Home Dossiers Invloedrijke vrouwen Maria van Hongarije: bekwaam maar niet geliefd

Maria van Hongarije: bekwaam maar niet geliefd

  • Gepubliceerd op: 29 augustus 2023
  • Laatste update 25 sep 2023
  • Auteur:
    Alies Pegtel
  • 12 minuten leestijd
Portret van Maria van Hongarije, met een typisch Habsburgse kin, naar het origineel van Titiaan.
Cover van
Dossier Invloedrijke vrouwen Bekijk dossier

Als kinderloze weduwe had Maria van Hongarije geen eigen dynastieke belangen. Daarom mocht ze namens haar broer, keizer Karel V, de Lage Landen besturen. Maar ze was het lang niet altijd eens met zijn beleid.

Vijfentwintig was Maria toen ze in 1531 als regentes terugkeerde naar de Lage Landen. Ze had jarenlang in het buitenland gewoond, maar was in Brussel geboren als een van de zes kinderen van Filips van Habsburg, ‘de Schone’, en Johanna van Castilië, ‘de Waanzinnige’. Toen ze pas een jaar oud was, had haar grootvader keizer Maximiliaan I van Oostenrijk haar al ingezet als huwelijkspion om de Habsburgse banden met Hongarije te versterken. Hij beloofde haar in 1506 aan Lodewijk II, koning van Hongarije en Bohemen, die toen overigens nog geboren moest worden.

Meer historische verhalen lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Later datzelfde jaar overleed plots Maria’s vader. Maximiliaan besloot de voogdij over Maria, haar oudere zussen en broer Karel te geven aan zijn dochter Margaretha. Daarnaast vertrouwde hij haar het regentschap toe over de Lage Landen.

Zo groeide Maria op aan Margaretha’s hof in Mechelen, destijds de hoofdstad van de Nederlanden. Haar tante zorgde ervoor dat de meisjes even zorgvuldig als Karel werden onderwezen in humanistische vakken, Latijn, Grieks en de kunsten. Maria en haar vijf jaar oudere broer waren maatjes, beiden uiterst sportief en dol op paardrijden en jagen.

Op haar achtste moest Maria afscheid nemen van het Mechelse hof. Ze verhuisde met haar gouvernante en eigen hofhouding naar Oostenrijk, waar ze een eigen paleis betrok vlak bij grootvader Maximiliaan. Dit ter voorbereiding op haar verloving met de Hongaarse kroonprins Lodewijk. Het was een dubbele plechtigheid, want Maria’s broer Ferdinand verloofde zich gelijktijdig met Lodewijks zus Anna. Met de luisterrijke Wiener Doppelhochzeit legde Maximiliaan in 1515 de basis voor de Oostenrijk-Hongaarse Dubbelmonarchie.

De betoverde kamer (‘salle enchantée’) in het paleis van Binche in 1549.
De betoverde kamer (‘salle enchantée’) in het paleis van Binche in 1549.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

In 1522 vertrok Maria daadwerkelijk naar Hongarije, waar ze tot koningin werd gekroond. Haar grootvader was inmiddels overleden. Hij was opgevolgd door haar broer Karel als heer van de Nederlanden en als Rooms-Duits keizer. De jonge koningin Maria leidde in Boedapest een hofleven vol feesten en banketten, maar de Hongaarse adel was anti-Habsburgs, en haar echtgenoot weinig daadkrachtig. Toen een oppermachtig Turks leger het straatarme Hongarije dreigde binnen te vallen, trad Maria naar voren als een moedig diplomate en probeerde tot een compromis te komen. ‘Kon men haar maar in een koning veranderen. Dan zouden we veel beter af zijn,’ schreef een Hongaarse hoffunctionaris.

Mentor van Willem van Oranje

De jonge Willem van Oranje bevond zich vanaf 1545 geregeld in de entourage van landvoogdes Maria van Hongarije. ‘Ma mère’, zoals hij haar eerbiedig noemde, stelde zich op als een mentor van wie de 12-jarige prins de kunst van het regeren kon afkijken. Zo nam ze hem mee op inspectiereis door de verschillende gewesten en naar de Rijksdag in Augsburg. Zij en haar broer keizer Karel V waakten als een vader en een moeder over de erfgenaam van het prinsdom van Oranje. Door in de nabijheid van de Habsburgse machthebbers te verkeren kon Willem nuttige contacten aanknopen op allerlei niveaus. Daarbij leerde hij van de landvoogdes dat een tolerante houding in geloofszaken in de Nederlandse gewesten zinvoller was dan rechtlijnigheid.

De veldslag bij Mohács in 1526, waarbij Lodewijk omkwam, duurde slechts anderhalf uur. Maria wilde weg uit het haar vijandige Hongarije, maar haar broer Ferdinand gebood haar als regentes de kroon voor hem veilig te stellen. Pas toen hij in 1527 tot Hongaars koning was gekroond, kon ze terugkeren naar Oostenrijk.

Lutherse leeuwin

Met de dood van haar echtgenoot nam haar leven een beslissende wending. Maria zou haar witte linnen weduwekap nooit meer afdoen en zou haar Hongaarse koninginnentitel blijven dragen. Ondanks aandringen van haar broers sloeg ze drie huwelijksaanzoeken af. Maar haar permanente geldnood dwong haar uit te kijken naar een alternatieve levensinvulling. Zonder man had ze geen inkomen. Hoogstwaarschijnlijk vatte ze daarom het plan op om in de voetsporen te treden van haar tante Margaretha, ook een weduwe, die als landvoogdes leefde in de weelde waaraan Maria gewend was.

Zonder man had Maria geen inkomen

Toen Ferdinand haar schreef dat hun tante op 1 december 1530 was gestorven, stuurde ze een gezant naar het hof van Karel in Keulen. Via hem liet ze de keizer weten dat ze uitstekend geschikt was voor de hoge post van regentes. Ze benadrukte dat ze ongehuwd wilde blijven. En ze onderstreepte dat ze hem steunde in zijn religieuze politiek. Daaraan zou hij kunnen twijfelen, omdat ze tijdens haar Hongaarse huwelijksjaren gecharmeerd was geraakt van de vernieuwende denkbeelden van Luther en Erasmus. Haar echtgenoot was luthers en de katholieke Habsburgse Maria aan zijn zijde werd al snel een leona lutteriana (‘lutherse leeuwin’)genoemd. Tot afgrijzen van haar broers had Maarten Luther na de dood van haar man openlijk vier Trostpsalmen aan hun zusje opgedragen. Ook Erasmus wijdde in 1529 een werk aan haar, De vidua christiana.

Reformatorische theologen hoopten dat de Hongaarse koningin-weduwe hun zaak zou bepleiten bij haar broer. Tot de zomer van 1530 schijnt daarvan ook sprake te zijn geweest. Maar kort daarna vroeg Maria per brief aan Luther of ze misschien privé zijn nieuwe hervormingsleer kon aanhangen en openbaar bij het confessionele geloof mocht blijven. Luther wees dit verzoek af.

De Raad in Mechelen, zestiende-eeuwse afbeelding.
De Raad in Mechelen, zestiende-eeuwse afbeelding.

Eind 1530 had ze om opportunistische redenen besloten dat ze er beter aan deed om de rechtgeaarde katholiek Karel V haar loyaliteit aan te bieden, ook in geloofszaken. Karel schreef zijn zus op 3 januari 1531 dat hij ‘onmogelijk een bekwamere persoonlijkheid zou kunnen vinden dan u’, en verzocht haar het ambt van landvoogdes te aanvaarden. Dat ze weduwe was zonder kinderen was een doorslaggevende factor. Ze zou niet snel naar een eigen machtspositie streven en was geen bedreiging voor Karel.

Karel vertrouwde erop dat Maria het roomse geloof in de Nederlanden zou beschermen, al was het maar uit ‘broederliefde’. Zijn keizerlijk gezag was nauw verbonden met de katholieke kerk. Hij stond erop dat ze haar luthersgezinde hovelingen in Oostenrijk achterliet. Maria gehoorzaamde, maar niet helemaal. Naast haar geliefde valken en jachthonden nam ze haar secretaris en vriend van Erasmus mee, en haar huispredikant, die in de Nederlanden zou worden beschuldigd van ketterij. Hierdoor laadde ze de verdenking op zich dat ze het lutheranisme nooit helemaal had afgezworen.

Urenlang paardrijden

Op een portret van schilder Titiaan is Maria van Hongarije herkenbaar aan haar vooruitstekende Habsburgse kin, dezelfde als Karel. Toen ze in maart 1531 in de Lage Landen aankwam, wachtte hij zijn zus op om haar te installeren. Ze hadden elkaar sinds hun jeugd in Mechelen nooit meer gezien.

Maria verkoos Brussel om te resideren. Het Brusselse paleis op de Koudenberg had grandeur en het complex van gebouwen, galerijen, toernooivelden, tuinen en vijvers lag dicht bij natuurgebieden, waar ze kon jagen. Ze bereed een paard niet zijdelings als amazone, maar zoals een mannelijke ruiter. Geregeld matte ze zichzelf uren achtereen af op een paard in de natuur. In haar paleis kon ze zelden rust vinden. Het was daar altijd een komen en gaan van edelen, militairen en functionarissen die van alles met haar wilden regelen.

Paleis op de Koudenberg bij Brussel. Geschilderd door Jan Brueghel de Jonge, circa  1627.
Paleis op de Koudenberg bij Brussel. Geschilderd door Jan Brueghel de Jonge, circa 1627.

In haar aanstellingsbrief waren Maria’s belangrijkste taken omschreven: ze moest het centrale gezag versterken en lutherse ketterijen bestrijden. Karel was vastbesloten de wildgroei aan lokale en gewestelijke privileges te beteugelen. De Hofraad die de landvoogdes bijstond, werd opgesplitst in drie afzonderlijke raden: de Raad van Financiën, de Geheime Raad en de Raad van State. Door de hoge adel en geestelijken in de Raad van State mee te laten beslissen over binnen- en buitenlandse kwesties hoopte Karel een breed draagvlak te creëren voor zijn centralistische politiek. Zijn voornaamste doel: effectiever belasting innen. Hij sloot ook voortdurend leningen af, want geld had hij nooit genoeg voor zijn veldslagen.

Met Karel, die meestal ver weg zat, correspondeerde Maria intensief. Maar onder druk van de gebeurtenissen moest ze vaak zelfstandig regeren. Karels oorlogs- en dynastieke politiek druiste in tegen de belangen van de Nederlandse koopmannen, die juist gebaat waren bij vrede. Zo weigerde het armlastige stadsbestuur van Gent in 1539 mee te betalen aan Karels oorlog met Frankrijk. De keizer kwam zelf orde op zaken stellen. Hij liet zijn troepen de stad deels platbranden. De aanvoerders van de Gentse opstand werden publiekelijk onthoofd.

Ze tolereerde andersdenkenden zolang die niet aan het staatsgezag tornden

Maria had de Lage Landen afzijdig willen houden van de Franse oorlog, maar Karel had dit niet geduld. Zo moest ze voortdurend laveren tussen de wens van haar broer tot vedergaande centralisatie en het particularisme van de steden en gewesten. Ook in religieuze zaken probeerde ze een tussenpositie in te nemen. Twee jaar voor Maria’s komst had Karel de doodstraf ingevoerd voor ketterij. Om de zoveel tijd kondigde hij harde maatregelen af via plakkaten. Maria voerde het repressieve beleid uit, maar vervolgde niet actief. Een uitzondering vormden de revolutionaire acties van de wederdopers in de Noordelijke Nederlanden, die ze in 1535 liet neerslaan. Maar zolang er niet aan het staatsgezag werd getornd, tolereerde ze andersdenkenden.

Gewetenswroeging

De eerste jaren vielen haar zwaar. In een brief aan Ferdinand noemde ze het veeleisende regentschap ‘een strop om haar nek’. Ze leed vermoedelijk aan psychosomatische klachten, want geen dokter kon een oorzaak vinden voor haar vele lichamelijke kwalen. Ze zat ook klem: als intelligente perfectionist was ze afhankelijk van de goedkeuring van haar broer, met wiens beleid ze het lang niet altijd eens was. Het valt ook niet uit te sluiten dat ze kampte met gewetenswroeging over de vervolgingen van lutheranen, met wie ze gezien haar verleden op z’n minst sympathie heeft moeten voelen.

Gaandeweg groeide ze in haar rol. Maria onderhield contacten met stadhouders, doortrok de gewesten en spande zich in voor dijkaanleg en vestingwerken. Ze dwong respect af met haar dossierkennis, werklust en probleemoplossend vermogen, ook bij Karel, die op haar oordeel vertrouwde. De landvoogdes was de persoon naar wie men te luisteren had.

Vrouwen besturen de Lage Landen

De Lage Landen stonden in de zestiende eeuw grotendeels onder vrouwelijk gezag. Drie landvoogdessen regeerden van 1507 tot 1567 uit naam van een mannelijk familielid van het Habsburgse huis: Margaretha van Oostenrijk (1480-1530), Maria van Hongarije (1505-1558) en Margaretha van Parma (1522-1586). Als bloedverwanten van de vorst werden ze geschikt geacht om als zijn plaatsvervanger op te treden en het centrale gezag te vertegenwoordigen in dit grensgebied van het enorme Habsburgse Rijk. Ze waren alle drie weduwe, en dat maakte ze niet bedreigend voor de zittende machthebber.

Geliefd was ze niet. Als machtige vrouw, die volgens alle middeleeuwers inferieur was aan de man, verschanste ze zich achter een harnas van ongenaakbaarheid. Onderdanig aan haar oudste broer, was Maria behept met een sterk standsbesef: ieder ander mens diende te buigen voor haar, een uitverkoren Habsburgse telg van de machtigste dynastie op aarde.

Alleen de twee dochtertjes van hun overleden zus Isabella, die Karel onder haar hoede had gesteld, liet ze in haar nabijheid komen. Geschokt was ze toen ze ontdekte dat Karel hun jongste nichtje Christina van Denemarken als 11-jarige had uitgehuwelijkt aan een 38-jarige Italiaanse graaf. Ze schreef hem haar eerste en enige brief op poten: ‘Het is tegennatuurlijk en tegen Gods heilige wet een klein meisje nog ver verwijderd van het vrouwzijn, uit te huwelijken en zolang ze zelf nog een kind is bloot te stellen aan de gevaren van het kraambed.’ Karel ging er niet eens op in.

Iedereen diende voor haar te buigen

Op haar veertiende was Christina alweer terug in Brussel als weduwe. Maar opnieuw moest Maria zich inspannen om haar nichtje uit handen te houden van een oudere man. De Engelse koning Hendrik VIII, die net zijn tweede echtgenote Anna Boleyn had laten onthoofden, had zijn zinnen gezet op Christina. Maria gruwde van Hendrik, maar ze kon hem om diplomatieke redenen niet voor het hoofd stoten. Ze traineerde maandenlang de huwelijksonderhandelingen, onder andere door de Engelse gezanten uit te nodigen voor uitgebreide jachtpartijen. Die konden haar te paard niet bijhouden en raakten moedeloos omdat ze haar maar niet te spreken kregen. Het probleem loste zich uiteindelijk op omdat de paus Hendrik VIII in de ban deed, waardoor hij geen aanvaardbare huwelijkskandidaat meer was voor een katholieke Habsburgse prinses.

Maria was een strateeg: met haar generaals bedacht ze plannen om aanvallen te pareren van Frankrijk en de opstandige hertog Karel van Gelre, die met de Fransen samenspande. Aan de Gelderse oorlogen die sinds 1502 speelden, maakte Karel een einde toen hij in 1543 de Gelderse troepen versloeg. Dat leidde tot de Vrede van Venlo. Met de Friese jurist Viglius van Aytta, een van haar machtigste raadgevers, werkte Maria aan de Transactie van Augsburg, waarmee in 1548 de oostelijke gewesten werden samengevoegd met de overige Nederlandse gewesten. De Zeventien Provinciën vormden de semi-soevereine ‘Bourgondische Kreits’.

Executie van wederdopers op de Dam, 1535. Ets door Jan Luyken, 1693.
Executie van wederdopers op de Dam, 1535. Ets door Jan Luyken, 1693.

Een jaar later werd in de Pragmatieke Sanctie vastgelegd dat de Nederlanden als een ondeelbare eenheid overgeërfd zouden worden door één heerser. Het was aan Habsburgse machthebbers te danken dat de losse Nederlandse gewesten aan elkaar werden gesmeed en hun krachten meer en meer zouden gaan bundelen.

Karel V was op zijn vijfenvijftigste lichamelijk en geestelijk op. Na veertig jaar wereldmacht droeg hij in 1555 zijn taak over aan zijn zoon Filips. Maria, die ook kwakkelde, legde eveneens haar ambt neer en vertrok met Karel in 1556 naar Spanje. Haar regentschap was verbonden aan hem als heer. Haar neef Filips II wilde ze niet dienen; ze twijfelde aan zijn capaciteiten. In een van de laatste brieven aan Karel klonk haar toewijding in de aanhef ‘après Dieu, mon tout en ce monde’ (‘na God mijn alles op deze wereld’).

Ze was hem trouw, bijna tot in de dood. Maria stierf twee weken na Karel in 1558, op haar drieënvijftigste, aan een hartaanval. Er rest weinig tastbaars van haar. Nog tijdens haar leven in 1554 werden de prachtige renaissancekastelen die ze had laten bouwen in Binche en Mariemont door aartsvijand Frankrijk met de grond gelijkgemaakt.

Meer weten

  • Maria van Hongarije (1951) door Jane de Jongh is een biografie van de regentes.
  • De zwijger: het leven van Willem van Oranje (2021) door René van Stipriaan schetst ook het hof van Maria.
  • Maria van Hongarije (1993) door Bob van den Boogert en Jacqueline Kerkhoff beschrijft haar leven tussen keizers en kunstenaars.

Openingsbeeld: Portret van Maria van Hongarije, met een typisch Habsburgse kin, naar het origineel van Titiaan.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 9 – 2023