Home Dossiers Europese Unie Mathieu Segers: ‘De Balkan blijft de achilleshiel van Europa’

Mathieu Segers: ‘De Balkan blijft de achilleshiel van Europa’

  • Gepubliceerd op: 3 november 2022
  • Laatste update 03 jun 2024
  • Auteur:
    Teun Willemse
  • 14 minuten leestijd
Mathieu Segers over de Koude Oorlog en Oekraïne.
Verkiezingsborden in Den Haag. Nationaal Archief. Fotocollectie Anefo. Foto: Koen Suyk
Dossier Europese Unie Bekijk dossier

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €1,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

De oorlog in Oekraïne drukt Europa met de neus op de feiten: de geopolitieke vakantie van de Europese Unie is voorbij. Volgens hoogleraar Europese geschiedenis Mathieu Segers bleef West-Europa na de val van de Berlijnse Muur te lang hangen in een comfortabel naoorlogs wereldbeeld. ‘Je kon aan zien komen dat een horrorscenario mogelijk was.’

Moet de Europese Unie zichzelf de oorlog in Oekraïne verwijten?

‘Dat vind ik te zwaar, maar de EU heeft zich wel te onverschillig opgesteld richting Oost-Europa. Sinds het Verdrag van Maastricht in 1991 is de EU te veel met zichzelf bezig geweest. West-Europese regeringsleiders keken vanuit een naoorlogs perspectief naar de buitenwereld, maar die wereld volgde niet langer de logica van bipolariteit uit de Koude Oorlog.

Meer lezen over Europa? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Rusland was een van de eerste landen die deze boodschap duidelijk verkondigden: volgens de Russen was er na de val van het IJzeren Gordijn sprake van een multipolaire wereld waarin het Westen de hegemonie claimde. Poetin liet tijdens een toespraak in 2007 al weten dat hij die machtsgreep van het Westen nooit zou accepteren. Sterker nog: dat was zijn grootste nachtmerrie.’

Er waren dus genoeg signalen dat het kon misgaan.

‘Ja, vooral als je deze retoriek optelt bij de Russische militaire acties vanaf de Tsjetsjeense oorlog. Het was niet ingewikkeld om te zien aankomen dat er in Europa een horrorscenario mogelijk was.’

Segers vertelt over China en de Balkan.
Een door China gebouwde brug over de Donau wordt ingewijd door de Servische premier Vučić en zijn Chinese ambtsgenoot Li Keqiang, 18 december 2014.

Was de EU in de jaren negentig dan te naïef?

‘West-Europa had na de Koude Oorlog een veel te comfortabel wereldbeeld. Het Westen had gezegevierd in de grote ideologische strijd tussen West en Oost, en Europa zag zichzelf als een van de leidende machten voor de toekomst. De EU bouwde daarom haar defensiecapaciteiten af en besloot dat handel voortaan voor veiligheid ging. Dit zelfvertrouwen − het idee dat het succes van de twintigste eeuw zou doorzetten in de eenentwintigste eeuw – zorgde ervoor dat de geopolitieke realiteit een blinde vlek werd. EU-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa waren de enige landen die riepen dat Brussel zich te veel op de interne markt focuste, terwijl bescherming van de buitengrenzen de echte prioriteit moest zijn. Daar werd in de West-Europese hoofdsteden vaak schamper over gedaan.’

‘De EU was te veel met zichzelf bezig’

Heeft de EU zich inderdaad te veel op de economie gefocust?

‘In de jaren negentig was het westerse geloof in maakbaarheid van de markt erg sterk en dat leidde tot een almaar verdere vermarkting van de samenleving. De EU dacht dat het leven van al haar burgers beter zou worden door zich op consumptie en de interne markt te richten. De welvaart van Europa zou zich bovendien als een olievlek over de rest van de wereld verspreiden: een markt waar iedereen bij wilde horen zou stabiliteit creëren en landen zouden niet langer oorlog met elkaar voeren. Dat was een grote misrekening.’

Werd er tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht in 1991 niet over Rusland gesproken?

‘Jawel, maar die discussie ging alle kanten op. In Duitsland lobbyde een belangrijke groep politici om Rusland in de NAVO te krijgen. Better to have them inside pissing out, than outside pissing in, was de gedachte, en soms ook het geloof dat Rusland bij Europa hoorde. Maar in de jaren negentig gingen er in Polen en andere delen van Europa al stemmen op die waarschuwden dat dit een grove fout zou zijn. Zij vonden dat de EU zich juist moest versterken vanwege de Russische dreiging.’

Hadden de Europese leiders Rusland moeten opnemen in een veiligheidssysteem?

‘Ze wisten niet hoe, want Rusland was na de Koude Oorlog een wild land. Het woekerende kapitalisme maakte het moeilijk in te schatten welke krachten de toekomst van Moskou zouden bepalen. De EU moest zich tot dit gigantische land verhouden, en dat was een lastige zoektocht. Hadden ze te maken met een heroplevende Sovjet-Unie? Hadden de Russen expansieambities? En zou het Kremlin zich wel bij een blok willen aansluiten? Dat bleef jarenlang onduidelijk. Tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Maastricht hielden weinig regeringsleiders serieus rekening met een terugkeerbeweging onder iemand als Poetin.’

Het interview gaat verder onder de afbeelding.

De Franse-Duitse tandem neemt na het einde van de Koude Oorlog het voortouw in Europa. President Mitterrand en bondskanselier Kohl, 1995.

Waarom was de oorlog in Joegoslavië voor de EU geen wake-up call?

‘West-Europa beschouwde die oorlog te veel als een ingekapseld fenomeen. Het Westen gebruikte clichés om de oorlog te verklaren: een conflict als dit hoorde nu eenmaal bij de Balkan, zo klonk het. Het was slechts een uitwas van een andere wereld, een erfenis van het Oostblok uit de Koude Oorlog. Daarmee schoof de EU de Joegoslavische oorlogen van zich af, alsof deze niet bij de rest van Europa hoorden. Dat was een enorme vergissing.

De Balkanoorlogen geven heel duidelijk aan hoe oorlog, intimidatie en groepsdenken altijd onderdeel zijn geweest van de Europese geschiedenis. Bovendien is dit hoofdstuk nog niet afgesloten, want de geopolitieke bal rolt voor de EU nu in Oekraïne, maar ook in de westelijke Balkan.’

‘Europa had een blinde vlek voor geopolitiek’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Een aantal Balkanlanden is inmiddels EU-lid, zoals Kroatië en Slovenië. Maar andere landen, zoals Albanië en Noord-Macedonië, zitten al jaren in de wachtkamer. Dat geldt ook voor Servië, dat steeds vaker de kant van Rusland kiest. Tegelijkertijd probeert China in de Balkan politiek voet aan de grond te krijgen via de Nieuwe Zijderoute, en wil Saoedi-Arabië invloed uitoefenen via Bosnië. De EU moet het zichzelf aanrekenen dat het na de jaren negentig niet meer stabiliteit heeft kunnen brengen in de regio. Door een gebrek aan aandacht blijft de Balkan de achilleshiel van Europa.’

Helpt het dat veel van deze landen in Oost-Europa kandidaatlid van de EU zijn?

‘De EU heeft in Oost-Europa met een dubbele tong politiek bedreven. Alleen daar waar samenwerking voor de EU voordelig was, werd er samengewerkt. Denk aan verstrekking van goedkope visa, waardoor mensen uit bijvoorbeeld de Balkan gemakkelijk in het westen konden werken. De Balkanlanden waren belangrijk om de interne Europese markt gaande te houden, maar hun toetreding tot de EU werd actief vertraagd. Steeds als zij vroegen om een volgende stap in het toetredingstraject, hield de EU de boot af. In hun ogen gebruikt de EU hun landen al decennialang als koloniale wingebieden voor de interne markt.’

Was het wel slim om de EU uit te breiden naar Midden- en Oost-Europa?

‘Dat is toch een heel goede zet geweest, zeker vanuit geopolitiek oogpunt. De uitbreiding van de EU met Oost- en Midden-Europese lidstaten veranderde niet alleen de EU zelf, maar gaf het als machtsblok ook nieuwe grenzen op de wereldkaart. Zonder die uitbreiding was de EU niet veel meer geweest dan een bruggenhoofd van de Verenigde Staten. Nu is de Unie net groot genoeg om mee te doen met de belangrijke spelers.

Mathieu Segers.

Mathieu Segers

(1976) is hoogleraar hedendaagse Europese geschiedenis en Europese integratie aan de Universiteit Maastricht. Aan dezelfde universiteit bekleedt hij de ‘Europa-leerstoel’ en geeft hij leiding aan het Maastricht, Working on Europe-programma van Studio Europa Maastricht. In de zomer van 2022 werd hij benoemd tot lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

De Europese integratie is bovendien een open proces; Europese landen die erbij willen horen, moeten erbij kunnen. De EU zou zichzelf belachelijk hebben gemaakt als Midden- en Oost-Europa de toegang werd ontzegd. Na de val van het IJzeren Gordijn was er bovendien sprake van een ereschuld aan de Oost-Europese landen; die moesten herenigd worden met de rest van Europa.’

Maar autocratische leiders als Viktor Orbán keren zich nu tegen de EU.

‘Dat is een kleine Europese tragedie. De EU heeft de afgelopen twintig jaar een gedeelte van de hearts and minds in Midden- en Oost-Europa verloren. Mensen voelen zich daar tweederangs Europese burgers, en dat is best begrijpelijk. Toen in 2008 de financiële crisis uitbrak, stortte de Hongaarse munt volledig in, terwijl de Hongaren vanwege het vrije kapitaalverkeer op de EU-markt bijvoorbeeld vaak hypotheken hadden in euro’s of Zwitserse francs. Voor Hongarije kwam er geen noodfonds, maar voor Spanje, Ierland en Griekenland een aantal jaar later wel. Toen de Hongaren uiteindelijk alsnog wat geld kregen, was het kwaad al geschied. Deze onverschilligheid heeft ervoor gezorgd dat Hongaren de EU zien als een project dat hen kwetsbaar maakt in plaats van beschermt.’

Voelen inwoners van de EU zich wel Europese burgers?

‘Momenteel wel, vanwege de oorlog in Oekraïne. Al denk ik dat veel mensen cynisch of lacherig reageren als je hun vraagt wat het Europees burgerschap precies betekent. De manier waarop de Europese lidstaten nu Oekraïners opvangen, past volgens mij bij het Europees burgerschap. Ook de rechten die Europese burgers hebben als er onacceptabele dingen gebeuren op de interne markt, horen bij dat burgerschap. Maar die rechten zijn sinds het Verdrag van Maastricht te weinig gehandhaafd, waardoor de meeste Europeanen zich vooral weerloos voelen als het op de Europese markt aankomt.

‘We moeten de diversiteit beschermen die ons Europees maakt’

Wat het Europees burgerschap bemoeilijkt, is dat veel Europeanen zich al onderdeel voelen van een landelijke of regionale gemeenschap. Denk daarbij ook aan Limburg en Friesland, of Triëst en Baskenland. Inwoners van deze regio’s zijn bang dat ze hun ziel verkopen door in te tekenen op het Europees burgerschap. Ze zijn bang dat het grotere geheel hun regionale identiteit zal verdrukken. Daar ligt een enorme uitdaging voor de Europese integratie: aantonen dat het niet allemaal om schaalvergroting draait. De EU moet de diversiteit beschermen die ons zo Europees maakt, en wil dat ook, want het staat zelfs in de verdragen. Maar het lukt niet om dit op een geloofwaardige manier vorm te geven.’

Is er voor die integratie een gezamenlijke geschiedenis nodig?

‘Daarin moeten we de juiste balans vinden. De Europese beschaving is gestoeld op de Verlichting en vrijheidsideeën. Die laatste houden in dat je moet kunnen zijn wie je wilt en dat je tot gemeenschappen kunt behoren die een minderheid zijn. Deze trans-Europese idealen van Verlichting en gemeenschap zitten ingebakken in onze maatschappij, dat hebben de inwoners van Europa met elkaar gemeen. Aan de andere kant zijn er ongelofelijk veel historische verschillen tussen landen en regio’s. Als EU-lidstaten te veel nadruk leggen op de verschillen tussen al die gemeenschappen, liggen nationalisme en xenofobie op de loer. Maar als de EU te veel op de gedeelde verlichtingsidealen en universele Europese kenmerken blijft hameren, komen we in een onpersoonlijke monocultuur terecht zonder oog voor de gemeenschappen die voor de Europeanen juist zo belangrijk zijn. De Europese geschiedenis en identiteit moeten zich erop richten deze twee uitersten te voorkomen.’

Zou het een goed idee zijn om een canon van de Europese geschiedenis te maken?

‘Bij een Europese canon moet een commissie van historici zich over een selectie gebeurtenissen uit het verleden buigen. Die historici zullen het oneens zijn en allerlei compromissen moeten sluiten. Ik zou daarom meer voelen voor een canon van Europese kunstwerken. Dat zou een verbeelding aanspreken die verdergaat dan landsgrenzen en die in verschillende Europese plekken emoties oproept. Zoiets komt veel dichter bij wat ons verenigt dan een voorzichtig samengestelde canon over het verleden. Het wordt de Europese Unie vaak aangerekend dat de organisatie te technocratisch is. Ze zou daarom de gevoelskant wat meer moeten oppoetsen.’

‘De EU heeft in Oost-Europa met een dubbele tong politiek bedreven’

U hebt weleens gezegd dat Europa na de Tweede Wereldoorlog een geopolitieke vakantie nam. Is die vakantie nu definitief voorbij?

‘Eigenlijk eindigde die al met de val van de Berlijnse Muur, maar West-Europa heeft zijn vakantie met 25 jaar verlengd. Door bij geopolitieke problemen steeds naar de NAVO te kijken, werd de EU ontslagen van haar plicht om in defensie te investeren. Toen West-Europese landen in 1991 het Verdrag van Maastricht tekenden, definieerden ze allerlei veiligheidspolitieke ambities, maar de noodzaak en urgentie ontbraken om hun woorden om te zetten in daden.

Door de uitbreidingen sinds de jaren negentig heeft de EU haar geopolitieke machtspositie enorm vergroot, of ze dat nu wilde of niet. In West-Europa hebben wij niet op die manier naar het uitbreidingsproces gekeken, maar andere landen deden dat wel. Het uitbreidingsproces is daarmee het belangrijkste geopolitieke instrument van de EU. Als we geopolitieke zetten willen doen op het wereldtoneel, hebben we daarvoor niet een Europees leger, maar het uitbreidingsproces tot onze beschikking.’

Moet de EU daarvoor loskomen van Amerika?

‘Dat is geen kwestie van moeten, dat gaat gewoon gebeuren, omdat Amerika zich losmaakt van Europa. Het is een fact of life. Europa heeft de veiligheidsdimensie lang uitbesteed aan de Verenigde Staten en de NAVO, maar nu moeten we het zelf doen. Er worden inmiddels stappen gezet, want door de oorlog in Oekraïne is de druk groot genoeg om eindelijk de daad bij het woord te voegen. Maar de vraag is of die urgentie voelbaar blijft. De EU moet zichzelf verplichten haar verantwoordelijkheid te nemen en de Europese veiligheid tot prioriteit te maken, onafhankelijk van de omstandigheden.’

Moeten Duitsland en Frankrijk opnieuw het voortouw nemen?

‘Ja, maar het mag niet meer zo zijn dat dit initiatief alleen vanuit die landen komt. De Duitsers hebben sinds de Tweede Wereldoorlog voor allerlei Europese landen de kastanjes uit het vuur gehaald. Ze draaiden vaak op voor het vuile werk en hebben het meeste water bij de wijn gedaan, bijvoorbeeld tijdens de vluchtelingencrisis of bij het redden van de euro.

Duitsland is keer op keer de betaalmeester van Europa geweest, zoals oud-bondskanselier Konrad Adenauer dat noemde. Dat hoort van oudsher bij de Duitse rol, omdat de Duitsers − zoals ze dat zelf zeggen − iets te verantwoorden hebben. Maar er komt een moment dat dit niet meer uit te leggen is aan de eigen bevolking. Duitsland heeft vrienden nodig, want de combinatie van Europees leiderschap en betaalmeesterschap is geen houdbare constructie voor een duurzame samenwerking. Nederland had al jaren meer voor Europa en Duitsland kunnen betekenen, maar Den Haag heeft zich de afgelopen decennia veel te opportunistisch opgesteld. Als iets niet meteen in ons economisch of commercieel belang leek, deden we het niet.’

Oekraïne krijgt steun uit Europa. President Volodimir Zelenski (rechts) drukt de hand van Mario Draghi, de premier van Italië. Kiev, 16 juni 2022.

Als tiener ging u in 1991 bij het gouvernement in Maastricht kijken naar uw helden Helmut Kohl en François Mitterrand. Zijn er nog wel EU-politici die jongeren kunnen aanspreken?

‘Ik denk van wel. Mario Draghi leidde in Italië een wankele regering, maar toen de oorlog in Oekraïne uitbrak, nam hij zijn positie in als staatsman en ging hij achter Kiev staan. De tijd was volgens hem gekomen om de Europese rijen te sluiten. Hij wilde investeren in constructieve samenwerking en opnieuw nadenken over het uitbreidingsproces. Dat vind ik indrukwekkend, want hij geldt eigenlijk als iemand van het ancien régime van de Europese Unie. Maar ook de Slowaakse president Zuzana Caputova vind ik indrukwekkend. Dit soort mensen heeft Europa nodig – hoe meer, hoe beter.’

Gaan de Europese landen nu naar een oorlogssamenleving?

‘Europese regeringsleiders hielden na de Russische inval toespraken waarin ze hun bevolking voorbereidden op een oorlogseconomie en oorlogssamenleving. Dat is heel realistisch, en inwoners verdienen dat eerlijke verhaal. Als er schaarste en zware winters komen, vraagt dat om politieke actie. Ik ben het dan ook eens met de Duitse bondskanselier Olaf scholz, die spreekt van een Zeitenwende in Europa. Door de geopolitieke situatie en de pijnlijke grenzen van ons markt- en maakbaarheidsideaal die we nu ontdekken, kunnen we niet anders dan erkennen dat het anders moet.’

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 11 - 2022