Home Sterven werd lang doodgezwegen, maar nu wordt er over de dood gepraat

Sterven werd lang doodgezwegen, maar nu wordt er over de dood gepraat

  • Gepubliceerd op: 30 mrt 2026
  • Update 24 mrt 2026
  • Auteur:
    Annegreet van Bergen
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.

Tot na de Tweede Wereldoorlog was er weinig openheid over de dood. Begrafenissen waren plechtige bijeenkomsten vol vaste rituelen. Hoe anders is dat tegenwoordig. Terminale patiënten beslissen mee over hun behandeling en kunnen kiezen voor een alternatieve uitvaart.

‘Dat je dit allemaal nog wilt,’ zei ik tegen mijn man. ‘Ach,’ antwoordde Pieter, ‘doodgaan is ook zo wat.’ Uit voorzorg was hij ooit lid geworden van Coöperatie De laatste wil en omdat hij geplaagd werd door aanhoudende reuma- en neuropathische pijnen, algehele slapte en benauwdheid, had hij al een paar keer met de huisarts over euthanasie gesproken. Maar een concreet verzoek had hij nog steeds niet gedaan. Oog in oog met de dood verlegde hij, zoals de meeste mensen, zijn grenzen.

Totdat het op een gegeven moment echt niet meer ging. Hij kreeg een blaasontsteking, miste de kracht om op zijn benen te staan en had een zuurstofapparaat nodig om te kunnen ademen. Toen besloten Pieter en de huisarts dat ze over vier dagen de officiële euthanasieprocedure zouden starten. Maar na twee dagen kwam de huisarts opnieuw. Omdat Pieters hart alarmerend weinig pompkracht had, wilde ze hem een plan B voorleggen. Door zijn hartfalen hoopte zich vocht op achter de longen. Tot dan toe was dat euvel met plaspillen verholpen. Als hij met die pillen stopte zou zijn hart het niet meer kunnen bolwerken. Daardoor zou hij misschien benauwd worden, maar met morfine kon dat benauwdheidsgevoel onderdrukt worden. Vervolgens zou hij kunstmatig in slaap worden gebracht, net zolang tot zijn hart niet meer zou slaan. ‘Palliatieve sedatie’ heet dit proces.

Meer historische context bij het nieuws van vandaag?

Meld u aan voor de gratis nieuwsbrief van Historisch Nieuwsblad.
Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Aan Pieter was de keuze: euthanasie of palliatieve sedatie. Hij koos voor palliatieve sedatie. Als echtgenote ben ik daar achteraf blij om. Want ik kan terugkijken op een rustig overlijden, ruim een etmaal nadat hij met zijn plaspillen gestopt was.

Als journaliste realiseer ik me hoe bijzonder het historisch gezien is wat Pieter en ik aan de vooravond van zijn overlijden meemaakten. Allereerst hoeven artsen in Nederland niet meer in het geniep een zwaar zieke patiënt uit zijn lijden te verlossen, maar is er een wettelijk kader waardoor ze (kort gezegd in geval van ondraaglijk en uitzichtloos lijden en na een wilsbekwaam verzoek) volkomen legaal iemand euthanasie mogen verlenen.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Minstens zo bijzonder is het dat de dokter de keuze aan Pieter liet. Artsen zijn steeds minder de allesweters die boven hun patiënten staan. Steeds vaker hebben ze de rol van goed geïnformeerde coaches die patiënten wegwijs maken in het doolhof van medische mogelijkheden. Dat was in het naoorlogse Nederland radicaal anders. Toen was de dokter een autoriteit die in zijn eentje besliste over de te volgen behandelingen.

We leven steeds langer

Intussen zijn in het steeds rijkere Nederland de kosten voor de gezondheidszorg enorm gestegen. Het aantal medische mogelijkheden is razendsnel gegroeid. Niet voor niks heet het dat de dokters steeds ‘knapper’ zijn geworden en dat zie je terug in de gemiddelde leeftijd bij overlijden. Was die in 1950 nog 61,2 jaar, nu is die 78,5 jaar, een stijging van meer dan zeventien jaar.

Wanneer je aan een groep 65-plussers vraagt wie van hen dankzij medisch ingrijpen nog in leven is, steekt bijna de helft van de aanwezigen zijn hand op. To be or not to be is anno 2026 vaak het gevolg van ingrijpen door artsen. Vaak overleggen die met kankerpatiënten of die bepaalde (zware) behandelingen wel willen ondergaan om zo de dood op afstand te houden.

Historische afbeelding van een rouwstoet met koets en mensen.
Afbeelding bij het artikel over de dood en hoe er nu over wordt gesproken.
De rouwstoet voor de veertienjarige Jack Hoogendijk
De rouwstoet voor de veertienjarige Jack Hoogendijk, 10 januari 2025. De jongen kwam om het leven op oudejaarsavond toen hij een stuk zwaar vuurwerk voor de tweede keer wilde aansteken.

Dit alles leidt ertoe dat soms op verwijtende toon wordt gezegd dat sterven tegenwoordig een medisch vraagstuk is geworden. Ik zie het vooral als de prijs die wij betalen voor het feit dat we in Nederland dankzij medisch ingrijpen steeds ouder worden. Daardoor mag sterven dan minder een ‘natuurlijk proces’ zijn, voor veel 65-plussers is überhaupt nog in leven zijn dat evenmin.

Ook wordt er soms op verwijtende toon gezegd dat de dood wordt ‘weggestopt’. Alsof het vroeger niet alleen anders, maar ook beter zou zijn geweest. ‘Toen maakte de dood nog onderdeel uit van het dagelijks leven,’ heet het dan. Dat laatste is waar, maar heeft vooral te maken met een bikkelharde realiteit. Nog niet zo erg heel lang geleden was bijvoorbeeld kindersterfte aan de orde van de dag. Uit een lijst die een doodgraver in Lochem in 1889 opstelde blijkt dat bijna de helft van de 85 doden jonger dan drie jaar was. Tja, in die gezinnen was de dood inderdaad onderdeel van het dagelijks leven.

Vlakbij Lochem ligt buurtschap Oolde. Daar werd Hendrik Willem Heuvel (1864-1926) geboren. In Oolde, mijn Oolde haalt deze oud-schoolmeester herinneringen op aan zijn jeugd in ongeveer dezelfde tijd dat de doodgraver zijn lijst maakte. Het gezin zat bij elkaar en dan zong zijn moeder een liedje uit haar schooltijd: ‘”Het wordt weer avond, Julia, wederom een stapje nader, bij het huis van onzen Vader.” […] Het wekt weemoedig gepeinzen. Ja, het was wel een vriendelijke gedachte: het Vaderhuis met vele woningen.’ Nu denk je: wie laat in hemelsnaam kinderen op school zingen over de naderende dood?

Het sterfbed van koning Willem II, 1849.
Het sterfbed van koning Willem II, 1849.

In het naoorlogse Nederland heerste juist de opvatting dat kinderen te jong waren voor een confrontatie met de dood. Naar de maatstaven van tegenwoordig is het volstrekt onbegrijpelijk dat er begin jaren zestig bij mij op de lagere school geen woord werd gewijd aan het ernstige auto-ongeluk waarbij een leerlinge van onze school was omgekomen. Niets werd er gezegd. Ja, wij kinderen spraken er op het speelplein met elkaar over. Maar in de klas werd er gezwegen. Op geen enkele manier werd zij herdacht en zelf haar klasgenootjes gingen niet naar haar begrafenis.

Mensen spraken niet over kanker, maar over ‘K’

In 1970 stond vast dat de vader van Ineke niet meer beter zou worden. Zij ging als meisje van drie tijdens zijn laatste weken logeren bij kennissen om haar moeder te ontlasten. Anders dan Ineke wisten die kennissen heel goed wat er aan de hand was en daarom verwenden ze haar extra. Ineke had het reuze naar haar zin. Des te groter was haar schrik toen ze thuiskwam en daar alleen haar diepbedroefde moeder aantrof. Terwijl zij feestelijk vakantie vierde, was haar vader overleden. Jarenlang heeft zij zich schuldig gevoeld over het feit dat zij plezier had terwijl haar vader doodging.

Dat Ineke niet verteld werd dat haar vader zou doodgaan, past binnen de naoorlogse zwijgcultuur. In die tijd spraken de meeste mensen niet of nauwelijks over wat ze voelden of wat hen dwarszat. In de medische wereld was dat niet anders: dokters en verpleegkundigen verzwegen bijna systematisch de naderende dood. Mij lijkt het besef dat je niet meer beter wordt en weldra doodgaat, een van de heftigste emoties waar je als sterveling mee geconfronteerd kunt worden. Hoe vreselijk moet het zijn geweest om te vóélen dat je einde nadert, terwijl dokters en verpleegkundigen verstoppertje spelen en jou doelbewust onwetend houden. Toch was dat in 1959 de officiële beleidslijn van artsenorganisatie KNMG: ‘[…] door het ontwijkende gedrag van de arts zal de patiënt dikwijls rijp gemaakt worden om ten slotte de waarheid te vermoeden, te begrijpen en te verwerken.’

Ook hadden mensen het toen niet over kanker, maar over ‘K’. Zelfs in de jaren zeventig was het woord kanker nog taboe, althans in het ziekenhuis waar Trudy in 1972 aan haar opleiding tot verpleegkundige begon. In datzelfde jaar moest de vader van Ellen ‘een zware operatie’ ondergaan. De dokters vertelden niet dat het om kanker ging. Drie dagen na de operatie overleed hij. Ellen: ‘Doordat we dat niet wisten en dus ook niet dat het risico bestond dat hij niet meer beter zou worden, hebben wij geen afscheid kunnen nemen.’

Er is veel veranderd in de omgang tussen artsen en patiënten. Babyboomers en de na hen komende generaties mochten in het steeds welvarender Nederland langer doorleren. Goedopgeleide mensen laten zich niet bevoogden. Die komen in opstand tegen gezag en willen inspraak. Aanvankelijk vond die opstand vooral op universiteiten en hogescholen plaats. Toen echter de babyboomers met het klimmen der jaren steeds meer gezondheidsklachten kregen en vaker naar de dokter moesten, veranderden ook in de spreekkamers en binnen de ziekenhuizen de gezagsverhoudingen.

Bovendien is een universitaire opleiding al lang niet meer het exclusieve voorrecht van rijkeluiskinderen: ook getalenteerde arbeiderskinderen gaan studeren en worden dokter. Artsen zijn steeds vaker van eenvoudige komaf en ook dat heeft bijgedragen aan een gelijkwaardiger verhouding tussen dokter en patiënt.

Ontkerkelijking speelde belangrijke rol

Ook in de omgang met dood, uitvaart en rouw vonden grote veranderingen plaats. Het afscheid van een dierbare wordt steeds persoonlijker ingekleurd. Rouwen is al lang niet meer een geïnstitutionaliseerde sociale verplichting met allerlei uiterlijk vertoon. De grootste verandering is misschien wel dat mensen hun verdriet niet meer hoeven weg te stoppen: huilen mag. Omdat rouw net zo persoonlijk is als iemands vingerafdruk, wordt nabestaanden steeds meer ruimte gegund om op hun eigen manier afscheid te nemen en uiting te geven aan hun verdriet.

Ontkerkelijking speelt daarbij een belangrijke rol. Steeds minder doden worden met kerkelijke rituelen begraven. Ook vond er in de jaren zestig een stille revolutie plaats, toen de katholieke kerk in 1963 het verbod op lijkverbranding introk. Eind negentiende eeuw had diezelfde katholieke kerk dat verbod uitgevaardigd, omdat cremeren in strijd zou zijn met de wederopstanding van de doden na het Laatste Oordeel. Telde Nederland midden jaren zestig slechts twee crematoria, nu zijn dat er ruim honderdtwintig en wordt 70 procent van de overledenen gecremeerd.

Een uitvaart was tot eind vorige eeuw bijna altijd een uiterst plechtige bedoening. Als er al anderen dan kerkdienaren spraken, dan waren dat vooral oude witte mannen. Die waren niet gewend om privé over hun gevoelens te praten, laat staan dat ze dat in het openbaar deden. Soms huurden nabestaanden die zelf al lang niet meer in de kerk kwamen toch maar een dominee in, want anders was het ‘zo kaal’. Willem luisterde met verbazing naar diens woorden. ‘Niet mijn vader, maar een mij onbekende man werd de hemel in geprezen.’

Plechtige gezichten tijdens een begrafenis in 1951.
Plechtige gezichten tijdens een begrafenis in 1951.

Zelfs kinderen voeren het woord tijdens een uitvaart

Inmiddels heeft de maatschappelijke trend van individualisering ook het uitvaartwezen bereikt. Als het niet zo’n triest onderwerp was, zou je zeggen dat het tegenwoordig bij een uitvaart ‘vrijheid blijheid’ is. Veel meer dan tradities of religieuze voorschriften bepalen individuele overtuigingen en voorkeuren de rituelen rond het afscheid.

Kijk alleen maar naar de voertuigen waarmee de overledene naar zijn of haar laatste rustplaats kan worden gebracht. Werkelijk niets is te dol. Naast klassieke rouwauto’s kun je Mercedessen huren in allerlei kleuren en uitvoeringen: van paars, roze, kleurige flower power tot en met een tijgerprint. Voor wie liever ongemotoriseerd vervoer heeft, zijn er speciale bakfietsen of loopkoetsen. Maar je kunt ook kiezen voor een Harley Davidson met zijspan, met op de bijrijdersplek een doodskist.

Uitvaart van chef-kok Jonnie Boer vanaf restaurant De Librije. De kist wordt vervoerd op de zijspan van een Harley Davidson. Zwolle, 2 mei 2015.
Uitvaart van chef-kok Jonnie Boer vanaf restaurant De Librije. De kist wordt vervoerd op de zijspan van een Harley Davidson. Zwolle, 2 mei 2015.
De Appeltern Funeral Fair uitvaartbeurs, 2 juli 2022.
De Appeltern Funeral Fair uitvaartbeurs, 2 juli 2022.

Er is meer veranderd. Kinderen zijn tegenwoordig volop aanwezig bij een begrafenis. Zelfs heel jonge kleinkinderen voeren soms het woord tijdens de uitvaart van hun grootouders. Ze halen herinneringen op, lezen een gedicht voor of zingen een lied. Als ze een live optreden te eng vinden, wordt hun bijdrage van tevoren opgenomen en tijdens de plechtigheid op een scherm afgespeeld.

Ook hebben de doden vaak al bij hun leven hun specifieke wensen aangaande hun uitvaart kenbaar gemaakt. Ofschoon het geen gemakkelijk onderwerp is, denkt een groeiend aantal babyboomers na over hun dood en praat daar met hun naasten over. Ook dat laat zien dat de dood anno 2026 echt niet meer wordt weggestopt.

Ik prijs me gelukkig dat Pieter, weliswaar met grote tegenzin, het monster in de bek heeft gekeken en in goed overleg met de huisarts het onvermijdelijke heeft aanvaard. Doordat hij rustig en zonder doodstrijd is gestorven, kan ik als weduwe zonder akelige herinneringen op zijn sterfbed terugblikken. Bij alle verdriet is dat uiterst troostrijk.

Meer weten:

  • Euthanasie en de eed van Hippocrates (1998) door P.V. Admiraal bevat de herinneringen van een anesthesioloog.
  • Leven toevoegen aan de dagen (2023) door arts Sander de Hosson over gesprekken met patiënten die niet meer beter worden.
  • Van minnen en sterven (1990) door Cas Wouters behandelt de naoorlogse zwijgcultuur en autoriteit van artsen.

Rouw en verlies

Annegreet van Bergen is auteur van de bestsellers Gouden jaren (2014) en Het goede leven (2020) over de toegenomen welvaart in het naoorlogse Nederland. In april verschijnt haar boek Over liefde, dood en verder leven na verlies (320 p. Atlas Contact, € 24,99). Een persoonlijk verhaal over rouw, geplaatst tegen het decor van recente maatschappelijke ontwikkelingen zoals toegenomen mondigheid, ontkerkelijking en veranderde medische ethiek.

Over liefde door Annegreet van Bergen

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 4 - 2026

Nieuwste berichten

Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Interview

Oorlogsfilm A Bridge Too Far zette Deventer op de kaart

In 1976 werd Deventer, een ‘slaperig’ provinciestadje aan de IJssel, onderdeel van een internationaal filmavontuur. Er werden opnames gemaakt voor de blockbuster A Bridge Too Far, over Operation Market Garden en de Slag om Arnhem in 1944. Opeens liepen wereldberoemde filmsterren als Sean Connery, Michael Cain en Robert Redford door de straten. Journalist René van...

Lees meer
Filmposter L'Engloutie
Filmposter L'Engloutie
Recensie

L’engloutie: een zondebok in een Alpengehucht

Idealisme botst hard op de werkelijkheid in het Franse speelfilmdebuut L’engloutie (‘De verzwolgene’). Het drama speelt in 1899 in een gehuchtje in de Franse Alpen. Een nieuwe lerares wordt door de bewoners bepaald niet met open armen ontvangen. Ze wantrouwen onderwijs. De lerares houdt hun voor dat lezen en schrijven goed zijn voor de geest....

Lees meer
Koen Ottenheym
Koen Ottenheym
Interview

‘Machthebbers schepten op over hun Romeinse verleden’

Reizend langs de limes, de grenzen van het Romeinse Rijk, onderzocht hoogleraar Koen Ottenheym de hernieuwde belangstelling voor de antieke geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Die ging gepaard met misvattingen en manipulatie, zo beschrijft hij in De limes als legende. ‘In elke regio, in elke tijd werd werd de Oudheid voor een andere agenda gebruikt.’...

Lees meer
Geschilderde slaven in de tombe van Rekhmire, vijftiende eeuw voor Christus
Geschilderde slaven in de tombe van Rekhmire, vijftiende eeuw voor Christus
Nieuws

Amerikanen gebruikten Egypte als excuus voor slavernij

Plantagehouders in de Verenigde Staten begonnen graag over het Oude Egypte om de slavernij te rechtvaardigen. Ze zagen zichzelf als ‘erfgenamen’ van de farao’s en hun slavernijsysteem. De Franse historicus Charles Vanthournout schrijft op het wetenschappelijk nieuwsplatform The Conversation dat negentiende-eeuwse Amerikanen hun jonge natie graag spiegelden aan grote rijken uit het verleden. Egypte zou...

Lees meer
Loginmenu afsluiten