Isabel Casteels werd ontroerd door het gedrag van toeschouwers bij een executie. ‘Ze baden voor het zielenheil van de terdoodveroordeelde.’
Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?
‘Jazeker, het is datgene wat je blijft verwonderen, waardoor je als historicus je best doet om je in het verleden te verplaatsen. Dat geldt althans voor mij. Ik heb me niet voor niets gespecialiseerd in de vroegmoderne tijd. Juist omdat deze periode voor ons vreemd aanvoelt, vind ik hem fascinerend. Mijn boek De kronieken van de dood is gebaseerd op mijn recente promotieonderzoek naar de vraag hoe omstanders in de zestiende-eeuwse Nederlanden openbare terechtstellingen beleefden. Een onderwerp dat zo op het eerste gezicht heel ver van ons afstaat.’
Waarom stelde u zich deze vraag?
‘Wij weten dat de autoriteiten in de zestiende eeuw een voorbeeld wilden stellen met openbare executies. Maar burgers waren niet verplicht ernaartoe te gaan. Aangenomen wordt wel dat executies golden als volksvermaak, dat zie je vaak in films, maar het was nog nooit onderzocht. Wat mij specifiek interesseerde, was de algemene emotionele beleving van de executietoeschouwers.’
Hoe heeft u dit kunnen onderzoeken?
‘Ik heb me gebaseerd op kronieken, eigentijdse verslagen van burgers die over van alles en nog wat schreven. Uiteenlopend van graanprijzen en het weer tot politieke gebeurtenissen en openbare executies in hun stad. Hun verslagen waren niet bedoeld voor publicatie, hoogstens werden ze gelezen door bekenden. De kroniekschrijvers waren mannen, en af en toe nonnen. Interessant materiaal omdat deze kronieken niet afkomstig zijn van de allerhoogste elite, maar inzicht geven in de belevingswereld van de stedelijke burgerij.’
Waren hun handschriften makkelijk te ontcijferen?
‘Nou, gelukkig zijn de meeste kronieken inmiddels getranscribeerd. Ze zijn opgeslagen in de digitale database kronieken.transkribus.eu, die iedereen kan raadplegen. Maar wat ik van tevoren niet wist, is dat kroniekschrijvers heel veel schreven over openbare executies.’
En vonden er ook veel executies plaats?
‘Dat valt wel mee. In een grote stad als Brussel waren er in de zestiende eeuw gemiddeld vijf per jaar. In kleinere steden, laten we zeggen Amsterdam of Haarlem met 20.000 inwoners, waren het er jaarlijks een of twee. Voor diefstal kon je worden opgehangen. Maar dat was uitzonderlijk, bij een dief was de strafmaat toen ook afhankelijk van allerlei verzachtende omstandigheden. Maar wat ten tijde van de Reformatie natuurlijk sterk speelde waren de geloofsvervolgingen.’
Wat waren de reacties als een ketter in het openbaar werd gedood?
‘Heel opvallend, die waren exact tegenovergesteld aan het bestaande beeld van de “barbaarse” zestiende-eeuwers die genoten van executies als vorm van entertainment. De belangrijkste emotie die mensen voelden was compassie. Ze hadden mededogen en medelijden met de “patiënt”, zoals ze de terdoodveroordeelde noemden. Uit geen enkele beschrijving blijkt dat kijkers zich verlekkerden.’
In deze aflevering van de Historische BoekenCast vertelt Isabel Casteels meer over haar onderzoek:
Heeft u een voorbeeld van een medelijdend publiek?
‘In 1568 in Gent, op het hoogtepunt van de bestraffingen na de Beeldenstorm, toonde een ketter berouw en zakte op zijn knieën op het schavot. Het publiek deed vervolgens hetzelfde, ze knielden met hem neer. Ik ontdekte dat er strikte normen golden voor de waardige wijze waarop mensen behoorden te sterven en dat ze zich op hun einde dienden voor te bereiden. De mens is tenslotte sterfelijk. Iedereen, ook een terdoodveroordeelde, diende dat te aanvaarden en voorafgaand aan de hemelgang berouw te tonen over zijn zonden. De ars moriendi, de kunst van het sterven, was een populair genre waarover veel boekjes verschenen. Ik beleefde een historische sensatie toen ik in het verslag las dat alle toeschouwers in Gent neerknielden en baden voor het zielenheil van de “patiënt”, zodat hij toch in de hemel zou komen. Ik vond het zo menselijk, zo invoelbaar. Vanzelfsprekend heeft het enorme impact om aanwezig te zijn bij iemand die op zo’n manier sterft. Dit bracht voor mij de zestiende eeuw veel dichterbij.’
Isabel Casteels
(1994) studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Ze promoveerde aan de KU Leuven en de Universiteit Leiden op een onderzoek naar de rol die het publiek innam bij executies tijdens de Nederlandse Opstand. Voor een breed publiek schreef ze De kronieken van de dood. Opstand en executies in de Nederlanden (320 p. Lannoo, € 27,99).

