Home Opeens was er het licht

Opeens was er het licht

Maarten Keulemans

Gepubliceerd op: 22 juni 2009

Update 7 april 2020

Opeens was er het licht

door Maarten Keulemans

Op 11 november 1572 gebeurde er op de binnenplaats van een Deens kasteel iets bijzonders. Na een lange werkdag in de werkplaats van zijn oom keek de jonge edelman Tycho Brahe toevallig omhoog – om te ontdekken dat er een nieuwe ster aan het firmament was verschenen. Brahe haalde zijn bedienden erbij en een paar boeren. Het was écht waar: eerst stond de ster er niet, nu wel.

Het was een van de miniatuurgebeurtenissen die typerend zijn voor wat historicus Floris Cohen aanduidt als ‘de herschepping van de wereld’: de geboorte van de moderne natuurwetenschappen, die zo rond het jaar 1600 plaatsvond in Europa en zich in de eeuw daarna consolideerde. Nieuwe sterren waren er altijd geweest. Maar rond 1600 was het voor het eerst dat Europa over het juiste denkkader beschikte om ze op te merken. In de eeuwen daarvoor nam de intelligentsia, in lijn met Aristoteles, aan dat de hemel onveranderlijk was, een volmaakt afgerond geheel. Rond 1600 gingen in Europa de mentale vensters open.

Dat mag gerust een revolutie heten, meent Cohen. De natuurwetenschappen zijn helemaal niet geleidelijk ontstaan, in een gestage uitdijing van ideeën en mannen die op elkaars schouders gingen staan. Welnee: in Europa was het licht er opeens. En het is nooit meer uitgegaan.

Waar de Grieken maar in cirkeltjes bleven draaien rond hun abstracte, wetenschapsfilosofische ideeën, de Chinezen hun wetenschappelijke kennis veel te praktisch inrichtten en de moslimwereld te vroeg onder de voet werd gelopen door vijandelijke legers, voegde men in Europa iets unieks toe: het toetsend experiment. De empirie. Europa was de plek waar men vanaf 1600 leerde hoe men wetenschappelijke theorie, experimentele toetsing en dagelijkse werkelijkheid aan elkaar kon smeden.

Tegendraads? Absoluut. Cohen haalt immers een gedachte van stal die sinds de hoogtijdagen van het historisch-structuralisme taboe is: de idee dat de geschiedenis vol zit met abrupte breuklijnen en plotselinge wendingen. Revoluties zelfs, altijd een omstreden woord in de wetenschapsgeschiedenis.
Tegendraads is Cohen ook op andere fronten. Zo gaat hij erg ver in het structureren van het verleden. Hij wijst nog net geen ‘motor’ of ‘wetmatigheid’ achter de geschiedenis aan, maar veel scheelt het niet. De radertjes van de motor zijn in elk geval zichtbaar: zo vernemen we dat wetenschappelijke revoluties in de regel eindig zijn en een vast patroon volgen.

Het aanlokkelijke van die aanpak is natuurlijk dat de geschiedenis een bijna toetsbaar ding wordt, een voorspelbaar voortschakelende machine. Het nadeel is dat elke historische wetmatigheid de hardnekkige neiging heeft te worden verstoord door tegenvoorbeelden. Zo ook hier: vooral in de scheikunde is er een voorzichtige consensus dat de wortels van de empirische wetenschapsbeoefening in de islamitische wereld liggen, en niet in het Westen.

Een ander probleem is dat Cohens geschiedenis een historie is waar knappe mannen de dienst uitmaken en de ideeën plukken die als het ware in de lucht zweven. Dat idealistische beeld doet afbreuk aan de banalere kanten van de wetenschapsgeschiedenis, die Cohen maar mondjesmaat belicht: de beschikbaarheid van grondstoffen en materialen, de aanwezigheid van een bruikbaar arbeidspotentieel, concurrentie, en een sociale structuur waarin wetenschapsbeoefening mogelijk werd.

De meesterzet van Cohen is dat hij de klassieke vraagstelling ‘Wat ging er mis met de Griekse en islamitische wetenschap?’ omdraait en vervangt door ‘Wat ging er goed in Europa?’. Of zijn antwoord zal beklijven, zal blijken uit de academische discussie die ongetwijfeld aanstaande is. Voorlopig heeft de wetenschapsgeschiedenis er een prachtig, prikkelend boek bij.

Maarten Keulemans is historicus en eindredacteur van het tijdschrift Natuurwetenschap en techniek.

Nieuwste berichten

Socialisten in Manhattan in 1912
Socialisten in Manhattan in 1912
Artikel

Waarom heeft Amerika geen echte socialisten?

Een deel van de Democratische kiezers wil dat de partij afslaat naar links. Maar in de Amerikaanse politiek kreeg het socialisme nog nooit voet aan de grond. Al in 1906 schreef een Duitse socioloog hoe dat kwam: Amerika had een gebrek aan boze arbeiders. Het lijdt geen twijfel dat veel Democratische kiezers genoeg hebben van...

Lees meer
Sovjetkaart van Londen uit 1985
Sovjetkaart van Londen uit 1985
Artikel

De Sovjets hadden de beste kaarten, maar niemand mocht ze zien

Tijdens de Koude Oorlog reisden Sovjetspionnen de wereld over om het Westen in kaart te brengen. Civiele en militaire infrastructuur werden tot in detail vastgelegd. Om de vijand te misleiden stopten de Sovjets bewust fouten in hun kaarten, maar daar werden hun eigen burgers de dupe van. Tallinn, 1989. Onder toezicht van gewapende soldaten stapt...

Lees meer
Sociaal-democraten demonstreren tegen de NSDAP in Berlijn, 1932.
Sociaal-democraten demonstreren tegen de NSDAP in Berlijn, 1932.
Recensie

De stemming in het Derde Rijk: Duitsers klaagden over lokale nazi’s

De bewoners van het Derde Rijk hadden heel wat klachten over het naziregime, concludeert Peter Longerich na uitgebreid bronnenonderzoek. Maar kan hij bewijzen dat de Duitsers ‘onwillig’ waren om Hitlers agenda uit te voeren? In 1996 publiceerde de Amerikaanse politicoloog Daniel Goldhagen het boek Hitlers gewillige beulen, waarin hij beweerde dat de overgrote meerderheid van...

Lees meer
Hr. Ms. De Zeven Provinciën en een watervliegtuig van de marine.
Hr. Ms. De Zeven Provinciën en een watervliegtuig van de marine.
Recensie

De muitende matrozen van ‘Schip 7’

De muiterij op marineschip De Zeven Provinciën in 1933 veroorzaakte een politieke schok in Den Haag. Herman Keppy heeft zich verdiept in de achtergronden van de Indonesische muiters. Niemand had gedacht dat ‘inlandse’ marinemannen zelfstandig een slagschip konden besturen. Maar op 4 februari 1933 namen Indonesische matrozen De Zeven Provinciën over. Terwijl een groot deel...

Lees meer
Loginmenu afsluiten