• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 6/2019

    Vlaanderen boven! Nationalisme in Vlaanderen

    Een nationaal gevoel in 6 fasen

    Door: Koen Vossen

    Sinds de negentiende eeuw zijn de Vlamingen op zoek naar zichzelf. Wat kenmerkt hen? En waar horen ze thuis? In het federale België of bij de Nederlandstalige noorderburen? De ‘Vlaamse Beweging’ gaf in de loop der jaren steeds andere antwoorden.

    1. De taalminnaars

    Toen in 1830 het Koninkrijk België werd gesticht was van een ‘Vlaamse zaak’ nog geen sprake. De nieuwe natie was het geesteskind van een Franstalige bourgeoisie en aristocratie, die niet alleen in Wallonië, maar ook in Vlaanderen woonde. De door haar opgestelde hypermoderne grondwet was vanzelfsprekend in het Frans geschreven, de grote cultuurtaal van de Verlichting en de Moderniteit. Zoals in elk Europees land bestonden er daarnaast een hele serie tot uitsterven gedoemde dialecten. Behalve Nederduitse dialecten als het Limburgs, Brabants, West-Vlaams en Oost-Vlaams werd in het zuidelijke deel van het nieuwe land een serie Romaanse Waalse dialecten gesproken, zoals het Luiks, het Picardisch en het Lotharings.

    Dat er zoiets als een Vlaams nationaal gevoel ontstond, was te danken aan een betrekkelijk klein groepje intellectuelen, onderwijzers en geestelijken uit steden als Antwerpen, Brugge en Gent. Onder invloed van de vooral in Duitsland populaire Romantiek gingen schrijvers als Hendrik Conscience, Prudens van Duyse en Guido Gezelle zich verdiepen in de volkstaal, tradities en geschiedenis van hun eigen regio. De ‘taalminnaars’ streefden naar een erkenning van de Nederduitse volkstaal binnen het Koninkrijk België.

    Om dit te bereiken diende uit de veelheid van dialecten een standaardtaal te worden gebrouwen met een eigen woordenschat, grammatica en literaire traditie. Het recept daarvoor werd na enig soebatten uiteindelijk bij de noorderburen gevonden, namelijk het Nederlands. Hoewel van een andere orde dan het Frans, had het Nederlands als cultuurtaal inmiddels enige status verworven.

    Van een verdere toenadering tot de noorderburen was echter geen sprake: het cultuurflamingantisme van de negentiende-eeuwse Vlaamse Beweging ging nog hand in hand met een grote loyaliteit aan de Belgische staat.
     

    2. Gelijkheid

     
    Eind negentiende eeuw wist de Vlaamse Beweging een betere positie voor het Nederlands te bewerkstelligen. In 1898 werd de Gelijkheidswet aangenomen, waarmee het Nederlands formeel als landstaal werd erkend en waardoor alle wetten, amendementen en besluiten tweetalig dienden te worden gepubliceerd.

    Maar de aanname van de wet betekende nog niet dat de Franstalige bovenlaag de taal van ‘meiden en knechten’ werkelijk aux sérieux nam, laat staan dat ze bereid was deze te leren. Dat bleek eens te meer toen in 1914 duizenden Vlaamse jongens naar het front in West-Vlaanderen werden geroepen om te dienen voor Koning en Vaderland. Daar troffen ze vrijwel alleen Franstalige officieren, die de Vlamingen vooral als kanonnenvlees beschouwden.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen