• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 2/2019

    Waarom keizerin Agrippina een slechte naam kreeg

    Door: Afke van der Toolen

    Keizerin Agrippina was een betere bestuurder dan haar broer, haar echtgenoot en haar zoon. Toch had ze een slechte reputatie. Want een vrouw die leiderschap toonde vonden de Romeinen ronduit pervers.

    Maar weinig vrouwen in de geschiedenis staan er zo slecht op als Agrippina de Jongere (circa 15-59). Ze zou een machtswellusteling en een opportunist zijn geweest, en ook nog eens meervoudig gifmengster en incestpleger. Kortom, een feeks van de bovenste plank.

    Dat beeld hebben we te danken aan een handjevol geschiedschrijvers uit de klassieke Oudheid. Vooringenomen mannen, jazeker – al kun je ze dat niet heel erg kwalijk nemen. Agrippina was machtig, ze was de eerste keizerin die ook echt leiderschap toonde, en dat strookte niet met het wereldbeeld van zelfs de meest ruimdenkende Romein. Het ging in tegen de natuurlijk orde. Het was een perversiteit.

    De tekst loopt onder de afbeelding door.


    Germanicus en zijn dochter Agrippina en profil geschilderd door Peter Paul Rubens rond 1614.
    Die vroege slechte pers kleurt tot op de dag van vandaag ons beeld. Nog vaak wordt Agrippina weggezet als wreed en weerzinwekkend. En nog steeds staat ze model voor alles wat fout en gedegenereerd was aan het Romeinse keizerrijk. Maar hedendaagse historici kijken met een onbevangener blik naar vrouwen als zij dan hun oude collega’s.

    Agrippina maakte deel uit van een episode in de Romeinse geschiedenis vol gewelddadige excessen, extravagante gedragingen, laffe vergiftigingen en messen in de rug. Ze was de zus van de ontaarde keizer Caligula, – daar begint het al. En de moeder van de ontspoorde keizer Nero, om het nog erger te maken. Een lieverdje zal ze niet zijn geweest, en een heilige hoeven we al helemaal niet van haar te maken. Toch blijkt dat deze iconische feeks ook een aantal bijzonder positieve kanten had. Ze had visie, ze was vernieuwend, en ze gebruikte haar macht voor een heel stel goede werken.
     

    Schrikbewind

    Om te beginnen gaf ze haar broer een nette begrafenis. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar dat was het in dit geval niet. Want de broer in kwestie was een van de waanzinnigste keizers die ooit over het Romeinse Rijk hebben geheerst: Caligula. Op het hoogtepunt van zijn schrikbewind verbande hij zus Agrippina naar het eiland Pontia, het huidige Ponza. Daar had zij weliswaar een villa met bijbehorende entourage tot haar beschikking, maar weg mocht ze niet. Ze kon pas terug naar huis toen Caligula in 41 door het hogere echelon van de Pretoriaanse Garde was omgebracht.

    Toch danste ze, eenmaal terug in Rome, niet op zijn graf. Integendeel, ze liet Caligula’s halfslachtig verbrande en slordig in de grond gestopte resten opgraven, en schonk hem een échte uitvaart. Eentje met alles erop en eraan. Zijzelf liep rouwend achter de baar, in een plechtstatige mars op weg naar de plaats van bijzetting, waarschijnlijk in het mausoleum van de grote keizer Augustus zelf. Een grootmoedige daad, waarbij ook wel enig eigenbelang meespeelde. Het was Agrippina’s eerste stap op de weg terug naar de top.

    In de tijd voor haar ballingschap genoot ze een positie als geen enkele Romeinse vrouw vóór haar. Dat haar broer keizer was, zorgde op zich al voor de nodige status, maar hij deed er nog een paar flinke scheppen bovenop. Caligula overlaadde haar en haar twee zussen met nooit vertoonde privileges en eerbewijzen – niet omdat hij zo gek op ze was, maar om zijn eigen positie te verstevigen.
     

    Familie van Augustus

    Caligula stamde rechtstreeks af van Augustus, de vergoddelijkte stichter van het Romeinse keizerrijk. Maar niet via de mannelijke lijn, en dat deed er veel aan af. Hij loste dat op door zichzelf niet solo te presenteren, maar steevast geflankeerd door zijn drie zussen. Ziehier de exclusieve familie van de grote Augustus, terecht weer aan de macht: dat was zo ongeveer het imago dat hij schiep. En het werkte.

    Helaas begon hij al snel te ontsporen. Geschiedschrijver Suetonius, nooit verlegen om een sappige overdrijving, zette dit in zijn Caligula-biografie stevig aan: ‘Tot zover over de keizer. De rest van het verhaal gaat over een monster.’

    Dat ‘monster’ sloeg wild om zich heen. Agrippina kwam er in feite nog genadig af met alleen een verbanning. De paranoïde Caligula verdacht haar van een complot. Misschien had hij nog gelijk ook en had Agrippina willen toeslaan voordat hij zich tegen haar keerde.
     

    ‘Men was volstrekte gehoorzaamheid verschuldigd aan een vrouw’

    Toen Agrippina na Caligula’s dood naar huis terugkeerde, was er niets over van haar voormalige privileges. Haar situatie was zelfs penibel, omdat haar zoontje Nero een regelrechte bedreiging vormde voor de nieuwe keizer Claudius. Nu Caligula dood was, was Nero de enige mannelijke nazaat van Augustus.

    Maar toen deed Agrippina haar meesterzet. Met de door haar georganiseerde begrafenisceremonie legde ze niet alleen haar broer ter ruste, waarmee ze meteen aan iedereen liet zien dat ze besef had van goed Romeins fatsoen; bovenal riep ze zo op niet mis te verstane wijze in herinnering dat Augustus’ bloedlijn nog steeds voortbestond in haar en haar zoon.

    Ze was toen pas een jaar of 25. Opgegroeid in het wespennest van het vroegkeizerlijke Rome, tot grote hoogte gestegen naast haar broer, diep gevallen als verguisde verstoteling. Uit dat alles kwam ze tevoorschijn als een koelbloedige tante met groot politiek inzicht. En ze had nog meer in haar mars.

    De tekst loopt onder de afbeelding door.


    Reconstructie van de plattegrond van de derde- of vierde-eeuwse Colonia Claudia Ara Agrippinensium, oftewel Keulen.

    Agrippina was in Germania geboren, bij een nederzetting van een Romeins-vriendelijke Germaanse stam, de Ubiërs. Haar vader, de prominente generaal Germanicus, had er zijn legerplaats. Deze Germanicus was een neef van de tweede Romeinse keizer, Tiberius, en gold als diens beoogde opvolger. Niemand van de keizerlijke clan was zo geliefd bij leger en volk als hij, maar hij stierf voordat hij de troon kon bestijgen.

    Germanicus had ervoor gezorgd dat de Ubiërs vrijwillig naar Romeins grondgebied verhuisden, en had zich ingezet voor een blijvend goede verstandhouding met de stam.

    Alliantie met de vijand

    Negen jaar na Caligula’s dood maakte Agrippina daar slim gebruik van – en liet ze meteen zien het strategisch inzicht van haar vader te hebben geërfd.

    Ze was inmiddels even in de dertig. Haar eerste man, aan wie ze als jonge tiener was uitgehuwelijkt, was al tien jaar dood. Sinds een jaar had ze een nieuwe echtgenoot, en wat voor een: keizer Claudius. Hoger kon Agrippina niet klimmen. Ze was nu keizerin. Zo snel kon het gaan in het opportunistische vroegkeizerlijke Rome, waar de hartstochtelijkste vijanden van de ene op de andere dag de innigste allianties sloten als dat beiden beter uitkwam. Claudius lieerde zich zo aan de familie van Augustus, en Agrippina kon hopen op het keizerschap voor haar zoon Nero.

    In het jaar 50 stichtte ze met succes de stad Keulen. Met dit staaltje buitenlandpolitiek oefende ze echte macht uit. Sterker nog: ze liet zien dat ze hier beter in was dan haar man. Claudius zelf had namelijk nogal een rommeltje gemaakt van zo’n zelfde project.

    ‘Dat Claudius stotterde, zwak en mismaakt was, en een gokverslaving had, was al een minpunt’

    Kolonies stichten was een vast punt op de keizerlijke agenda. Het was beschavingspolitiek (uitbreiding van de Romeinse invloedssfeer), militaire strategie  (legerplaatsen op sleutelposities) en veteranenzorg (woonplekken voor uitgevochten soldaten) ineen. Claudius pakte het aldus aan: hij prikte een locatie in Britannia met uiterst vijandige inwoners, en pakte hun grond af zonder er iets voor terug te geven. Een onvermijdelijke opstand was het gevolg, en Claudius’ kolonie liep uit op een enorme mislukking.

    Agrippina deed alles anders. Zij koos juist een plek waarmee ze, omdat ze er was geboren, een persoonlijke band had. Een plek vooral ook met bevriende inwoners. Die mochten er vervolgens niet alleen blijven wonen, ze konden ook nog eens volop meeprofiteren van alle Romeinse moderniteiten. Ze werden zelfs allemaal Romeinse burgers, met alle rechten en privileges die daarbij hoorden. De Ubiërs waren zo blij dat ze zich van toen af aan ‘Agrippijnen’ noemden.

    Colonia Claudia Ara Augusta Agrippinensum, later verbasterd tot Keulen, werd een wonder van harmonieuze samenwerking tussen Germanen en Romeinen. De twee bevolkingsgroepen begonnen meteen onderling te trouwen; al een generatie later was het onderscheid vervaagd. Het werd zo’n bloeiende stad dat andere koloniën er met scheve ogen naar keken.

    Slim politiek spel

    Als vrouw van keizer Claudius bemoeide Agrippina zich ook met andere staatszaken – ongehoord gedrag voor een Romeinse vrouw, en nog nooit eerder vertoond. Geschiedschrijver Tacitus had er geen goed woord voor over. Hij omschreef Agrippina als hard, onbuigzaam en – dodelijker kon niet – ‘mannelijk’. Zuur merkt hij op dat het land volledig transformeerde vanaf het moment dat zij keizerin was. Stel je voor: ‘Men was volstrekte gehoorzaamheid verschuldigd aan een vrouw.’

    Tacitus overdreef. Agrippina had geen formele machtspositie. Als ze iets wilde bereiken moest ze dat indirect doen, via vrienden en beschermelingen. Bovendien was Tacitus, als man van zijn tijd, er blind voor dat het juist een zegen was dat Agrippina zich met het bestuur bemoeide. Claudius zelf bakte er namelijk niet veel van.

    Dat Claudius stotterde, zwak en mismaakt was, en een gokverslaving had, was al een minpunt. Maar dan presteerde hij ook nog als bestuurder uiterst matig. Opstanden en oorlogen te over – tot aan zijn nieuwe huwelijk. Met Agrippina keerden rust en stabiliteit terug.

    De tekst loopt door onder de afbeelding.


    Keizer Nero buigt zich over zijn gedode moeder Agrippina. Negentiende-eeuwse schilderij door Antonio Rizzi.

    Slim politiek spel, dat was haar kracht. Neem de keizerlijke lijfwacht. Iedere Romeinse heerser stond of viel met de steun van deze Pretoriaanse Garde, en zette dan ook steevast loyale volgelingen aan het hoofd. Agrippina ging een stap verder. Zij zorgde dat ook de middelste officiersrangen door getrouwen werden bezet, zodat de hele Garde een stevig fundament onder het keizerschap vormde.

    Ze werkte ook aan een betere verhouding met de senaat, door diplomatie te gebruiken in plaats van dwang en geweld. Daarnaast bracht ze orde in de staatsfinanciën en hield ze toezicht op grote publieke werken. Agrippina was nadrukkelijk niet ‘de vrouw achter’, maar ‘de vrouw naast’. Hoe tactisch ze kon zijn toonde ze bij een hachelijk probleem in Judea. In die altijd onrustige provincie was een felle strijd uitgebroken tussen de Joodse en de Samaritaanse bevolkingsgroepen. Het lukte het plaatselijke bestuur niet om rust te brengen; daarom werd het probleem doorgeschoven naar de keizer. Nu stond Claudius erom bekend dat soort kwesties met zo min mogelijk inspanning te beslechten. Ook in dit geval ging hij weer op onvervalst claudiaanse wijze te werk. Hij hoorde slechts één partij, de Samaritanen, en besloot dat hij genoeg wist: wat hem betreft konden die Samaritanen gelijk krijgen.

    Natuurlijk zou zo’n eenzijdig besluit bepaald geen rust hebben gebracht in Judea. Maar Agrippina greep in: zij zorgde voor een eerlijker proces, waarin ook de Joden hun zegje mochten doen.
     

    Gespreid bed voor Nero

    Rome mocht blij zijn dat Agrippina een te grote broek aantrok. Al ging het haar in zekere zin niet eens om het welzijn van Rome op zich. Haar ultieme doel was een gespreid keizerlijk bedje voor Nero. Ze wilde haar enige zoon voorzien van een stabiel en welvarend rijk.

    Toen het eenmaal zover was, herhaalde de geschiedenis zich in omgekeerde volgorde. Zolang Agrippina naast de keizer stond, ging het Rome goed. Zodra Nero het alleen ging doen, gleed hij af en werd hij uiteindelijk een van de slechtste Romeinse keizers ooit.

     
    Afke van der Toolen is journalist.