Home Maarten van Rossem

Maarten van Rossem

  • Gepubliceerd op: 22 september 2004
  • Laatste update 07 apr 2020

Zestig jaar geleden, op 25 augustus 1944, werd Parijs na vrij omvangrijke straatgevechten bevrijd. Op die dag waren er alleen maar Franse troepen in de stad en Charles de Gaulle, de leider van de Vrije Fransen, verklaarde voor het stadhuis dat de stad in opstand was gekomen en zichzelf had bevrijd, daartoe geinspireerd door ‘het eeuwige Frankrijk’.

 

Het was een prachtig moment, maar met de werkelijkheid had het natuurlijk niets te maken. Frankrijk werd dat jaar bevrijd door de Amerikanen en de Engelsen, en die hadden goedgunstig toegestemd in een Franse bevrijding van de hoofdstad, omdat die strategisch niet van grote betekenis was en niet werd verwacht dat de Duitse bezetters zich fel zouden verdedigen. De volgende dag stroomden Amerikaanse troepen de stad binnen. Ondanks zijn retoriek over het eeuwige Frankrijk was De Gaulle zich scherp bewust van de werkelijke militaire verhoudingen. Hij heeft het de Amerikanen en de Engelsen nooit vergeven dat zij degenen waren die hem in staat stelden voor het Parijse stadhuis te spreken over het herstel van de Franse glorie. 

De bevrijding van Parijs werd ook elders in de wereld met enthousiasme gevierd. Niet omdat de hoofdstad van Frankrijk was bevrijd, maar omdat de intellectuele en culturele hoofdstad van de wereld was bevrijd. De grote Franse Revolutie was in de aanvang een Parijse Revolutie, en ook de echorevoluties van 1830, 1848 en 1871 waren Parijse Revoluties. 

De termen en vormen van de moderne politiek zijn grotendeels in Parijs uitgevonden. Vanaf de vroege negentiende eeuw was Parijs de stad waar de avant-garde van de westerse cultuur zich verzamelde: een laboratorium voor de ontwikkeling van artistieke en literaire ideeën waar iedereen met creatieve ambities op z’n minst een paar jaar moest hebben gewoond. 

Opmerkelijk was dat Parijs het culturele centrum van de wereld bleef ook nadat in 1870 duidelijk was geworden dat Frankrijk niet langer de dominante Europese mogendheid was. Achteraf moeten we concluderen dat de Duitse bezetting van Parijs in 1940 het begin van het einde betekende voor de stad als culturele hoofdstad van de wereld.           

Na de bevrijding van Parijs in 1944 zou langzaam duidelijk worden dat de avant-garde was verhuisd naar de overzijde van de oceaan. Er gingen in de late jaren veertig en de jaren vijftig nog steeds allerlei jonge kunstenaars naar Parijs, maar de stad had zijn eminente positie verloren aan de nieuwe wereldmetropool: New York.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.