• Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    maandag 30 maart 2020

    Offshorepionier Pieter Schelte Heerema

    Bouwer in troebel water

    Door: Koen Vossen

    Heerema is een bekende naam in de internationale offshorebusiness. Maar hij is omgeven door schimmen uit het verleden. Oprichter Pieter Schelte Heerema was actief binnen de SS. Later in de oorlog hielp hij juist het verzet. Was hij slechts een opportunist?

    Op 10 januari 2015 arriveerde in Rotterdam het grootste schip uit de geschiedenis, 124 meter breed, 382 meter lang en acht voetbalvelden groot. Het maritieme monster was eigendom van de Nederlandse reder Edward Heerema, directeur van het miljardenbedrijf Allseas. ‘Hollandse glorie zonder weerga,’ zo luidde de kop van een bewonderend stuk in De Telegraaf.

    In veel andere, veelal buitenlandse media stond de zeereus echter heel anders bekend, namelijk als ‘het nazischip’. Heerema had het schip namelijk de Pieter Schelte gedoopt, als eerbetoon aan zijn vader. Maar deze Pieter Schelte Heerema was behalve een gevierd offshorepionier tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Waffen-SS geweest, alsook directeur van naziorganisatie de Nederlandsche Oost Compagnie (NOC) en een uitgesproken antisemiet.

    Zoon Edward Heerema erkende dat zijn vader misstappen had begaan, maar deze zou hij aan het einde van de oorlog ruimschoots hebben goedgemaakt door enkele riskante verzetsactiviteiten. Om die reden had het Bijzonder Gerechtshof hem na 1945 grotendeels vrijgesproken, waardoor hij ongestoord zijn bedrijf kon opbouwen.
    Maar wat waren dan precies de verzetsactiviteiten waarop Heerema zich beriep? En hoe kwam hij eigenlijk aan het kapitaal waarmee hij zijn bedrijf startte?
     

    Groot-Germaanse gedachte

    Over de collaboratie van Pieter Schelte Heerema is het nodige bekend. De in 1908 in Amsterdam geboren waterbouwkundig ingenieur trad in 1931 in dienst van de Nederlandsche Maatschappij voor Havenwerken, waarvoor hij in diverse landen projecten uitvoerde. Tijdens een verblijf op de Canarische Eilanden raakte hij via een Oostenrijkse ingenieur in de ban van de nationaal-socialistische rassenkunde. Na thuiskomst meldde hij zich bij de meest racistische partij die Nederland toen rijk was: de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP), een piepklein partijtje voor fanatici die de NSB van Mussert te burgerlijk vonden. Nederland is ‘een stervende natie, in de wurggreep van joodsche schachergeest en wankultuur’, zo schreef Heerema aan de partijleider, majoor Kruyt. Veel kon Heerema niet betekenen voor het splinterpartijtje, want in de daaropvolgende jaren werd hij gestationeerd in Perzië, Portugal en Venezuela.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Pieter Schelte Heerema in het uniform van de Waffen-SS.

    Toen in mei 1940 de Wehrmacht Nederland binnenviel, keerde hij vrijwel meteen terug naar Europa om de Duitsers zijn diensten aan te bieden. Hij meldde zich aan bij de Nederlandsche Duitsche Kultuurgemeenschap en de Nederlandse SS, waar hij een aanstelling kreeg als leider van de afdeling (‘standaard’) Zuid-Holland en Zeeland. In deze hoedanigheid gaf de knappe blonde ingenieur enkele lezingen waarin hij zich liet kennen als voorstander van een Groot-Germaanse politieke unie, die onder meer Duitsland en Nederland moest omvatten. En ook als overtuigd aanhanger van de rassenleer. ‘Waar het Jodendom overheerscht, zal het Arische volk ten gronde gaan. Daarom moet in elk Arisch land de Joodsche kwestie opgelost worden,’ aldus Heerema in een lezing op 13 juni 1941 in het Odeon-theater in Den Haag.

    Een week later vielen de Duitsers de Sovjet-Unie aan – tot grote vreugde van Heerema, die zich vrijwel meteen meldde bij de Waffen-SS. Een roemruchte carrière maakte hij er niet. Na een maandenlange opleiding in Karinthië vertrok hij in maart 1942 eindelijk naar het oostfront, waar hij werd ingedeeld bij het SS-Pionier Ersatz Bataillon. Na twee maanden duimendraaien achter de linies werd hij alweer teruggeroepen naar Nederland. Hanns Albin Rauter, hoofd van de SS in Nederland, en NSB-kopstuk Meinoud Rost van Tonningen hadden andere plannen met de wereldwijze ingenieur. Heerema kreeg opdracht om voor de Nederlandsche Oost Compagnie bouwprojecten te coördineren in de Baltische staten en Nederlandse arbeiders te ronselen.

    ‘Nederland is in de wurggreep van joodsche schachergeest en wankultuur’

    Zijn ster in Nederland was rijzende, getuige ook de uitvoerige fotoreportages die in de gelijkgeschakelde pers verschenen van zijn huwelijksfeest in december 1942 in Hotel des Indes in Den Haag, dat door veel prominente SS-officieren en andere nazi’s werd bezocht. Als bruid had hij Erna Kühnen uitverkoren, dochter van een Haagse tapijthandelaar. En niet zijn oude vlam, de fanatiek nationaal-socialistische freule Julia op ten Noort (zie kader).

    Vervalst persoonsbewijs

    Ondanks zijn groeiende status en carrière was Heerema volgens eigen zeggen op dat moment al hevig aan het twijfelen geslagen. Als voornaamste reden noemde hij de hooghartige houding die de Duitsers innamen tegenover hun Germaanse broedervolken. Aan het oostfront had hij zich al zeer gestoord aan de discriminatie van de Nederlandse, Vlaamse, Finse en Deense vrijwilligers, die door de Duitse legerleiding vaak als tweederangssoldaten werden behandeld. Zijn vermoeden dat de Duitsers niet uit waren op een Germaanse samensmelting, maar louter op Duitse alleenheerschappij werd bevestigd toen hij als functionaris van de NOC steeds vaker in conflict kwam met de bezetter. Heerema moest méér Nederlandse arbeiders aanleveren – als het niet goedschiks kon, dan maar kwaadschiks. Toen bleek dat hij niet kon voldoen aan de Duitse wens, kreeg hij in de zomer van 1943 zijn ontslag aangezegd.


    Een delegatie van de NOC inspecteert in september 1942 een door de oorlog beschadigde stuwdam in Oekraïne.

    De Duitsers wisten niet dat Heerema, volgens eigen zeggen, toen al enkele maanden samenwerkte met een illegale organisatie die zich de Vogel-Reinaardgroep noemde. Gebruikmakend van zijn positie zou Heerema belangrijke informatie over de bouw van de Atlantikwall en over enkele Duitse dubbelspionnen hebben doorgespeeld. Ook had hij aan deze groep wapens, uniformen, sleutels van belangrijke gebouwen en behoorlijke sommen geld overhandigd. Aangezien Heerema zich na zijn ontslag bij de NOC weer diende te melden bij de Waffen-SS, besloot hij onder te duiken en uiteindelijk zelfs Nederland te ontvluchten. Met een vervalst persoonsbewijs reisde hij in maart 1944 via Parijs naar het Zwitserse Lausanne, waar hij zich meldde bij de Nederlandse delegatie. Deze kende Heerema slechts als prominent collaborateur en adviseerde de autoriteiten dan ook hem te arresteren. Heerema gebruikte zijn Zwitserse gevangenschap, die tot eind augustus 1945 zou duren, om een uitvoerig rapport te schrijven over zijn activiteiten in de oorlogsjaren.

    Na terugkomst in bevrijd Nederland kwam hij voor het Bijzonder Gerechtshof, maar dankzij gunstige getuigenissen van enkele leden van de Vogel-Reinaardgroep ontliep hij een langere gevangenisstraf. Heerema besloot daarop direct met zijn vrouw en kind naar Venezuela te emigreren, het land dat hij in 1940 had verlaten. Daar bouwde hij ‘vanuit het niets’ zijn succesvolle onderneming op, onder meer dankzij de uitvinding van een zeewaterbestendig beton. Onder de bedrijfsnaam Heerema legde de firma zich eerst toe op de aanleg van havenkades en pieren, en later ook van boorplatforms en pijpleidingen in zee.

    Commerciële gevolgen

    Pas in de jaren zeventig werd er voor het eerst openlijk aan het verhaal van Heerema getwijfeld. De inmiddels grijze, goed gecoiffeerde miljonair was in de jaren zestig teruggekeerd naar Nederland, waar hij enige naam maakte als een van de initiatiefnemers van een illegaal televisiestation op het REM-eiland (zie kader). In de spaarzame interviews liet hij zich kennen als een groot voorstander van het vrije ondernemerschap en criticaster van vakbonden en socialistische politici. Wie meer gelijkheid wilde, moest maar opkrassen naar de Sovjet-Unie, zo liet hij optekenen.

    Dankzij gunstige getuigenissen ontloopt Heerema een langere gevangenisstraf

    Nadat in 1978 bekend was geworden dat Heerema een meerderheidsbelang had gekregen in de bouw- en baggerconcerns Ballast-Nedam en Stevin, besloot het sociaal-democratische dagblad Het Vrije Volk zijn doopceel te lichten. Op basis van verschillende documenten en gesprekken met medewerkers van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie stelden onderzoeksjournalisten Geert Jan Laan en Rien Robijns vast dat de verzetsactiviteiten van Heerema zeer weinig om het lijf hadden. De Groep Vogel Reinaard bleek een wel erg schimmig groepje te zijn waarin opvallend veel ‘bruine bekeerlingen’ actief waren geweest. Was Heerema niet gewoon een ordinaire opportunist die om vervolging te ontkomen een verzetsverleden bij elkaar had verzonnen? Zijn naam werd vanaf dat moment in één adem genoemd met die van Pieter Menten, de Gooise miljonair die in 1976 werd gearresteerd vanwege zijn betrokkenheid bij Duitse oorlogsmisdaden in Polen.

    Hoewel Pieter Schelte Heerema al in 1981 overleed, bleef zijn naam sindsdien circuleren in allerlei verhalen over collaboratie en naoorlogse doofpotten. Volgens sommigen was Heerema geen opportunist, maar juist een fanatieke nationaal-socialist die ook na 1945 nooit had gebroken met zijn overtuiging. Aan het eind van zijn leven zou hij om die reden veel moeite hebben gedaan om de later vervalst gebleken Hitler-dagboeken in handen te krijgen (zie kader). Zijn milde straf na de oorlog dankte hij aan enkele machtige beschermheren – onder wie de in dergelijke theorieën onvermijdelijke prins Bernhard. In Venezuela zou hij vervolgens een belangrijke rol hebben gespeeld in de bekende rattenlijn, de vluchtroute van voormalige SS’ers naar Zuid-Amerika. Heerema bood veel alte Kameraden een baan in zijn bedrijf in Venezuela, dat hij met zijn tijdens de bezetting vergaarde kapitaal had kunnen opzetten. Veel keiharde bewijzen voor deze onder meer door onderzoeksjournalist Ton Biesemaat verkondigde theorie zijn er vooralsnog niet.


    Het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam houdt een zitting.

    Voor het bedrijf van Edward Heerema dreigde alle aanhoudende negatieve publiciteit over het naziverleden van zijn vader – die hij had opgeroepen door zijn vlaggenschip naar hem te vernoemen – echter wel commerciële gevolgen te hebben. Helemaal nadat de internationale transportvakbond ITF een petitie was gestart waarin een multinational als Shell werd opgeroepen het schip niet in te huren. In 2015 ging Heerema overstag: het schip heette niet langer de Pieter Schelte, maar de Pioneering Spirit. Ook het grootste schip ter wereld liet zich uiteindelijk door de wal keren.

    Heerema’s verzetsactiviteiten blijken weinig om het lijf te hebben

    Koen Vossen is historicus, publicist en docent politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

     Kaders

    Julia op ten Noort

    Bloedfanatieke minnares
     
    In de beginjaren van de bezetting had Pieter Schelte Heerema een relatie met jonkvrouw Julia op ten Noort, medeoprichtster van de Nationaal-Socialistische Vrouwenorganisatie en een van de bekendste vrouwelijke nazi’s in Nederland. Op ten Noort had al voor 1940 hechte contacten met de hoogste baas van de SS, Heinrich Himmler, en gold binnen de NSB als fanatieke verkondiger van de rassenleer. Als zodanig werd ze directrice van een eliteschool van de SS voor meisjes in het Limburgse Heythuysen.
    De relatie met de door haar bewonderde ‘Schelte’ hield geen stand, mede door zijn ontrouw. In 1944 beviel Op ten Noort in een Duitse Lebensborn-kliniek van een zoon, Heinrich genaamd. Wie het kind verwekt had bleef in nevelen gehuld, wat tot diverse geruchten leidde dat Heerema of zelfs Himmler de vader was. In 2018 schreef oud-provo en kabouter Roel van Duijn een biografie van Op ten Noort, waarin hij aannemelijk maakt dat noch Himmler, noch Heerema de vader was, maar de Haagse SS’er Age Lykle Tromp. Na de oorlog vestigde Op ten Noort zich met haar zoon in Duitsland, waar ze haar heil zocht bij oosterse spiritualiteit. Of ze na 1945 ooit nog contact heeft gehad met Heerema, is niet bekend.


    Julia Op ten Noort (links) en Florentine Rost van Tonningen.

    Heerema en het REM-eiland

    Aan de wieg van de TROS
     
    Pieter Schelte Heerema stond samen met andere vermogende zakenlieden als Cornelis Verolme, Sidney van den Bergh en Reinder Zwolsman aan de wieg van de commerciële televisie in Nederland. In 1963 richtten de vier miljonairs de Reclame Exploitatie Maatschappij (REM) op, met als doel commerciële televisie en radio-uitzendingen te verzorgen. Dankzij Heerema’s goede contacten in de offshoresector werd een platform aangekocht en versleept naar een plek voor de kust van Noordwijk, net buiten de territoriale wateren.

    Op 15 augustus begon TV Noordzee haar uitzendingen vanaf het platform. Vier maanden lang konden miljoenen Nederlanders genieten van Amerikaanse amusementsprogramma’s als Popeye, Mr. Ed, het sprekende paard en De onzichtbare man. De meeste Nederlandse politieke partijen waren echter niet gediend van deze inbreuk op het monopolie van de verzuilde omroepen. Met een in allerijl aangenomen noodwet besloot de regering van KVP’er Marijnen om de uitzendingen vanaf kunstmatige eilanden te verbieden.

    Tekst loopt door onder de afbeelding

    Het REM-eiland, voorzien van een zendmast, op volle zee, 10 agustus 1974.
    Op 17 december 1964 enterden de Koninklijke Marine en de Rijkspolitie te Water het REM-eiland en maakten een einde aan de uitzendingen. De REM-directie liet het er niet bij zitten en riep kijkers op zich te melden bij een nieuwe legale omroep: de Televisie en Radio Omroep Stichting (TROS). Het REM-eiland werd aangekocht door Rijkswaterstaat en ingericht als meetstation. Tegenwoordig ligt het in de Amsterdamse Houthaven en doet het dienst als restaurant.

    Heerema trapt in vervalsing

    Dagboeken van Hitler
     
    De onthulling van de dagboeken van Hitler door het Duitse weekblad Stern geldt als misschien wel de grootste journalistieke blunder ooit. In april 1983 publiceerde het weekblad fragmenten uit de maar liefst 62 dagboeken die de sterverslaggever van het blad Gerd Heidemann in handen had gekregen. Heidemann had de dagboeken in 1981 voor bijna 10 miljoen mark gekocht van ene Konrad Kujau, een verzamelaar van nazidocumenten. Verschillende experts, onder wie de gerenommeerde historicus Hugh Trevor Roper, hadden bevestigd dat de dagboeken authentiek waren, waarna Stern de scoop van de eeuw dacht te publiceren.

    Maar al snel waren er twijfels over de echtheid van de dagboeken, waaruit een opvallend aimabele Hitler naar voren kwam. Uiteindelijk bekende Kujau dat hij de dagboeken zelf had geschreven. In de rechtszaak die volgde verklaarde Heidemann dat hij in de zoektocht naar fondsen voor de aanschaf van de dagboeken contact had gehad met Pieter Schelte Heerema, die namens een niet nader genoemde groep tot aankoop wilde overgaan. Door het overlijden van Heerema op 30 april 1981 was de transactie niet doorgegaan.
    De rechtbank veroordeelde zowel Kujau als Heidemann tot een gevangenisstraf van ruim vier jaar wegens oplichting en verduistering. Heidemann zou nog eenmaal in de publiciteit komen: in 2002 onthulde weekblad Der Spiegel dat de voormalige topjournalist meer dan dertig jaar lang informant voor de Oost-Duitse Stasi was geweest.

    Wie heeft het grootste schip?

    Concurrentie tussen broers
     
    Vijf zonen had Pieter Schelte Heerema, van wie er drie uitdrukkelijk in de voetsporen van hun vader wilden treden. Vlak voor zijn overlijden bepaalde de oude miljonair dat zijn favoriete zoon Edward hem moest opvolgen. Vooral Pieter junior schoot dit in het verkeerde keelgat. Na jarenlang juridisch getouwtrek slaagde hij erin al zijn broers uit te kopen voor een bedrag van om en nabij de 450 miljoen euro.

    Edward Heerema richtte daarna Allseas Engineering op, terwijl Hugo Heerema met een bedrijf genaamd Bluewater Energy Services de markt op ging. Vooral tussen Edward en Pieter junior ontspon zich vanaf de jaren negentig een felle concurrentiestrijd. De beide broers leidden offshorebedrijven met ongeveer evenveel werknemers (rond de 2500) en een vergelijkbare omzet (boven de 1 miljard euro). Ook troefden de broers elkaar af met de bouw van steeds grotere werkschepen – tot het moment dat Edward met de Pieter Schelte de onderlinge strijd leek te beslissen. Wellicht door bittere gevoelens ingegeven maakte Pieter junior vervolgens in 2017 op 65-jarige leeftijd een non-stop solozeiltocht rond de wereld. Over de herhaaldelijke aandacht voor het oorlogsverleden van zijn vader heeft Pieter in de Volkskrant gezegd: ‘Zeventig jaar na dato hebben wij, zijn kinderen en kleinkinderen, nog steeds levenslang.’
     
     
    Meer weten
     
    Pieter Schelte Heerema 1908-1981 (2011) door Roland van Blokland (via dspace.library.uu.nl)
     
    Oostboeren, Zee-Germanen en Turfstekers (2014) door David Barnouw
     
    Een zoon voor de Führer. De nazi-utopie van Julia Op ten Noort (2018) door Roel van Duijn