Home Mijn verhaal

Mijn verhaal

Martine Postma

Journalist

Gepubliceerd op: 19 augustus 2005

Update 7 april 2020

In 'Mijn Verhaal' vertellen lezers over een historische gebeurtenis waarbij zij aanwezig waren. Bob Bakker (72) kwam in de nazomer van 1944 als twaalfjarige jongen met zijn familie terecht in kamp Vught.

'"Zoekt u hem maar op," zei mijn moeder tegen de Duitse officier die haar op het SD-kantoor verhoorde. "Ik vind het ook schandelijk dat hij er zomaar vandoor is gegaan en mij met vijf kleine kinderen heeft achtergelaten." Daar was de Duitser een beetje beduusd van. Maar desondanks werden we in een vrachtwagen geladen en naar kamp Vught vervoerd.

Mijn vader was eerder dat jaar ondergedoken omdat hij niet voor de Duitsers wilde werken. Hij zwierf al maanden door het land. Het grootste deel van de tijd zat hij in een zomerhuisje dat de familie bezat in Putten.

Natuurlijk accepteerden de Duitsers zijn verdwijning niet zomaar. Dus werd er op een nacht bij ons in Assen aangebeld. Voor de deur stonden NSB'ers. "Meekomen," commandeerden ze. We kregen even de tijd om het hoognodige in te pakken en mijn moeder spoelde nog snel wat contrabande en verboden lectuur, zoals de verzetskrant Trouw, door de wc. Toen gingen we mee, naar het SD-kantoor. Of ik bang was? Ik geloof van niet. Als twaalfjarige laat je de dingen zo'n beetje over je heen komen.

Dat verhoor was natuurlijk een wassen neus. Mijn moeder en wij, de kinderen, dienden gewoon als gijzelaars omdat mijn vader was verdwenen. Ik weet nog dat in de vrachtwagen die ons naar het kamp bracht twee fauteuils stonden. In mijn onschuld dacht ik dat die waren bestemd voor mijn moeder, die zwanger was van mijn jongste zusje, en voor de moeder van het andere gezin dat tegelijk met ons was opgepakt. Maar ze waren bedoeld voor de NSB'ers die ons begeleidden; wijzelf gingen op houten banken zitten.

Onderweg maakte mijn moeder nog angstige momenten mee toen we door Putten bleken te rijden. Stel je voor dat we mijn vader hadden zien lopen! Dan zouden de kleine kinderen vast enthousiast "Vader!" hebben geroepen. Hoe had mijn moeder in dat geval de situatie moeten redden? Maar we kwamen hem niet tegen.

In het kamp werd ik met de drie jongsten in de kinderbarak ondergebracht; mijn oudere broer, die veertien was, moest als enige naar het mannenkamp. Hij werd kaalgeschoren en kreeg gevangeniskleren aan. Mijn moeder zat in de vrouwenbarak. Overdag moest ze knijpkatten maken in de Philips-fabriek. We zagen haar 's avonds.

Natuurlijk dachten we wel eens: hoe loopt dit af? Maar verder was het voor ons kinderen daar niet heel slecht. Aan de muren hingen plaatjes - van kabouters of zoiets - om het een beetje op te fleuren; er waren schommels en we konden spelen; wij hoefden niet te werken. Ook van honger of slecht eten herinner ik me niets.

Een maand hebben we daar gezeten. Toen kwam ineens het bericht dat we weg mochten. Het bleek dat familie een advocaat in de arm had genomen, die had ontdekt dat de plaatselijke SD ons zonder machtiging van het hoofdkantoor had opgepakt. Bij die Duitse instanties werd alles zeer pünktlich geadministreerd, dus het was goed na te gaan. Die advocaat heeft die twee onderdelen tegen elkaar uitgespeeld, met als resultaat dat wij werden vrijgelaten.

We zijn met de trein naar Amsterdam gegaan, waar we een paar maanden bij mijn oma en mijn tante hebben gewoond. Daarna ben ik met mijn oudste broer per boot naar Lemmer gebracht. Daar hebben we, bij familie in Buitenpost, het einde van de oorlog afgewacht, waarna ons gezin in Assen werd herenigd.

Ik geloof niet dat ik nadelige gevolgen heb ondervonden van mijn oorlogservaringen. Maar toch, als ik erop terugkijk, is dit wel een van de centrale verhalen in mijn leven.'

Nieuwste berichten

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Artikel

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad

De Russen gaan van 18 tot en met 20 september naar de stembus om de 450 leden van het parlement – de Staatsdoema – te kiezen. Dat deze verkiezingen geen ‘feest van de democratie’ zijn, past in de politieke geschiedenis van Rusland. Een echte parlementaire cultuur kon daar nooit opbloeien 4 oktober 1993. Tanks die...

Lees meer
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Artikel

Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten

Zogenaamd om stemfraude bij de komende congresverkiezingen in Amerika te voorkomen, pleit Donald Trump voor landelijke regels die voor alle staten moeten gelden. Hij is er wat laat mee, want de echte wanpraktijken bij Amerikaanse verkiezingen dateren vooral van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit artikel krijg je van...

Lees meer
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Artikel

Iraanse sporters dagen de macht uit

In Iran vormen sport, protest en politiek al eeuwenlang een nauw verweven, maar ook conflictueuze drie-eenheid. Nu zijn het vaak vrouwelijke voetballers die van zich laten horen. Ooit waren het worstelaars, vertelt politicoloog Caroline Azad. Gholamreza Takhti is een legende in Iran. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd deze worstelaar – ‘met...

Lees meer
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Artikel

Artsen zonder Grenzen: onafhankelijk, maar nooit apolitiek

Een groep artsen die vond dat het Rode Kruis niet genoeg deed tegen mensenrechtenschendingen in Biafra, stichtte in 1971 de medische hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. De initiatiefnemers wilden volledig apolitiek opereren, maar dat bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk. Médecins Sans Frontières (MSF), de moederorganisatie van Artsen zonder Grenzen, is een medische internationale hulporganisatie. Momenteel biedt MSF hulp in Nepal na een dodelijke overstroming en is de organisatie werkzaam in Oekraïne en Gaza, waar ze...

Lees meer
Loginmenu afsluiten