Home Mijn Verhaal

Mijn Verhaal

  • Gepubliceerd op: 18 mei 2005
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Martine Postma

In ‘Mijn Verhaal’ vertellen lezers over een historische gebeurtenis waarbij zij aanwezig waren. Janna Koopmans-Kingma (75) vertrok in 1962, kort voor de overdracht van de laatste Nederlandse kolonie aan de Verenigde Naties, halsoverkop uit Nieuw-Guinea.


‘Toen het vliegtuigje opsteeg en ik met mijn vier kinderen boven het oerwoud cirkelde, was ik wel een beetje in paniek. Dit was niet het afscheid dat ik me had voorgesteld.

Mijn man was doopsgezind predikant en zijn grootste wens was om in de zending te gaan. Niet om zieltjes te winnen, maar om mensen op te voeden tot zelfstandigheid. Ook ik raakte geleidelijk aan enthousiast voor dat plan. Nieuw-Guinea leek ons een goede bestemming; dat gebied was al heel lang onder Nederlands beheer, en hoewel wij niet vonden dat dat eindeloos zo moest blijven, dachten we wel: als je ergens mee begint, moet je het ook afmaken. Je kunt die mensen daar niet zomaar in de steek laten.

Nadat mijn man een speciale opleiding had gevolgd, vertrokken we begin 1959 naar de Vogelkop, een gebied in het noordwesten van Nieuw-Guinea, waar de doopsgezinde zending zat. Het was wel even wennen in onze nieuwe woonomgeving: ons huis had hardboard muren, er was geen beton gestort voor de vloer, er was geen wc. Met drie kinderen – van wie de oudste toen vier was en de jongste tweeënhalve maand – was dat in het begin heel vervelend.

Maar uiteindelijk hebben we in Teminaboean, waar we woonden, een heel goede tijd gehad. We woonden samen met de andere Nederlanders – onder wie ook onderwijzers en een arts – in een dorp tien kilometer van de kust; daarachter begon de kampong, waar de Papoea’s woonden. We pasten ons aan de warmte aan; we stonden heel vroeg op en ’s middags gingen we een uurtje rusten. Vaak gingen we zwemmen in de rivier, die uit de bergen kwam. Omdat er geen verkeer was, konden de kinderen – het waren er inmiddels vier – heerlijk buiten spelen.

Eind 1961 werd het onrustig in het gebied. Bij Sorong, op 85 kilometer afstand van Teminaboean, infiltreerden steeds meer Indonesische soldaten. Hoe gaat dit aflopen, dachten wij. Als er straks écht iets gebeurt, waar moeten wij dan heen? De Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken, Edzo Toxopeus, kwam langs in een poging ons gerust te stellen. Desnoods, zei hij, zouden ze ons met een onderzeeër komen halen. Dat was een lachertje; het water in de rivier was voor gewone boten al nauwelijks hoog genoeg.

In die tijd raakte ik zwanger van mijn vijfde kind. Een slecht moment, nu de spanningen steeds hoger opliepen. En omdat mijn man voor zijn werk vaak weken achter elkaar weg was, begonnen we ons af te vragen of het nog wel verantwoord was dat ik daar met onze kinderen zat. Na lang wikken en wegen besloten we dat ik in het voorjaar van 1962 met de kinderen naar Nederland zou gaan; mijn man zou komen zodra hij zijn werk had kunnen overdragen aan de Papoea-predikanten die inmiddels waren opgeleid.

Het vertrek was heel vreemd. Eén keer per week landde bij de kampong een vliegtuigje, dat dan doorvloog naar verderop en twee dagen later terugkwam om passagiers op te pikken. Toen “ons” vliegtuig landde, dachten wij dus dat we nog twee dagen tijd hadden om te pakken. Maar door regen was de landingsbaan dermate slecht geworden dat het vliegtuigje niet nóg een keer zou kunnen landen; we moesten dus nú al mee. We hadden welgeteld drie kwartier om onze spullen te pakken.

Drie weken na ons vertrek werden bij Teminaboean Indonesische parachutisten gedropt. Alle Europeanen werden geëvacueerd. Mijn man is gebleven, tot een maand na de overdracht van het gebied aan de Verenigde Naties. Pas in november ’62 kwam hij terug naar Nederland; zijn jongste zoon was toen al zeven maanden oud.’

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’
Interview

‘Bestempel het Iraanse regime niet te snel als irrationeel’

Amerika en Israël zeggen dat Iran absoluut geen kernwapen mag krijgen, omdat de ayatollahs die onmiddellijk op Jeruzalem zullen afvuren als onderdeel van hun religieuze strijd. Is die angst terecht? Heeft het Iraanse regime een irrationele vernietigingsdrang? Arabist Maurits Berger (Universiteit Leiden) pleit voor een minder religieuze kijk. ‘Iran moet gezien worden voor wat het...

Lees meer
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
FvD-voorman Thierry Baudet houdt een toespraak bij een protest van Farmers Defence Force
Artikel

FvD en extreem-rechts zijn Siamese tweelingen, ook al beweert Lidewij de Vos anders

Dat Forum voor Democratie zes kandidaten met een extreem-rechtse achtergrond verkiesbaar stelt op 18 maart, is geen bedrijfsongeval. Partijoprichter Thierry Baudet put al jaren uit fascistisch gedachtegoed, stelt historicus Robin te Slaa. De FvD ligt onder vuur sinds de onthulling door de Volkskrant op 3 februari, dat zes kandidaten van de partij voor de komende...

Lees meer
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
De moord op Theodora van der Kouwen en Leentje Beeloo. Afbeelding op de voorpagina van Geïllustreerd Politie-Nieuws
Historische sensatie

‘Iedereen kon met een hamer op de kop van Jut slaan’

Historicus Paul van der Steen schreef een boek over een geruchtmakende negentiende-eeuwse roofmoord. ‘Veel mensen waren boos omdat Hendrik Jut niet de doodstraf kreeg.’ Kent u de historische sensatie, zoals door Johan Huizinga omschreven?  ‘Zoiets overkwam mij toen ik tijdens mijn research naar de roofmoord op de Haagse weduwe Theodora van der Kouwen en haar dienstmeid Leentje Beeloo in 1872 op de oorspronkelijke plattegrond van de plaats delict stuitte. Twee weerloze vrouwen die op een decembernacht thuis bruut werden overvallen, de kranten...

Lees meer
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’
Interview

‘Orbáns band met Rusland wringt vanwege de Hongaarse Opstand van 1956’

De Hongaarse premier Viktor Orbán schurkt tegen Poetin aan, maar dat lijkt hem in eigen land nauwelijks te deren. Koesteren de Hongaren geen wrok over het neerslaan van de Hongaarse Opstand in 1956? Toen de Hongaarse bevolking zich in 1956 probeerde te ontworstelen aan het Sovjet-communisme, stuurde Moskou tanks naar Boedapest. Honderden burgers kwamen om het leven en...

Lees meer
Loginmenu afsluiten