Helder en scherp schreef onderwijzer Jac. P. Thijsse over het Nederlandse landschap. Met zijn columns en populaire Verkade-albums bracht hij vele Nederlanders een grote liefde voor de natuur bij. Dik van der Meulen schreef een prachtige biografie over hem – en doet stilistisch niet onder voor de man die hij bewondert.
‘De Thorbecke van het landschap,’ zo karakteriseert Dik van der Meulen de onderwijzer, schrijver en natuurbeschermer Jac. P. Thijsse. Zoals Thorbecke de basis legde voor de parlementaire democratie in Nederland, zo was Thijsse in ons land de uitvinder van de natuurbescherming. Natuurlijk was Nederland ook zonder Thorbecke wel democratisch geworden, en zou het ook zonder Thijsse wel zijn gaan inzien dat het milieu kwetsbaar is en beschermd moet worden, ‘maar het zou allemaal later zijn gebeurd en het zou er nu allemaal een beetje anders hebben uitgezien’.
Jacobus Pieter Thijsse (1865-1945) werd al vroeg gefascineerd door de natuur en als onderwijzer wilde hij zijn leerlingen daar ook enthousiast voor maken. Als het even kon, nam hij hen mee de natuur of het stadspark in. Samen met collega-onderwijzer Eli Heimans begon hij tevens boekjes voor de jeugd over flora en fauna te schrijven. Met een derde onderwijzer publiceerden Thijsse en Heimans bovendien vanaf 1896 het voor volwassenen bedoelde tijdschrift De Levende Natuur.
Vijf jaar later richtten ze samen de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging op, die actie ging voeren toen de gemeente Amsterdam het Naardermeer in 1904 wilde opkopen om er het hoofdstedelijke vuilnis te storten. Uit deze actie ontstond de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, die het unieke moerasgebied wist te verwerven.
Dit artikel is exclusief voor abonnees
Bij het grote publiek werd Thijsse vooral bekend door de boeken die hij schreef voor de Zaandamse koekfabrikant Verkade. Van de dertig razend populaire Verkade-albums zou Thijsse er achttien van zeer informatieve en leesbare teksten voorzien. Hiernaast verzorgde hij ook natuurrubrieken in het Algemeen Handelsblad en De Groene Amsterdammer, terwijl hij in tal van besturen van natuurbeschermingsclubs zat. Hij verklaarde dat Heimans belangrijker was geweest voor het ontstaan van de natuurbescherming in Nederland dan hijzelf, maar zijn vriend en collega was al in 1914 overleden. Vandaar dat Thijsse vanaf die tijd hét gezicht van de beweging werd.
Dik van der Meulen heeft een aantal prijswinnende biografieën geschreven – onder andere over Multatuli en koning Willem III – maar dit boek over Jac. P. Thijsse is niet louter een levensbeschrijving. Aan de degelijke biografie van Thijsse die Sietzo Dijkhuizen in 2005 publiceerde voegt Van der Meulen niet zo veel biografische feiten toe; Meester in het paradijs valt in een andere categorie waarin de auteur excelleert. Van der Meulen schreef eerder prachtige boeken over de natuur, zoals Het bedwongen bos (2009), De kinderen van de nacht. Over wolven en mensen (2016) en Is natuur links? (2019).
Het fraai geïllustreerde boek volgt de levensloop van Thijsse in grote lijnen en behandelt tevens de ontwikkeling van het Nederlandse landschap. Van der Meulen wandelt door Thijsse beschreven wandelingen na en observeert even helder en scherp als zijn voorbeeld. Zo bezoekt hij Texel. Dat eiland was belangrijk voor Thijsse, omdat hij gefascineerd werd door de vogelrijkdom ervan.
Het album Texel is volgens veel kenners het mooiste uit de reeks. Dat komt niet alleen door de prachtige aquarellen van Willem Wenckebach, maar ook door de tekst van Thijsse, die lyrische beschouwingen schreef over razendsnelle visdiefjes die als witte streepjes door de blauwe lucht boven de branding schoten en door elkaar krioelden. Stilistisch doet Van der Meulen zeker niet onder voor Thijsse. Zo beschrijft hij, als hij op weg is naar Texel, de polders tussen Alkmaar en Den Helder. Die zijn even open als de polders op Texel, ‘maar wijds kun je ze niet noemen. Wel eentonig, een indruk die versterkt wordt door de lusteloze bebouwing tussen de monotone raaigrasvelden en akkers, alsof een planoloog met onbegrensde bevoegdheden maar zonder inspiratie er met industrieterreinen, nieuwbouwwijken, megastallen en windmolens is gaan strooien.’
Meester in het paradijs is een ode aan Thijsse en het door hem bezongen Nederlandse landschap. Maar Van der Meulen kijkt ook met een open blik naar de man die hij duidelijk bewondert. Hij laat zien dat deze onvoorstelbaar belangrijk was voor de opkomst van de natuurbescherming in Nederland, en dat het enorm hielp dat Thijsse zich verre hield van partijpolitiek. In combinatie met zijn gemakkelijke omgangsvormen kon Thijsse met iedereen door één deur en kreeg hij veel voor elkaar.
Deze houding hield de 75-jarige Thijsse ook vol toen in 1940 de Duitsers ons land bezetten. Op het gebied van natuurbescherming liep het Derde Rijk voor op Nederland en te lang dacht Thijsse dat dit kansen bood. Hij ging altijd uit van het goede van de mens en Van der Meulen laat duidelijk zien dat hij in deze periode te naïef was. Maar een collaborateur was Thijsse niet. Hij overleed enkele maanden voor de bevrijding.
Meester in het paradijs. Jac. P. Thijsse en het landschap
Dik van der Meulen
422 p. Querido, € 34,99

