Home Mijn Verhaal: ‘In de bomen hingen de lichamen van gesneuvelde parachutisten’

Mijn Verhaal: ‘In de bomen hingen de lichamen van gesneuvelde parachutisten’

  • Gepubliceerd op: 22 jun 2004
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Martine Postma

In ‘Mijn verhaal’ vertellen lezers over een historische gebeurtenis waarbij zij betrokken waren. Ans Zwollo-Woltering (72) werd tijdens de Slag om Arnhem in september 1944 met 95.000 anderen uit die stad geëvacueerd.

 
‘Opeens was de lucht vol met vliegtuigen. Honderden, voor mijn gevoel. Het was één lange, onafgebroken stroom. En parachutisten, een prachtig gezicht. “Daar komen de Tommies, onze bevrijders!” juichten we. Het was 17 september 1944 en ik zat met mijn ouders en drie zusters in de tuin. 

Maar we waren nog niet van de mof af. Die zondag begon de Slag om Arnhem, met aanhoudende bombardementen, inslagen en langssuizende V1’s. Een week lang hebben we in het souterrain van ons huis aan de Lawick van Pabststraat geleefd. Hoe de strijd verliep, wisten we niet. Door de raampjes, die half boven de grond uitkwamen, zagen we nu eens Duitse laarzen voorbijmarcheren, dan weer een ander type schoen; dat moesten de Tommies zijn. 

We hadden het druk genoeg, daar in dat souterrain. Om licht te maken in de verduisterde ruimte draaiden we om beurten aan de trappers van een fiets, zodat de lamp ging branden. We maalden beukennootjes om een beetje olie te hebben, aten het scheepsbeschuit dat mijn moeder had gehamsterd en droogden braambladeren, waar we thee van zetten. 

Op maandag 25 september werd er voor dag en dauw aan de voordeur gerammeld: “Raus! Raus!” En terwijl wij zo snel als we konden wat spullen bij elkaar raapten, liepen de Duitsers al door ons huis. Onze boekenkast werd de straat op gedragen; met ander meubilair en wat takkenbossen eroverheen vormde die een soort obstakel waar de Duitsers zich tijdens de schietpartijen achter verscholen. 

We kregen het advies – van wie, dat weet ik niet meer – om naar Apeldoorn te lopen, maar mijn vader zei: “Als de hele stad naar Apeldoorn loopt, kunnen we het wel vergeten dat we daar ergens onderdak vinden.” Dus wij gingen de andere kant op, richting Ede. 

Daar liepen we: mijn ouders en hun vier dochters van twintig, dertien – dat was ik -, twaalf en tien. We hadden twee fietsen bij ons, beladen met koffers en tassen, en mijn moeder, de lieverd, duwde onze theetafel-op-wieltjes voort. Wat we onderweg al niet tegenkwamen! In de kruinen van de bomen hingen de lichamen van gesneuvelde parachutisten, en ook op de grond lagen overal dode soldaten; je moest eroverheen stappen, vreselijk. 

Maar er lagen ook kaarten van Arnhem – zó gedetailleerd, zelfs telefooncellen stonden erop. En blikken met eten! Mijn pa maakte er een open en er zaten de heerlijkste dingen in: chocola, cake. Maar we mochten er niks van eten en nergens aankomen; volgens mijn vader kon het een tactiek van de vijand zijn om ons te vergiftigen. Wel hebben we een parachute meegenomen. Een enórme lap, blauwgroen van kleur. Daar heeft mijn moeder na de oorlog een tent van gemaakt, waarin we nog met twaalf man hebben gekampeerd. 

In Ede hebben we korte tijd in het huis van vrienden van mijn ouders gelogeerd. Maar toen het ook daar te gevaarlijk werd, zijn we verder naar het noorden getrokken. In Kootwijkerbroek wilde een boer ons alleen onderdak verlenen als we, bij wijze van tegenprestatie, een sloot voor hem groeven. Dus wij hebben daar met z’n zessen een sloot staan graven, stel je voor. Drie maanden hebben we van adres naar adres gezworven voordat we eind december bij een neef van mijn vader in Friesland terechtkonden. Daar zijn we tot de bevrijding gebleven. 

Als ik nu op televisie vluchtelingen zien, waar ook ter wereld, dan moet ik nog steeds aan die periode aan het einde van 1944 denken. Ik weet wat die mensen doormaken. Zwerven, dat is een verschrikking.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
Interview

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’

Amerika en Israël zeggen dat Iran absoluut geen kernwapen mag krijgen, omdat de ayatollahs die onmiddellijk op Jeruzalem zullen afvuren als onderdeel van hun religieuze strijd. Is die angst terecht? Heeft het Iraanse regime een irrationele vernietigingsdrang? Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) pleit voor een minder religieuze kijk. ‘Iran moet gezien worden voor wat het...

Lees meer
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
Artikel

FvD en extreem-rechts zijn Siamese tweelingen, ook al beweert Lidewij de Vos anders

Dat Forum voor Democratie zes kandidaten met een extreem-rechtse achtergrond verkiesbaar stelt op 18 maart, is geen bedrijfsongeval. Partijoprichter Thierry Baudet put al jaren uit fascistisch gedachtegoed, stelt historicus Robin te Slaa. De FvD ligt onder vuur sinds de onthulling door de Volkskrant op 3 februari, dat zes kandidaten van de partij voor de komende...

Lees meer
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
Historische sensatie

‘Iedereen kon met een hamer op de kop van Jut slaan’

Historicus Paul van der Steen schreef een boek over een geruchtmakende negentiende-eeuwse roofmoord. ‘Veel mensen waren boos omdat Hendrik Jut niet de doodstraf kreeg.’ Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?  ‘Zoiets overkwam mij toen ik tijdens mijn research naar de roofmoord op de Haagse weduwe Theodora van der Kouwen en haar dienstmeid Leentje Beeloo in 1872 op de oorspronkelijke plattegrond van de plaats delict stuitte. Twee weerloze vrouwen die op een decembernacht thuis bruut werden overvallen, de kranten...

Lees meer
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
Interview

‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’

De Hongaarse premier Viktor Orbán schurkt tegen Poetin aan, maar dat lijkt hem in eigen land nauwelijks te deren. Koesteren de Hongaren geen wrok over het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956? Toen de Hongaarse bevolking zich in 1956 probeerde te ontworstelen aan het Sovjet-communisme, stuurde Jozef Stalin tanks naar Boedapest. Honderden burgers kwamen om het leven en...

Lees meer
Loginmenu afsluiten