Na Trumps dreigementen dat hij ‘een hele beschaving’ zou uitroeien, gingen er zowel links als rechts stemmen op om hem uit zijn ambt te ontzetten met Artikel 25. In 1967 bedachten de VS deze grondwetswijziging om een president af te zetten die door ziekte of geestelijke aftakeling niet meer in staat is zijn ambt te vervullen. Maar het 25ste amendement brengt een duivels dilemma met zich mee.
Naarmate Trump wilder om zich heen slaat, meer bizarre uitspraken doet, op basis van onderbuikgevoelens oorlogen begint en in het algemeen niet goed in staat lijkt te zijn het presidentschap adequaat te vervullen, gaan er steeds meer stemmen op om het 25ste amendement op de grondwet in werking te stellen. In het laatste presidentsjaar van president Joe Biden, toen hij steeds labieler oogde en klonk, klonken dezelfde geluiden. Artikel 25 is het Amerikaanse antwoord op een cruciale vraag: hoe kom je van een president af die zich niet bewust is van zijn slechte conditie of gezondheidsproblemen ontkent?
Het Amerikaanse presidentschap gaat over op de vicepresident als een president wegens dood, aftreden of anderszins het ambt niet meer kan vervullen. Maar de Founding Fathers bedachten geen procedure of mechanisme om vast te stellen wanneer een president zijn werk niet meer kan doen.
Wilson was niet helemaal bij de les
De vraag kwam nooit echt aan de orde, vooral omdat presidenten weinig lieten zien van hun fysieke en geestelijke conditie. Meestal merkte niemand wat van gezondheidsproblemen. En als dat wel het geval was, ging de president een ondergeschikte rol spelen. Het ernstigste geval van ‘niet meer in staat zijn om te regeren’ deed zich voor toen president Woodrow Wilson (1913-1921) in oktober 1919 een hersenbloeding kreeg. Hij hield er een halfzijdige verlamming aan over en was, zeker in de eerste maanden, niet helemaal bij de les. Zo begonnen de vreemdste zeventien maanden in het Amerikaanse presidentschap. Vanwege de onduidelijkheid van de grondwet kon Wilson zijn ziekte verborgen houden. Eenieder die over vervanging begon, schrok hij onmiddellijk af.

De leden van zijn kabinet zagen hem niet meer; Wilsons vrouw Edith was de enige die toegang had tot de president. Ze las alle wetsvoorstellen en papieren, en kwam na raadpleging van Wilson terug met aantekeningen die zijn wensen zouden vertegenwoordigen. Feitelijk was zij de president. Toen Wilson weer vijf tot tien minuten rechtop kon zitten, wist hij een bezoekende senator voor de gek te houden. Het maakte een einde aan elke poging hem af te zetten.
Geen bejaarde congresleider op het pluche
Het geval Wilson was niet voldoende aanleiding om een regeling te maken, net zomin als de hartaanvallen van president Eisenhower. In zijn geval nam vicepresident Richard Nixon de taken tijdelijk over. Evenmin was er een regeling die voorzag in het benoemen van een vicepresident zodra die was afgetreden, overleden of zijn baas was opgevolgd. Dat was al een paar keer gebeurd. Harry Truman werkte tijdens zijn eerste jaren als president zonder vicepresident, iets wat een aantal eerdere presidenten ook had gedaan.
Tijdens de Koude Oorlog werd dit opeens ervaren als een serieus probleem. Dat gebeurde na de moord op president Kennedy in november 1963. Lyndon Johnsons volgde hem op en liet het vicepresidentschap open. Maar wat als er iets met Johnson zou gebeuren? Dan zou een van de bejaarde congresleiders hem opvolgen. Niemand wilde hen de nucleaire codes in handen geven.

Zo kwam in 1967 het 25ste amendement tot stand. Daarin werd bepaald dat in geval van een vacature voor het presidentschap het Congres een nieuwe vicepresident benoemt. De nieuwe regel werd meteen gebruikt toen Nixons vicepresident Spiro Agnew in 1973 moest aftreden wegens corruptie. De gerespecteerde Republikeinse afgevaardigde Gerald Ford werd vervolgens benoemd, met instemming van beide huizen van het Congres. Toen Ford in augustus 1974 president werd door Nixons aftreden, droeg hij op zijn beurt John Rockefeller voor.
Artikel 25 is een lastige regeling
Nu de Amerikanen toch bezig waren met opvolgingsregelingen, maakten ze ook meteen een procedure om een president af te zetten die zelf niet door heeft dat hij niet meer in staat is zijn ambt uit te oefenen – door ziekte, geestelijke gestoordheid of wat dan ook. In sectie 4 staat de complexe procedure die gevolgd moet worden als de vicepresident en de meerderheid van het kabinet de president niet meer in staat achten zijn werk te doen.
Het is een lastige regeling: het is aan de vicepresident, iemand die mogelijk zelf uit is op de hoogste baan, om de procedure te starten. Kort samengevat moet hij of zij een meerderheid van de ministers overhalen een geschreven verklaring te doen uitgaan waarin staat dat de president niet meer in staat is zijn werk te doen. Het komt erop neer dat de regering en het Congres met twee derde meerderheid de president kunnen afzetten.
Keuze tussen de pest en de cholera
Volgens verscheidene Amerikanen rondom de regering-Trump is er in 2017 al serieus gepraat over een Artikel 25-procedure. In de praktijk kwam er niets van terecht, hoewel menigeen twijfelde of Trumps geestelijke toestand hem toeliet het presidentschap adequaat uit te oefenen. President Trump kwalificeerde zichzelf als een ‘buitengewoon stabiel genie’ die meer had bereikt ‘dan welke president dan ook’, wat inderdaad de vraag opriep of hij wel goed bij zijn hoofd was. Maar hem afzetten zou, als het al mogelijk was via deze procedure, worden gezien als een onaanvaardbaar politiek ingrijpen.
Natuurlijk kaartten de Republikeinen het onderwerp ook aan in de tweede helft van Bidens regeerperiode. Ze spraken openlijk over het 25ste amendement, maar de Democraten stonden er niet voor open. Daar zit natuurlijk ook het probleem: het is een procedure waarbij het Congres een knoop moet doorhakken.
Als een vicepresident de meerderheid van de regering kan overtuigen dat Donald Trump moet worden afgezet, dan is dat een krachtig signaal dat het land een probleem heeft. Maar dan is er nog het probleem dat als Trump zou verdwijnen, diezelfde vicepresident JD Vance het ambt zou overnemen. Voor sommige Amerikanen is dat de keuze tussen de pest en de cholera. Zij hebben misschien liever Trump met een gezondheidsprobleem dan een volledig fitte JD Vance. Een duivels dilemma waarvoor het 25ste Amendement geen oplossing biedt.
