De verhalen van de eerste vrouwelijke Kamerleden zijn bekend, maar wie waren de eerste vrouwen in de lokale politiek? In Ware wonderdieren geeft historicus dr. Margit van der Steen antwoord op die vraag. In een tijd dat getrouwde vrouwen officieel handelingsonbekwaam waren, waagden honderden van hen toch de sprong naar de gemeenteraad.
Van der Steen onderzocht krantenartikelen en andere bronnen uit de periode 1917-1927 om te achterhalen hoe het de eerste vrouwen in gemeenteraden verging. Tijdgenoten schreven dat de lokale politiek goed bij vrouwen zou passen. ‘De gemeente werd voorgesteld als een uitgebreid huishouden. Ik kwam citaten tegen over zuinige huismoeders die beter met het politieke huishouden zouden kunnen omgaan.’
Wanneer kwamen de eerste vrouwen in de lokale politiek?
‘Dat gebeurde al voordat vrouwen in Nederland actief kiesrecht kregen. In 1917 mochten vrouwen zich wel verkiesbaar stellen, maar zelf nog niet naar de stembus. De eerste vrouwen werden dus door mannen verkozen. Tot mijn verrassing waren er veel meer vrouwen met politieke ambities dan ik voor mogelijk had gehouden: ik heb er in die tien jaar 400 gevonden. Ongeveer 250 daarvan kwamen ook daadwerkelijk in de politiek terecht. Het beeld dat dit alleen hoogopgeleide vrouwen uit de elite waren, bleek ook niet te kloppen. Er namen ook arbeidersvrouwen zitting in de gemeenteraad.’
Getrouwde vrouwen waren destijds juridisch handelingsonbekwaam. Waren dit allemaal ongehuwde vrouwen?
‘We hebben het inderdaad over een tijd waarin zelfs geprocedeerd werd over de vraag of een getrouwde vrouw haar eigen kunstgebit mocht kopen. Maar tot mijn verbazing bleek meer dan driekwart van de vrouwen in de lokale politiek getrouwd, en een groot deel had kinderen. Het was voor huisvrouwen dus mogelijk om een politieke functie te vervullen. Deze vrouwen moesten eigenlijk hun man gehoorzamen, maar deden dit werk dus toch.’
Hoe werd daar door tijdgenoten naar gekeken?
‘In kranten spraken mensen de verwachting uit dat zij iets “vrouwelijks” zouden meebrengen naar de politiek. Ze zouden empathischer zijn dan mannen en praktischer zijn. Maar er werd ook negatief over ze geschreven. Zo werd de eerste vrouw in de Eerste Kamer een kakelkip genoemd. Honderd jaar later zijn dat soort bejegeningen nog niet verdwenen; uit onderzoek van kennisinstituut Atria blijkt dat vrouwelijke gemeenteraadsleden nog steeds veel te maken hebben met seksisme.’
‘De eerste vrouw in de Eerste Kamer werd een kakelkip genoemd’
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Waar liepen deze vrouwen nog meer tegenaan?
‘Vrouwen waren niet gewend om in het openbaar te spreken, maar in de gemeenteraad moesten ze wel. Daar moesten ze het debat met hun tegenstander aangaan. Dat vonden veel vrouwen een van de lastigste dingen. SDAP-politicus Carry Pothuis-Smit, de eerste vrouw in de Eerste Kamer, zag te vaak vrouwen die hun zegje deden in de gemeenteraad en daarna zwegen. Ze waren te blij en opgelucht dat ze hun woordje hadden gedaan. Maar Pothuis-Smit vond dat deze vrouwen door moesten gaan en in debat moesten. De sociaal-democraten trainden hun vrouwelijke kandidaten daarom ook in debatteren.’
Met welke onderwerpen hielden de vrouwelijke politici zich bezig?
‘Ze verbreedden de politieke agenda en vroegen om de dingen die zij ontbeerden voor henzelf en hun gezin. Zo hielden ze zich bezig met de discriminatie door de huwelijkswetgeving en zetten ze zich op allerlei manieren in voor de zorg voor moeders en kinderen. Denk aan de uitbreiding van het zwangerschapsverlof, betere betaling van vroedvrouwen en de zorg voor een kraamkamer in een ziekenhuis. Ze spraken over speelplaatsen, en over gratis melk en kleding voor kinderen uit arme gezinnen. Ook pleitten ze voor betere woningbouw: de woning was natuurlijk de werkplek van de huisvrouw.’
Ze hielden zich ook bezig met drankbestrijding.
‘Vrouwen omschreven dat als een vorm van moederschapszorg. Ze wilden ervoor zorgen dat het loon van mannen niet opging aan drank, zodat het gezin geen honger leed. Op gebieden als moederschap vonden de vrouwen elkaar, maar er waren ook politieke verschillen. Zo was er een discussie over de vraag of getrouwde vrouwen nu wel of niet voor de klas mochten staan. In Delft was er een katholiek vrouwelijk raadslid dat zich daar fel tegen verzette – en met succes.’
Zijn er andere vrouwelijke politici die u nog lang bij zullen blijven?
‘Dat is Eiske ten Bos-Harkema, de eerste sociaaldemocratische vrouwelijke wethouder die in de gemeenteraad van Gasselte zat. Zij schreef over grensoverschrijdend gedrag van een politieagent, dat was misschien wel de eerste melding daarvan. Die agent heeft haar aangeklaagd voor smaad, waarna ze een maand in de gevangenis belandde.’
‘Maar ook Carrie Pothuis-Smit moet ik noemen. Zij heeft enorm veel gedaan om vrouwen politiek actief te laten worden, terwijl ze veel weerstand kreeg. Zij vond dat vrouwen zich apart moesten organiseren om zich te ontwikkelen, en daarover lag ze in de clinch met nota bene de eerste vrouw in de Tweede Kamer: Suze Groeneweg. Pothuis-Smit verdient eigenlijk een biografie.’

Hoe hebben deze wegbereiders de rol van vrouwen in de politiek beïnvloed?
‘Ze hebben veel voor elkaar gekregen: van de uitbreiding van het zwangerschapsverlof tot het openstellen van het burgemeestersambt voor vrouwen. Je ziet dat vrouwen nog steeds andere onderwerpen aankaarten dan mannen, denk recentelijk aan femicide en huiselijk geweld. Dat wordt ook door mannen ondersteund, maar vrouwen zetten het op de kaart. Het is een les die vrouwen kunnen trekken uit dit verleden: als volksvertegenwoordiger kun je het verschil maken.’
Dr. Margit van der Steen is verbonden met het KNAW Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur en Atria. Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Voor haar onderzoek ontving ze een LIRA beurs.

