Home Verzetslieden in de Koude Oorlog

Verzetslieden in de Koude Oorlog

  • Gepubliceerd op: 30 nov 2005
  • Update 02 mei 2023
  • Auteur:
    Bart van der Boom
Verzetslieden in de Koude Oorlog

Na het kamp heeft op het eerste gezicht een beperkt onderwerp: de ‘zelforganisaties’, opgezet door ex-gevangenen van de concentratiekampen Dachau, Buchenwald, Ravensbrück, Natzweiler en Auschwitz. Maar het is geenszins een beperkt boek. Zoals Withuis in haar dissertatie aan de hand van de geschiedenis van de communistische Nederlandse Vrouwen Beweging een indringend beeld schetste van het communistisch ‘levensbeschouwelijk regime’, zo beschrijft ze hier aan de hand van de kampcomités zowel de mentale wereld van de ex-gevangenen als de geschiedenis van de herdenking en verwerking van de Duitse bezetting.

Die geschiedenis is inmiddels redelijk bekend – onder andere uit eerdere publicaties van Withuis. Tijdens de wederopbouw overheerste een ‘flinkheidsmoraal’; er was weinig geduld voor psychisch leed of slachtofferschap. De Koude Oorlog duwde de massamoord die door de gewaardeerde bondgenoot was begaan nog verder in de vergeethoek. Hij sloeg daarnaast een diepe kloof tussen de communistische en de overige oud-verzetsstrijders, die bijna allemaal anticommunist werden. Beide kampen claimden de mantel van het verzet; de communisten zetten de strijd voort tegen het nieuwe fascisme uit Amerika en het West-Duitse ‘revanchisme’, de anticommunisten de strijd tegen de dictatuur.

Pas in de tweede helft van de jaren zestig veranderde dit. De Koude Oorlog leek voorbij, het nationaal-patriottisch oorlogsverhaal stuitte op scepsis van langharig tuig en Pressers monumentale Ondergang drukte een ieder met zijn neus op het onaangename feit van 100.000 vermoorde landgenoten. De oorlog werd steeds meer in psychologische en steeds minder in politieke termen beschreven; brute onderdrukkers en koene patriotten maakten plaats voor beschadigde slachtoffers en onverschillige omstanders.

Het knappe van Withuis’ boek is dat zij haar casus, de geschiedenis van de kampcomités en vriendenclubs, volkomen laat opgaan in deze context. Voorgrond en achtergrond vloeien ineen, wat het verhaal grote diepgang verschaft. Daarbij maakt Withuis vooral duidelijk hoe groot de rol van de Koude Oorlog is geweest. Al in de kampen vreesden sommige gezags- en oranjegetrouwe ‘patriotten’ de ‘rode terreur’ van de goed georganiseerde communistische medegevangenen. En anders maakte de naoorlogse horigheid van de partijcommunisten aan Moskou wel een einde aan de vriendschap. De organisatie van ex-politieke gevangenen Expogé royeerde in 1949 haar communistische leden. De verzets- en kampcomités waarin communisten wel actief bleven werden door anticommunisten weggezet als mantelorganisaties van de CPN – wat ze meestal ook waren.

Dit anticommunisme is vaak beschreven als het spiegelbeeld van het communisme – even fanatiek en ongenuanceerd. Wie dat niet gelooft, vindt bij Withuis ammunitie. Onverbloemd laat zij zien hoe de communisten de kameraadschap tussen ex-gevangenen, hun behoefte aan geestelijke bijstand en de herdenking van hun doden – en, bijna vanzelfsprekend, de historische waarheid – rücksichtslos opofferden aan partijpolitiek en propaganda.

De held van dit boek is een geharnaste anticommunist Pim Boellaard. Als intimus van prins Bernhard, zeer geslaagd zakenman, Haagse insider en doorgewinterde nationalist was hij op en top establishment. Toch was hij onomstreden als vertrouwensman van de oud-gevangenen van Natzweiler en Dachau. Hoewel principieel als het moest en geenszins naïef probeerde hij steeds weer met verstandige compromissen iedereen binnenboord te houden. ‘Vriendschap en politieke strijd,’ luidt Withuis’ ondertitel. Een man als Boellaard koos consequent voor de vriendschap, communisten consequent voor de strijd.

In de jaren zeventig vonden communisten en anticommunisten elkaar weer, zij het niet als vrienden maar als slachtoffers. Dat was voor zowel de communisten, die persoonlijk verdriet zagen als een gebrek aan politiek bewustzijn, als voor mannetjesputters als Boellaard een vreemde rol. De maatschappelijke erkenning van ‘late gevolgen’ van oorlogsleed bracht echter winst: fatsoenlijke uitkeringsregelingen, gespecialiseerde geestelijke hulp en een vinger in de Haagse pap bij oorlogskwesties als de Drie van Breda.

Maar er was ook verlies: slachtofferschap werd een gewilde status, die steeds makkelijker te verkrijgen was. De jodenvervolging, die pas met de erkenning van het psychisch leed voluit in de belangstelling kwam te staan, dreigde vervolgens weer te verdwijnen in wat Withuis sardonisch een ‘ongedifferentieerde en nivellerende pijnbrij’ noemt.

Dat is misschien wel het meest bewonderenswaardig aan dit boek: de combinatie van harde oordelen en nuance, van empathie en objectiviteit, van verfijnde psychologie en historische feitelijkheid.

Bart van der Boom is universitair docent aan de Universiteit Leiden en werkt aan een boek over de NSB.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Militaire parade bij een groot portret van Philippe Pétain, 1940.
Militaire parade bij een groot portret van Philippe Pétain, 1940.
Beeldessay

Frankrijk is verdeeld over het Vichy-regime

De zuidelijke helft van Frankrijk was tijdens de oorlog een satellietstaat van de nazi’s, met aan het hoofd maarschalk Philippe Pétain. Was hij een collaborateur of probeerde hij de Fransen juist te beschermen? Daarover woedt nog steeds een debat. In de zomer van 1940 werd Frankrijk binnen enkele weken onder de voet gelopen door nazi-Duitsland....

Lees meer
Stadsbrand van 1452 in Amsterdam.
Stadsbrand van 1452 in Amsterdam.
Artikel

Janna Coomans: ‘De Nederlandse strijd tegen het vuur is een vergeten geschiedenis’

Na haar prijswinnende boek Dievenland doet mediëvist Janna Coomans nu onderzoek naar middeleeuwse brandbestrijding. Op vrijdag 12 juni geeft ze een lezing over het onderwerp tijdens een collegedag van Historisch Nieuwsblad. Ze geeft alvast een voorproefje: ‘Dagelijks gevaar zat in allerlei zaken, van dienstmeisjes die brandend as naar buiten tilden tot de boer die ‘s...

Lees meer
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Engelsen geven zich over aan de Japanners. Singapore, 15 februari 1942.
Artikel

De Britten bleken geen partij voor de Japanners

In februari 1942 veroverden de Japanners de stad Singapore, tot dan toe een Britse kolonie. Volgens premier Winston Churchill was deze nederlaag ‘de grootste ramp in de Britse militaire geschiedenis’. Het zou het einde betekenen van een wereldrijk. Ze staan er nog: de grote naar zee gerichte kanonnen van Fort Siloso op Sentosa, een eilandje...

Lees meer
Grigori Raspoetin.
Grigori Raspoetin.
Recensie

Gebedsgenezer Raspoetin combineerde devotie met lust

Met zijn grote gestalte, woeste baard, indringende ogen en orakeltaal maakte gebedsgenezer Grigori Raspoetin diepe indruk op tsarina Alexandra. Via haar kreeg hij steeds meer invloed aan het Russische hof. Antony Beevor laat zien hoe een giftige dynamiek op gang kwam, die leidde tot de moord op Raspoetin en de ondergang van de Romanov-dynastie. Wie...

Lees meer
Loginmenu afsluiten