Home Nederig dienaar van de Kroon

Nederig dienaar van de Kroon

  • Gepubliceerd op: 22 juni 2009
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Huub Wijfjes

Er was een tijd dat de diplomatie nog een exclusieve zaak was van heren van stand. Lees de biografie van zo’n heer door Bob de Graaff en Elsbeth Locher-Scholten en verbaas je over de vanzelfsprekendheid waarin het leven in de buitenlandse dienst (‘een elitair beroep’, aldus de auteurs) zich in de negentiende en begin twintigste eeuw voltrok. J.P. van Limburg Stirum, telg uit een roemrijk geslacht, studeerde natuurlijk rechten in Leiden, was daar ook voorzitter van het corps, trouwde een geestverwante jonkvrouw en trad vervolgens in dienst bij Buitenlandse Zaken. Op zijn 28ste was zijn carrière feitelijk al uitgestippeld, hoewel hij een leven lang volhield ‘geen ambitie’ te koesteren. Maar hij was uit het goede hout en van de juiste tongriem gesneden en dus voltrok zich de snelle opmars naar wat toen het hoogste was: gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.

Stirum was in 1916 een 42-jarige onderkoning van een gigantisch rijk met een eigen paleis en hofhouding. Opmerkelijk voor iemand zonder ambitie. Maar hij was natuurlijk een ideale diplomaat. Stirum was discreet maar standvastig, kwam uit een voortreffelijk milieu, voelde afdoende weerzin tegen ‘de massa’ en beleed ook het in deze periode veel voorkomende ‘milde antisemitisme’. Boven alles voelde hij echter een ongehoorde loyaliteit aan het landsbelang. Als een echte verlichte conservatief zag hij zijn ambt dus niet als beroep, maar als roeping.

Een persoonlijk leven leek de bewust kinderloze Van Limburg Stirum er niet op na te houden; op al te heftige emoties of druistige geloofsuitingen konden zijn biografen hem niet betrappen. En als we het goed begrijpen kostte zijn functie hem soms meer geld dan hij opbracht, maar daarover maakte hij zich net zomin zorgen als om persoonlijke geldingsdrang. Het liefst zou hij dan ook als een nederige dienaar van de Kroon in de geschiedenis zijn verzonken; hij beval dat na zijn dood al zijn persoonlijke papieren en dagboeken vernietigd zouden worden. Hetgeen geschiedde.

Voor de Utrechtse historici die zijn biografie wilden schrijven – op verzoek en met geld overigens van de stichting die Van Stirums nalatenschap en het landgoed IJsselvliedt in Wezep beheert – was dat een groot probleem. Maar door kundig en creatief onderzoek in andere archieven zijn ze er desondanks in geslaagd een vrij compleet beeld van de hoofdpersoon te geven, zij het dat de persoonlijke kant van zijn leven noodzakelijkerwijs onderbelicht is gebleven. Dat wordt in onze tijd steeds meer als een onoverkomelijk gemis gezien – vooral in de wereld van de biografie wil dat spitten in het privéleven nog weleens uit de hand lopen – , maar het heeft als voordeel dat er meer aandacht is voor de professionele omgeving waarin de hoofdpersoon heeft gewerkt.

De Graaff en Locher-Scholten schreven dus meer dan een intiem portret van een regent die wankelde tussen ‘realistisch pessimisme en pessimistisch realisme’. We zien in Stirums rijke carrière de elitaire opvattingen van de vooroorlogse diplomatie gespiegeld. Als gouverneur-generaal liet hij tussen 1916 en 1921 ogenschijnlijk een hervormingsgezindheid zien, die volgens zijn biografen echter minder vooruitstrevend was dan wel is beweerd. Zijn optreden was eerder typerend voor de behoedzame aanpassing aan de meest tumultueuze verschijnselen in de nieuwe tijd. Het doel, dat hij ook bereikte, was behoud van de natuurlijke orde en de bestaande verhoudingen.

Deze combinatie van conservatisme en aanpassingszin liet Stirum ook zien als ambassadeur op cruciale posten in cruciale tijden: Berlijn 1927-1936 en Londen 1937-1939. Stirum beleefde daar met enige zorg de stormachtige opkomst van het nazisme en een dreigende wereldoorlog. Het was in zijn ogen allemaal een eruptie van ‘het gepeupel’ en de ‘malcontenten’, die ook al in het communisme een toevluchtsoord hadden gezocht. Erg warm voor de proletarische Rijksdagbrandstichter Marinus van der Lubbe liep Stirum dan ook niet toen het doodvonnis was geveld. En hij maakte zich na Hitlers machtsgreep meer zorgen om de belangen van het bedrijfsleven en de repressie van de kerken dan om het lot van de Joden.

De biografen onthullen het allemaal zeer gedetailleerd in onderhoudend proza. En natuurlijk zonder emotie te tonen of grote oordelen te geven. Dat is geheel in de lijn van Stirum zelf, ook al had hij een biografie ongetwijfeld niet gewild.

Huub Wijfjes is mediahistoricus aan de Universiteit van Groningen.
Bob de Graaff en Elsbeth Locher-Scholten
J.P. graaf van Limburg Stirum 1873-1948. Tegendraads landvoogd en diplomaat
551 p. Waanders, € 34,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.