• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 12/2019

    Uit vrees voor de ‘Kladderadatsch’

    Vuurwapenbezit aan banden gelegd

    Door: Johri Maat

    Door een maas in de wet was vuurwapenbezit in Nederland eind negentiende eeuw vrij. Maar toen de angst voor een communistische omwenteling opspeelde, greep minister van Justitie Theo Heemskerk in. Zijn Vuurwapenwet legde burgers vanaf 1919 strengere beperkingen op.

    Toen in 1813 de Fransen waren verslagen en Nederland weer zelfstandig werd, bleef de Franse strafwet – de Code Pénal – nog lang van kracht. Dat gold ook voor de verboden op het vervaardigen, verhandelen, bezitten en dragen van wapens door particulieren.

    Pas in 1886 werd het eerste Nederlandse Wetboek van Strafrecht ingevoerd. Hierin bleven de Franse verbodsbepalingen voor wapens gehandhaafd, maar werden de strafbepalingen niet goed geregeld. Dat leidde tot een bijzondere situatie: een verbod zonder handhavingsmogelijkheden. Alleen misbruik van wapens, zoals ermee dreigen, verwonden en doden, was strafbaar. Het parlement discussieerde over de vraag of de tekortkoming moest worden hersteld met een regeling in het Wetboek van Strafrecht of dat gemeenten het probleem via de plaatselijke politieverordening zelf konden oplossen.

    Ook waren er Kamerleden die vonden dat particulier wapenbezit helemaal niet hoefde te worden gereguleerd. Zij meenden dat zo’n wet inbreuk maakte op de vrijheid van het individu en zelfverdediging belemmerde. Bovendien zouden kwaadwillenden zich toch niet aan een totaalverbod op het bezit van wapens houden – een redenering die in hedendaagse discussies over legaal particulier vuurwapenbezit wereldwijd nog regelmatig wordt aangehaald.
     

    ‘Socialistenwet’

    Omdat het dragen van wapens door particulieren onder bepaalde omstandigheden – zoals bij socialistische manifestaties – als een groot risico werd gezien, kwam de regering met de Wapenwet 1890. Ferdinand Domela Nieuwenhuis, Kamerlid van de Sociaal-Democratische Bond, stelde tijdens de behandeling van deze wet dat dit in feite een gelegenheidswet was, ‘een socialistenwet’. Minister van Justitie Charles Ruijs de Beerenbrouck had immers zelf aangegeven dat hij de wet ‘in de tegenwoordige tijdsomstandigheden nodig’ achtte. Dat liet de minister zich niet zeggen en hij refereerde dan ook aan een zeer vroege voorloper van de wet. Al in 1453 had Filips de Goede de burgers van Gent laten ontwapenen na het neerslaan van de Gentse Opstand. In 1459 volgde een uitgebreide ordonnantie die lang van kracht bleef in delen van de Nederlanden.  

    Het verbod in de Wapenwet 1890 had slechts betrekking op het dragen van wapens – zowel vuurwapens als steek- en slagwapens – in het openbaar of ‘op enige voor het publiek toegankelijke plaats’. Er waren ook uitzonderingen mogelijk. Bijvoorbeeld voor leden van erkende schietverenigingen en voor jagers, bij optochten en voor zelfverdediging. Verder bleef het toegestaan een ingepakt wapen dat niet voor onmiddellijk gebruik gereed was te vervoeren. Later werd daarom weleens ironisch beweerd dat revolutionairen die zich verzamelden voor ‘den grooten Kladderadatsch’ – een totale revolutie - het advies kregen hun wapens tijdens het vervoer in te pakken.
     

    Sommige Kamerleden vinden dat burgers recht hebben op zelfverdediging

    Het wapenbezit zelf bleef toegestaan en nam toe dankzij de technologische ontwikkelingen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Dankzij de industrialisering werden met name vuurwapens betrouwbaarder, goedkoper en makkelijker verkrijgbaar voor wie het zich kon veroorloven.
     

    Alleen een verbandje

    Er werd openlijk geadverteerd voor vuurwapens, zelfs in socialistische weekbladen, zoals De Volkstribuun. Daarin werden ‘socialistische meisjes’ in 1893 aangespoord om een revolver als ‘St. Nicolaas-Kadeautje’ voor hun vrijer te kopen. Bestellen kon gewoon per postwissel, zoals tegenwoordig in een webshop, zonder verdere voorwaarden. Overigens waren deze advertenties in socialistische kringen niet onomstreden. Zo was de directeur-uitgever H.J. Poutsma in zijn sociaal-democratisch weekblad De Nieuwe Tijd op 21 oktober 1893 zeer kritisch, niet alleen om morele redenen, maar ook om praktische: ‘Die revolvers zijn voor een werkelijk gebruik geheel en al ongeschikt; het zijn geen oorlogswapens en ze kunnen in een eventueel gevecht den drager niet den minsten dienst bewijzen; dit is bij de Belgische kiesrechtonlusten gebleken. Dáár toch hadden de arbeiders soortgelijke revolvers en zoo zij bij toeval soms een gendarme raakten, ging de getroffene even bij z’n dokter, die de kogel er uit haalde, ’n verbandje omlegde en de man was onmiddellijk weer voor den dienst gereed.’
     
    Advertentie uit De Volkstribuun, 1893.

    Ondertussen ontstond het besef dat vrij beschikbare vuurwapens ‘bedenkelijk’ waren in handen van ‘misdadigers, zieken van geest en kinderen’, terwijl bijvoorbeeld de verkoop van gif wel allerlei beperkingen kende. Maar vooral de toenemende dreiging van revolutionair geweld en de ontwikkelingen aan de landsgrenzen waren aanleiding tot strengere wetgeving.

     
    Bewapende vluchtelingen

    Hoewel Nederland bij de uitbraak van de Grote Oorlog in 1914 zijn neutraliteit wist te behouden, werd het er wel degelijk door geraakt. Duitse troepen hadden de grens met België afgegrendeld en de oorlog zelf woedde al op zo’n vijftig kilometer van de Nederlandse grens. Nederland moest het leger mobiliseren om de neutraliteit te kunnen verdedigen. Het had in de zuidelijke en oostelijke grensgebieden de staat van beleg afgekondigd en daarmee in die gebieden het militair gezag ingesteld.

    Nederland ving een groot aantal Belgische burgervluchtelingen op. Sommige vluchtelingen waren bewapend, en de vrees bestond dat zij zich vanaf Nederlands grondgebied als franc-tireurs (‘burgerstrijders’) zouden mengen in de oorlog en daarmee de Nederlandse neutraliteit in gevaar zouden brengen. Ook waren er militairen van de strijdende partijen die bewust – bijvoorbeeld op de vlucht of door desertie – of per ongeluk – bijvoorbeeld door een navigatiefout of een noodlanding – het Nederlandse grondgebied betraden. Die moesten worden ontwapend en voor de duur van de oorlog worden geïnterneerd.
     
    Reclame uit 1913.
    Na de Russische Revolutie in oktober 1917 in Rusland, was het ook in Duitsland gaan rommelen. Dat resulteerde in de afzetting van keizer Wilhelm II en de oprichting de Weimarrepubliek op 9 november 1918. Door de Eerste Wereldoorlog ontstond ook in Nederland steeds meer schaarste aan voedsel en brandstof, wat mede leidde tot spanningen onder de bevolking en stakingen, ook onder dienstplichtigen. Vooral de communisten roerden zich in de grote steden, geïnspireerd door de successen van hun geestverwanten in Rusland. Het besef groeide dat particulier vuurwapenbezit dat was bedoeld voor particuliere zelfverdediging zich ook weleens tegen de staat zou kunnen keren.

     
    Alarmerende berichten

    Na de wapenstilstand op 11 november 1918 wilden Duitse troepen die zich in België bevonden de kortste route naar huis nemen: via Nederlands-Limburg. De Nederlandse autoriteiten stonden dit toe, maar vanwege de neutraliteitsvereisten wel op strikte voorwaarde dat dit ongewapend zou zijn. Via de Maas-brug bij het Belgische Maaseik trokken in de laatste twee weken van november 1918 70.000 militairen via het Nederlandse Roosteren en Susteren terug naar Duitsland.

    Een deel van de wapens werd bij het Nederlandse leger ingeleverd, maar er werden ook wapens geruild tegen etenswaren en andere goederen, of gewoon weggegooid. Het gevolg was dat er veel wapens en munitie in omloop kwamen. Ook bereikten de nieuwe minister van Justitie, Theo Heemskerk, diverse rapporten over verlaten wapendepots in de grensstreek en mogelijke wapensmokkel naar Nederland. Het ging hierbij niet om eenvoudige ‘consumentenwapens’, maar om wapens van ‘oorlogskwaliteit’, waaronder automatische vuurwapens die vanwege de grote vuurkracht voor particulieren ongewenst waren.
     

    Dankzij de industrialisering zijn vuurwapens betrouwbaar en goedkoop

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen