Home Tongschroef van doopsgezinde martelaar teruggevonden

Tongschroef van doopsgezinde martelaar teruggevonden

  • Gepubliceerd op: 14 juli 2009
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Jan Dirk Snel

De twee ijzeren staafjes waarmee de jonge Hans Bret in 1577 het zwijgen werd opgelegd zijn terecht. De Amsterdamse hoogleraar doopsgezinde kerkgeschiedenis Piet Visser vond Brets tongschroef in Genève.

Hans Bret was doopsgezind en ongeveer eenentwintig jaar oud toen hij in januari 1577 in Antwerpen op de brandstapel belandde. Zelfs tijdens zijn gevangenschap probeerde Bret zijn medegevangenen nog te bekeren tot het doperdom. De autoriteiten vreesden dat hij bij het betreden van de brandstapel luid psalmen zou zingen. Dat zou weleens opschudding kunnen veroorzaken, dus daarom brachten ze een tongschroef bij hem aan. Dit instrument bestond uit twee ijzeren staafjes om de tong van het slachtoffer.

De tongschroef werd na afloop door een vriend van Bret, Hans de Ries, opgedolven uit de as. De Ries werd een belangrijk dopers voorman en tijdens zijn preken liet hij de relikwie vaak zien. Het martelwerktuig werd berucht in doopsgezinde kringen. In 1638 liet De Ries de tongschroef na aan zijn nicht Trijntje Symons, die er een briefje bij deed: ‘Dit vyseltien heeft een martelaar de mondt meede toe geschroeft gewest die omt geloof gebrandt worden omdat hij geen salmen soude singen.’

In 1866 kreeg doopsgezind kerkhistoricus J.G. de Hoop de schroef in handen, maar na diens dood leek het voorwerp te zijn verdwenen. Totdat VU-hoogleraar Piet de Visser een uitnodiging kreeg van De Hoops achterachterkleinzoon Boudewijn de Hoop Scheffer, de broer van de bekende CDA-politicus. De Visser mocht in Genève het familiearchief komen bekijken. Boudewijn de Hoop Scheffer had het familiearchief overgenomen van zijn oom, oud-ambassadeur in Irak J.G.N. de Hoop Scheffer, die het zelfs had meegesleept naar zijn standplaats in Bagdad.

De Visser vertelde het Nederlands Dagblad, dat het nieuws op 1 oktober bekendmaakte: ‘We waren koud een uur bezig, toen Boudewijn me een doosje liet zien. “Dit is ook zoiets raars,” zei hij, en opende het. Ik begreep meteen dat het metalen voorwerp de tongschroef van Hans Bret moest zijn. Om met Johan Huizinga te spreken: het was een historische sensatie, alsof heden en verleden samenvloeien.”

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.