De Amerikaanse historicus Barry Strauss biedt een nieuwe kijk op de grote Joodse opstand tegen de Romeinen. Hij vergelijkt geschreven bronnen met archeologisch materiaal en komt tot nieuwe conclusies.
De grote Joodse opstand van 66-73 is vooral bekend dankzij Flavius Josephus’ klassieker De Joodse Oorlog. Toch was dit niet de eerste opstand tegen Rome, en evenmin de laatste. In Opstand in Judea beschrijft Barry Strauss de reeks Joodse opstanden vanaf de verovering van Judea door Pompeius tot en met de ondergang van de opstand onder leiding van Simon bar Kochba.
De nederlaag van de Joden in 66-73 was volgens Strauss het gevolg van zelfoverschatting, onderschatting van Romeinse macht en fanatisme dat tot interne strijd leidde. In 69 bevochten verschillende facties elkaar in Jeruzalem, waarbij zelfs voedselvoorraden werden vernietigd, waardoor er hongersnood kwam in de stad. Maar het fanatisme zorgde er ook voor dat sommige groepen door bleven vechten, tot het bittere einde. Strauss besteedt een apart hoofdstuk aan fort Massada, waar Joodse tegenstanders van de Romeinen collectief zelfmoord zouden hebben gepleegd toen ze de strijd dreigden te verliezen. Hij heeft Josephus’ dramatische verhaal naast archeologische gegevens gelegd en dat blijkt niet te kloppen. Niet iedereen had zich van het leven beroofd.
Strauss’ boek leest vlot en biedt een nieuw perspectief omdat het ook aandacht besteedt aan de rol van de Parthen en hun vazalkoninkrijk Adiabene in het huidige Noord-Irak. Koningin Helena van Adiabene had zich tot het Jodendom bekeerd en paleizen laten bouwen in Jeruzalem. Leden van haar familie raakten betrokken bij de opstand van 66-73 en werden na de val van Jeruzalem in 70 naar Rome gedeporteerd. De Romeinen waren voortdurend bevreesd voor Parthische inmenging, zeker omdat de Parthen in 40 v.Chr. Jeruzalem kortstondig hadden veroverd.
Minder aandacht krijgen de opstand van 116-117 en die onder leiding van Bar Kochba in 132-136, omdat hier minder geschreven bronnen over zijn. Strauss vermoedt, maar heeft hier geen harde bewijzen voor, dat de opstand in 116 uitbrak op instigatie van Parthië. Want juist toen keizer Trajanus de Parthen eindelijk op de knieën leek te hebben gekregen na de verovering van Armenië en de Parthische hoofdstad Ctesiphon, brak een nieuwe Joodse opstand uit in Egypte, Cyrene en op Cyprus. Strauss vindt de timing ervan te toevallig.
Zijn boek biedt daarmee niet alleen een overzicht van twee eeuwen Joods verzet tegen Rome, maar plaatst deze opstanden ook in een bredere, geopolitieke context. Het resultaat is een meeslepend en vernieuwend werk dat de bekende verhalen nuanceert en nieuwe verbanden blootlegt.
Opstand in Judea. Joods verzet tegen de Romeinen, 63 v.Chr.-136 n.Chr.
Barry Strauss
376 p. Omniboek, € 34,99

