Home Een wapenstilstand van twintig jaar

Een wapenstilstand van twintig jaar

Paul Moeyes

Historicus

Gepubliceerd op: 1 november 2005

Update 7 april 2020

224 p. Matrijs, euro 24,95/ 668 p. Mouria, euro 29,50
De Vrede van Versailles, die na de Eerste Wereldoorlog de rust in de wereld moest herstellen, heeft altijd een bijzonder slechte pers gehad. Het falen van de Volkenbond, het protectionisme van de vele nieuwe staten dat de economische wereldcrisis verergerde, de revanchegedachte in Duitsland en de Tweede Wereldoorlog die daaruit voortvloeide: het zou allemaal de schuld zijn van de mislukte vrede.


Dat slechte imago heeft het verdrag vanaf het eerste begin gehad. In 1920 noemde de geallieerde opperbevelhebber veldmaarschalk Ferdinand Foch het geen vrede, maar een wapenstilstand voor twintig jaar. Volgens Duitsland, dat als hoofdschuldige voor de oorlog werd aangewezen en een zware straf kreeg opgelegd, was het een vredesdictaat en geen verdrag. De opstellers van het verdrag toonden echter geen berouw. 

De Amerikaanse president Wilson vond het juist geruststellend dat er door alle partijen geklaagd werd: dat gaf hem de hoop dat het eindverdrag rechtvaardig was. In Parijs 1919 geeft Margaret MacMillan hem deels gelijk: het vredesverdrag was weliswaar verre van perfect, maar wel het hoogst haalbare, concludeert zij. 

Haar soepel geschreven relaas toont duidelijk de onmogelijkheid aan van de opgave die de wereldleiders zichzelf hadden gesteld en laat zien hoe nationale en persoonlijke belangen de vredesbesprekingen beïnvloedden. Dit is geen revisionistisch boek dat bestaande oordelen met een eigenzinnige en originele interpretatie te lijf gaat, maar een nuchtere en realistische heroverweging die begrip toont voor de menselijke beperkingen van de betrokkenen. 

Ook in Nederland had men in 1920 geen vrede met de Vrede. De Nederlandse economie was sterk afhankelijk van de Duitse en daarom vonden velen - beïnvloed door eigenbelang - dat Duitsland te zwaar was gestraft. Ook was een politiek instabiele en rancuneuze oosterbuur een voortdurende bedreiging voor het neutrale Nederland. Daarom verschoof de buitenlandse politiek tussen 1919 en 1935 duidelijk richting de internationale samenwerking en collectieve veiligheid die de Volkenbond beloofde. 

In Vergeefs onzijdig beschrijft Rolf Schuursma hoe het interbellum Nederland uiteindelijk toch naar de oorlog voerde. De ondertitel, Nederlands neutraliteit 1919-1940, doet vermoeden dat de Nederlandse neutraliteitspolitiek pas in mei 1940 - onvrijwillig - werd beëindigd. Daar kan men zo zijn twijfels over hebben. 

Inderdaad gaf Nederland zijn neutraliteit nooit geheel op, maar de hang naar de Volkenbond was tot 1935 duidelijk. Pas daarna dwongen het falen van de Volkenbond en de toenemende dreiging van nazi-Duitsland Nederland terug in de eigen schulp. Zelfs toen was er echter nooit meer sprake van een strikte neutraliteitspolitiek. Daarvoor waren de verdedigingsvoorbereidingen te eenzijdig tegen Duitsland gericht. Bovendien trachtte minister-president Colijn innige defensiecontacten met Groot-Brittannië aan te knopen, in de hoop op militaire steun bij een eventuele aanval. 

En dan waren er nog de economische betrekkingen met Duitsland. Op beknopte, maar heldere wijze schetst de auteur de nauwe banden die tussen de beide landen bestonden en die Nederland economisch zo afhankelijk maakten dat een terugkeer naar de strikte neutraliteitspolitiek onmogelijk was. Ook in zijn betrekkingen met Duitsland schond Nederland dus de regels van strikte afzijdigheid. 

Schuursma ziet hierin echter geen aanleiding om de Nederlandse neutraliteitspositie tijdens het interbellum kritisch tegen het licht te houden. Het zwaartepunt van zijn boek is de periode 1935-1940; de jaren van hoop in de Volkenbond komen nauwelijks aan bod. De kracht van het boek ligt in de slothoofdstukken over de bestuurlijke ontreddering na de Duitse inval van mei 1940. Het vertrouwen in de neutraliteit bleek te groot en de oorlogsvoorbereidingen waren hopeloos onvoldoende.

Nieuwste berichten

Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Artikel

Gaf een koningsmoordenaar opdracht voor het Tapijt van Bayeux?

Op het Tapijt van Bayeux speelt graaf Eustatius van Boulogne een heldenrol. Maar volgens de kronieken was hij een lafaard – of erger. Liet hij het borduurwerk maken om zijn naam te zuiveren? In het British Museum wordt momenteel het Tapijt van Bayeux tentoongesteld. Het is een van de belangrijkste bronnen over de Slag bij...

Lees meer
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Artikel

De Pacificatie van Gent was een verdeelde vrede

De Pacificatie van Gent wordt wel gezien als een eerste onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Katholieken en protestanten, steden en adel verenigden zich om de muitende soldaten van het Habsburgse leger het land uit te krijgen. Maar waren de ondertekenaars wel zo eensgezind? Op 8 november 1576 schalden de trompetten over de Botermarkt in Gent. Een...

Lees meer
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Recensie

De Tweede Wereldoorlog transformeerde Azië

Voor Aziaten was de Tweede Wereldoorlog misschien wel ingrijpender dan voor Europeanen, bewijst sinoloog Hans van de Ven. Al langer klinkt er kritiek op onze nogal eurocentrische blik op de Tweede Wereldoorlog. De oorlog in China die in 1937 al begon, de hongersnoden in Bengalen en op Java en militaire operaties zoals het Japanse offensief...

Lees meer
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
Opinie

Geschiedenisonderwijs dreigt staatsopvoeding te worden 

Geschiedenislessen in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs zullen vanaf 2030 zijn gericht op het opvoeden van leerlingen tot goede burgers met bepaalde gewenste opvattingen. Dat wil tenminste de commissie die de concept-examenprogramma’s heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW. Het vak geschiedenis dreigt hiermee te verworden tot staatspedagogiek.  De concept-examenprogramma’s voor het...

Lees meer
Loginmenu afsluiten