cadeaus van Nederlanders als er een deal werd gesloten, zoals tabak of alcohol, wat op den duur tot verslavingsproblemen zou leiden. En in de loop der tijd ontvingen de Inuit steeds meer geweren en munitie. Hierdoor veranderde vermoedelijk al hun jachtcultuur, die van oudsher afhankelijk was van harpoenen en speren.’

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

‘De Nederlanders kregen er narwaltanden, robbenspek, waterdichte kleding (anoraks) en dierenvellen voor terug, en soms werden er zelfs complete kajaks meegenomen. Ook werd er gehandeld in specifieke onderdelen van de walvis. Nederlanders waren vooral geïnteresseerd in walvistraan, terwijl de Groenlanders de opperhuid en staart van de walvis opaten. Door deze handel is de noodzaak voor Groenlanders om zelf walvissen te gaan jagen waarschijnlijk kleiner geworden.’

Botsten de Nederlanders door hun aanwezigheid met de Deense kolonisatoren op Groenland?

‘Jazeker. De Denen maakten van oudsher aanspraak op Groenland, maar kwamen mankracht tekort om het gezag te handhaven. Zij hadden feitelijk maar een klein gebied in handen rondom Nuuk, de huidige hoofdstad, dat pas in de loop van de achttiende eeuw werd uitgebreid. Op de oostkust van het eiland arriveerden zij zelfs pas in 1884 voor het eerst.’

De denen klaagden herhaaldelijk bij de Staten-Generaal

‘West-Groenland heeft een gigantische kustlijn van meer dan duizend kilometer lang. In dat gebied bevonden zich maar een paar honderd mensen. De Denen gedoogden dat de Nederlanders even aan land gingen om bijvoorbeeld water in te slaan of lepelblad te plukken. De handel die zij bedreven was officieel verboden; de Denen wilden die voor zichzelf houden. De ruil- en later ook geldhandel met de Inuit werd zo een bron van spanning tussen de twee landen. Daarom klaagden de Denen via diplomatieke kanalen herhaaldelijk bij de Staten-Generaal.’

Kwam het wel eens tot geweld?

‘Er was één keer een militaire escalatie, op 6 juni 1739. Dit was de Slag bij Ilulissat, dicht bij Disko Eiland. Vier Nederlandse schepen lagen daar in de haven om handel te drijven met de Groenlanders. Drie Deense schepen zagen dit en vuurden waarschuwingsschoten af. De Nederlanders weigerden de haven te verlaten, waarna de Denen aanvielen. De zeeslag duurde een uur, en eindigde in een Nederlandse overgave.’             

Betekende dat het einde van de Nederlandse aanwezigheid op Groenland?

‘Dat kwam niet zozeer door Deense protesten. De Nederlanders trokken zich daar weinig van aan en gingen gewoon door met jagen en handelen. Dat ze uiteindelijk Groenland verlieten had te maken met de internationale situatie op zee. Tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog van 1780-1784 namen de Engelsen vaak walvisvaarders in beslag. Schepen die niet werden gekaapt, moesten dienstdoen als oorlogsschepen, waardoor de Nederlandse walvisvaart tot stilstand kwam. In de negentiende eeuw werd deze nauwelijks hervat. Ook de Nederlandse handelsschepen die afzonderlijk naar Groenland voeren namen af tegen het einde van de achttiende eeuw. Epidemieën decimeerden namelijk veel Inuit-gemeenschappen die geen weerstand hadden tegen Europese ziekten als de pokken.’

De Noordse Compagnie vergaderde in de 'Groenlandsche pakhuizen' in Amsterdam
De Noordse Compagnie vergaderde in de ‘Groenlandsche pakhuizen’ in Amsterdam.
Loginmenu afsluiten