Home Leopold III: de foute koning der Belgen

Leopold III: de foute koning der Belgen

  • Gepubliceerd op: 26 april 2022
  • Laatste update 13 okt 2022
  • Auteur:
    Bart Stol
Leopold III: de foute koning der Belgen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakt de Belgische koning Leopold III zich onmogelijk. Hij heult met de Duitsers, werkt de geallieerden tegen en schoffeert zijn volk. Kan hij na de oorlog nog wel terugkeren op de troon? De kwestie verdeelt de Belgen tot op het bot.

Het is zomer 1950 en in België hangt revolutie in de lucht, aan de horizon gloort zelfs een burgeroorlog. Het land is diep verdeeld over de vraag of Leopold III koning kan blijven. De vorst is al jaren in opspraak. Tegenstanders van de autoritaire Leopold vinden onder meer dat hij zich in de oorlog te zeer met de Duitsers heeft ingelaten. Zij zijn sterk vertegenwoordigd in Brussel en Wallonië; grote delen van Wallonië liggen al plat door stakingen en bomaanslagen op spoorwegen en elektriciteitsmasten. In Vlaanderen daarentegen kan Leopold nog op aanzienlijke steun rekenen. In Antwerpen en Gent organiseren leopoldisten al jaren marsen voor de koning. Escalatie dreigt als de politie eind juli in Grâce-Berleur, nabij Luik, drie demonstranten doodt tijdens een protest tegen de vorst. Anti-leopoldisten kondigen aan dat zij op 1 augustus een mars op Brussel en het paleis in Laken zullen ondernemen om de koning tot aftreden te dwingen. Onder hen bevinden zich politici als Paul Henri Spaak, oud-premier en lid van de Belgische Socialistische Partij. Hij waarschuwt Albert de Vleeschauer, minister van Binnenlandse Zaken voor de christen-democraten: ‘Als er binnen 36 uur geen definitieve oplossing komt, vegen we de vloer aan met uw koning, zijn familie en zijn hele santenkraam.’

De bange vraag is wat de eigenzinnige Leopold zal doen. Zal hij zijn troon opgeven, zoals de meeste politici hem adviseren? Het lijkt er niet op.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Door zijn opstelling tijdens de oorlog wankelt de positie van koning Leopold III. Schilderij door Léon Corthals, 1934.

Voor een sterke leider

Koppigheid is naar verluidt een familietrekje van de Saksen-Coburgs. Dit Duitse adellijke geslacht kreeg in 1831 de troon aangeboden van de Belgen, omdat zij na de afscheiding van Nederland nooit meer door een Oranje-Nassau geregeerd wilden worden. Hoge eigendunk heeft de in 1901 geboren Leopold in elk geval. Hij is de lieveling van zijn vader, koning Albert I, die hij op zijn beurt als voorbeeld ziet.

Albert leidde tijdens de Eerste Wereldoorlog de Belgische troepen en werd zo de held van België. Albert is ook een fervent alpinist. Als hij in 1934 verongelukt in de Ardennen, valt de troon plotseling toe aan Leopold. Een jaar later krijgt de jonge koning een nieuwe schok te verwerken als zijn vrouw, prinses Astrid, omkomt bij een auto-ongeluk. Terwijl het volk de veelgeplaagde vorst omarmt, krijgen politici te maken met zijn mindere kantjes. Net als zijn vader heeft Leopold moeite met het parlementaire stelsel. Dat wordt volgens hem gedomineerd door kibbelende politici die enkel aan hun beperkte partijbelangen denken. En ruziemaken kunnen Belgische politici zeker. Tussen 1934 en 1940 kent België 22 regeringscrisissen en 12 regeringen, wat niet helpt om de economische malaise van de jaren dertig te tackelen. Landen als Italië en nazi-Duitsland lijken sneller uit de crisis te komen dan België. Volgens Leopold komt dat doordat er een sterke leider aan het roer staat. Wat hem betreft krijgt het Belgische politieke systeem ook een grondige make-over, met aanzienlijk meer zeggenschap voor de uitvoerende macht – en de koning. Zijn analyse kan binnen de kerk en onder conservatieve katholieken op sympathie rekenen. Maar de meeste liberalen en socialisten moeten er evenals meer progressieve katholieken niets van hebben.

Eigenmachtig optreden

Als Duitsland in 1940 België binnenvalt en onder de voet loopt, komt het tot een openlijke breuk tussen Leopold en de regering-Pierlot. De regering neemt de wijk naar Frankrijk en later naar Londen, om van daaruit door te vechten. Leopold besluit bij zijn volk en soldaten in België te blijven. Net als zijn vader in 1914 heeft hij zich aan het hoofd van de troepen gesteld. Hij wil hen ook in krijgsgevangenschap volgen. Hij wint er de sympathie van de bevolking mee, maar vanuit Frankrijk beschuldigen Belgische politici hem van defaitisme en verraad. Leopolds eigenmachtige optreden gaat in tegen de grondwet en is in diplomatiek opzicht uiterst problematisch. Als staatshoofd is hij het symbool van de Belgische soevereiniteit. Zijn capitulatie schaadt het gezag van de ministers in ballingschap, en ook hun kansen om samen te werken met de geallieerden en de strijd namens België voort te zetten. Er zit voor hen niets anders op dan te verklaren dat de koning in de ‘onmogelijkheid te regeren’ verkeert en zijn taken voorlopig over te nemen. Daarmee is de koningskwestie een feit.

De koning wil een aan Duitsland gelieerd België

Leopold verzoent zich snel met de feiten op de grond. Hij is van mening dat Duitsland de oorlog gaat winnen en Europa zal overheersen. In dat nieuwe Europa ziet hij wel een plaats voor zichzelf als leider van een aan Duitsland gelieerd België. In november 1940 legt hij het plan heimelijk aan Adolf Hitler voor. De Führer reageert lauw; hij weet nog niet wat hij met het overwonnen België wil. Het is een teleurstelling voor Leopold, maar Hitlers aarzeling behoedt de koning voor een misstap waarmee hij zich volledig zou hebben gecompromitteerd.

De deceptie weerhoudt Leopold er niet van om medewerkers alvast een nieuwe grondwet te laten ontwerpen, waarin België transformeert tot een autocratie met de koning als spilfiguur. Om zijn kansen bij Hitler niet te verspelen, protesteert hij nauwelijks tegen de Jodenvervolging of de gedwongen tewerkstelling van Belgen in Duitsland. Zijn terughoudendheid schaadt zijn populariteit onder de bevolking. Dat geldt helemaal voor zijn huwelijk met het 25-jarige burgermeisje Lilian Baels. Het nieuws dat de koning trouwen kan en wittebroodsweken geniet, terwijl een deel van zijn troepen nog krijgsgevangen is, wordt in 1941 met ongeloof en wrok ontvangen. Met name in Wallonië, aangezien het vooral Waalse soldaten zijn die nog vastzitten. De meeste Vlaamse militairen zijn dan al vrijgelaten in het kader van de Flamenpolitik, het beleid waarmee de Duitsers Vlamingen bevoordelen omdat zij hen – in tegenstelling tot de francofone Walen – als Germaans broedervolk zien.

Na de bevrijding van Antwerpen worden Belgen die hebben gecollaboreerd met de
Duitsers opgesloten in kooien in de dierentuin, 1944.

Onverzoenlijk

Ook de Belgische regering in ballingschap is kritisch over Leopolds accommodatiepolitiek. Via geheime agenten onderhoudt ze tijdens de oorlogsjaren contact met de koning. De regering is bereid om het conflict uit 1940 te vergeten en spoort hem aan om zich zo veel mogelijk van de Duitsers te distantiëren. Maar Leopold weigert elke verzoening, ook nadat in 1943 de oorlogskansen definitief in het nadeel van Duitsland zijn gekeerd.

In 1944 schrijft hij zijn politiek testament, met instructies voor de overgangsregering die België tijdens zijn afwezigheid moet besturen. Hij vermoedt terecht dat de Duitsers hem uit geallieerde handen willen houden; na de geallieerde invasie van Normandië in juni 1944 brengen ze Leopold naar Duitsland, later naar Oostenrijk, waar hij in mei 1945 door de Amerikanen zal worden bevrijd. In het testament verklaart Leopold dat politici die hem in 1940 bekritiseerden zich niet meer met politiek mogen bezighouden, tenzij ze zich verantwoorden voor hun uitlatingen. Daarnaast eist hij dat België zich strikt neutraal opstelt. De betekent onder meer dat de geallieerden geen uranium meer mogen betrekken uit Belgisch-Congo. Deze grondstof hebben ze nodig voor de ontwikkeling van een atoombom. Het document schokt de teruggekeerde Belgische politici en de Britse en Amerikaanse regering. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden merkt treffend op dat Leopold niets geleerd en niets vergeten heeft. Net als de Amerikanen geven de Britten te kennen dat ze Leopold liever niet terugzien op de troon.

Diepe tegenstellingen

De vraag of Leopold als koning kan terugkeren uit Zwitserland, waar hij vanaf oktober 1945 verblijft, splijt in de naoorlogse jaren het land. Communisten en veel socialisten en liberalen vinden dat hij troonsafstand moet doen. Hij heeft zich volgens hen te zeer met de Duitsers ingelaten en heeft zijn autoritaire strapatsen niet afgeleerd. Zij zijn van oudsher sterk vertegenwoordigd in Brussel en het geïndustrialiseerde Wallonië, het landsdeel waar ook veel wroeging heerst over Leopolds gebrek aan solidariteit tijdens de oorlog. Een meerderheid van de katholieken daarentegen wil hem de hand boven het hoofd houden. De katholieken hebben een sterke positie in Vlaanderen, mede dankzij de koningsgezinde clerus, die er nog zeer invloedrijk is. De leopoldisten tillen minder zwaar aan zijn feitelijk pro-Duitse houding; velen van hen hadden eveneens de neiging gehad om zich bij de bezetting neer te leggen.

Pro-Leopoldbetoging in Brussel, 1950.

Leopold zelf denkt dat hij nog genoeg steun heeft onder de bevolking en dringt aan op een referendum over zijn toekomst. Onder impuls van de Christelijke Volkspartij (CVP) wordt die volksstemming uiteindelijk in maart 1950 gehouden. Desgevraagd geeft zo’n 57 procent van de stemgerechtigden aan dat Leopold zijn koningstaak weer kan oppakken. Het lijkt een overwinning voor de vorst, maar veel politici vinden de marge eigenlijk te krap. De uitslag legt bovendien de diepe communautaire verdeeldheid bloot. In Vlaanderen is een aanzienlijke meerderheid van 72 procent voor de koning, maar in Brussel en Wallonië behaalt hij respectievelijk slechts 48 en 42 procent. De koning kan onmogelijk nog beschouwd worden als het symbool van de Belgische eenheid.

Als Leopold in juli 1950 toch terugkeert met goedkeuring van het door katholieken gedomineerde parlement, zet dat de situatie op scherp. De discussie verplaatst zich definitief naar de straat en voedt meer en meer de diepere tegenstellingen in de samenleving. Voor veel Walen bijvoorbeeld is de kwestie ook symbool geworden voor de dreigende overheersing van de getalsmatig sterkere Vlamingen. De Waalse vakbondsleider André Renard houdt zijn achterban het angstbeeld voor van een klerikale Vlaamse dictatuur en predikt de revolutie. Tegelijkertijd zijn veel koningsgezinde katholieken verbolgen over de weigering van de anti-leopoldisten om zich bij de terugkeer van de koning neer te leggen; zij zien daarin bewijs dat de vermaledijde communisten en socialisten de democratie en de rechtstaat niet eerbiedigen.

Anti-leopoldisten overwegen de koning te vermoorden

Onder invloed van de snel oplopende spanningen raken uiteindelijk ook steeds meer christen-democratische politici ervan overtuigd dat Leopold zijn kroon het best kan overdragen aan zijn oudste zoon, Boudewijn. Die stap voorkomt tevens dat de monarchie zelf ter discussie wordt gesteld. Maar Leopold blijft zijn eigen plan trekken. Zelfs de dodelijke confrontatie tussen demonstranten en politie in Grâce-Berleur en de aangekondigde mars op Brussel lijken hem niet tot rede te brengen. Hoewel de dienst Staatsveiligheid concludeert dat het paleis te Laken onverdedigbaar is, probeert Leopold in de nacht van 31 juli op 1 augustus nog een kabinet te vormen dat hem in het zadel wil houden. Pas als diep in deze ‘Nacht van Laken’ blijkt dat dit echt niet meer lukt, gooit hij de handdoek in de ring.

Slechte verliezer

Wat er gebeurd zou zijn als Leopold was blijven volharden is niet met zekerheid te zeggen. De Belgische historicus en ooggetuige Reginald de Schryver verklaarde in 2000 tegenover Historisch Nieuwsblad dat anti-leopoldisten hem dan zeker hadden vermoord. Duidelijk is dat Leopolds troonsafstand ten faveure van Boudewijn een beslissend moment vormt in de Belgische politieke geschiedenis. Zijn opvolgers accepteren sindsdien de ministeriële verantwoordelijkheid en de parlementaire democratie; het staatshoofd bemoeit zich niet langer actief met de politiek. Ook op andere vlakken heeft de koningskwestie haar sporen nagelaten. Als aanjager van de communautaire spanningen is ze van invloed geweest op de Belgische naoorlogse staatshervormingen, waarbij de verschillende gemeenschappen en gewesten meer autonomie krijgen.

En Leopold? Hij toont zich tot aan zijn dood in 1983 vooral een slecht verliezer. In de jaren vijftig gebruikt hij de jonge en nog beïnvloedbare Boudewijn om rekeningen te vereffenen. Politici als oud-premier Hubert Pierlot worden door de nieuwe koning bij plechtigheden nadrukkelijk genegeerd. Boudewijns weigering om in 1952 de begrafenis van de Britse koning George VI bij te wonen is waarschijnlijk eveneens door Leopold ingefluisterd. Het besluit wordt door de Britse regering als een belediging opgevat en geneert de Belgische politiek. Verder probeert Leopold via zijn zoon nog lange tijd benoemingen van ministers en hoge ambtenaren te beïnvloeden. Pas als Boudewijn eind 1960 mede op aandringen van de regering-Eyskens met zijn vader breekt, komt er werkelijk een einde aan de koningskwestie.

Bart Stol is historicus en als projectmanager Erfgoed & Het Verdrag van Maastricht verbonden aan Studio Europa Maastricht.

 

Vlamingen voorgetrokken

Met zijn Flamenpolitik greep Hitler in 1940 terug op het gelijknamige Duitse beleid in de Eerste Wereldoorlog. Ook toen probeerden de Duitsers tijdens de bezetting van België de ‘Germaanse’ Vlamingen voor zich te winnen. België werd destijds nog volledig gedomineerd door Franstaligen. In 1916 zorgden de Duitsers bijvoorbeeld dat de Universiteit Gent als eerste universiteit werd vernederlandst. In 1917 splitsten ze het Belgisch bestuur in een Vlaams en een Waals deel. Veel maatregelen werden uiteindelijk weer teruggedraaid. Niettemin gaf met name de Flamenpolitik uit de Eerste Wereldoorlog een impuls aan de emancipatie van het historisch achtergestelde Vlaanderen, en tevens aan het streven naar autonomie of onafhankelijkheid van Vlamingen.

Broer Karel als regent

Omdat koning Leopold III ‘onmachtig’ was om te regeren en naar Duitsland was gedeporteerd, stelden Belgische politici in 1944 zijn broer, prins Karel, aan als regent. De anglofiele Karel (1903-1983) had zich tijdens de bezetting nauwelijks met de Duitsers ingelaten. Anders dan Leopold wilde hij nauw samenwerken met de geallieerden en politici die zijn broer in 1940 bekritiseerd hadden. Met zijn prudente optreden en respect voor de parlementaire democratie zorgde Karel ervoor dat er breed vertrouwen bleef in het koningshuis en de monarchie. Zijn regentschap eindigde toen Leopold in juli 1950 als koning terugkeerde uit Zwitserland, waar hij sinds 1945 verbleef.

Meer weten:

Tegen de stroom in. Leopold III (2017) door Mark van den Wijngaert, over het leven en de betekenis van de koning.

België zonder koning (2006) door Mark van den Wijngaert en Vincent Dujardin beschrijft de tien jaar dat België geen koning had.

Politieke geschiedenis van België (2005) door Els Witte, Jan Craeybeckx en Alain Meynen behandelt de periode van 1830 tot heden.

www.belgiumwwii.be/nl over België tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 5 - 2022