Home De uitvinding van de kerstkaart

De uitvinding van de kerstkaart

Kerstkaarten schrijven en versturen is zwaar werk, vindt Annegreet van Bergen. Toch had de uitvinder van dit jaarlijkse ritueel de bedoeling om tijd te besparen.

De uitvinding van de kerstkaart

Annegreet van Bergen

Schrijfster en journalist

Gepubliceerd op: 14 november 2019

Update 5 januari 2026

In een la van een kast in onze woonkamer leggen we elk jaar een envelop met kerstkaarten die wij dat jaar hebben gekregen. Naar de afzenders daarvan sturen we het volgende jaar een kaart. Hoe en waarom ik ooit ben begonnen met het versturen van kerstkaarten weet ik niet meer. Wel dat ik het steeds zwaar werk heb gevonden. Dit komt door de ongelukkige schaarbeweging van enerzijds de korte, donkere decemberdagen, waardoor ik in de zogeheten ‘feestmaand’ weinig energie heb, terwijl er anderzijds juist in die maand extra veel van een mens wordt gevraagd.

Meestal kom ik er pas met Kerstmis aan toe kaarten te schrijven. Dat is op zich niet erg: ik ben geen kerstmens, ik geloof niet in een vrolijk kerstfeest, en mijn dierbaren wens ik alleen een gelukkig nieuwjaar toe. Dat is alles. Nooit komt er iets van mijn voornemen om voor iedereen een persoonlijke noot op de kaart te krabbelen. Op die schandalig korte dagen ben ik daar domweg te moe voor.


Eerste kerstkaart. Bij de kennissen en relaties van Henry Cole wordt in 1843 deze kaart bezorgd.

Kortom, kerstkaarten zijn voor mij een tamelijk lege huls. Een ingesleten gewoonte waar ik eigenlijk wel vanaf wil, en waarvan het voortbestaan extra wordt bedreigd door de e-card. Steeds vaker krijgen we geen kaart meer, maar worden ons via de mail of via apps de beste wensen toegestuurd. Dat vind ik helemaal niks – zo simpel, zo gemakzuchtig. Wat stelt zo’n via internet verstuurde wens nog voor?

Maar wie in de geschiedenis van de kerstkaart duikt, ziet dat die zijn ontstaan in de negentiende eeuw eveneens dankt aan een toen zeer recente uitvinding, namelijk die van de postzegel. Ook was het in eerste instantie een kwestie van gemakzucht om via de post de beste wensen te versturen. Want alom wordt aangenomen dat de drukbezette Britse ambtenaar sir Henry Cole (1808-1882) in 1843 is begonnen met het versturen van kerstkaarten. Dat deed hij kort nadat Engeland als allereerste land ter wereld een postzegel, de Penny Black, in gebruik had genomen.

Vóór die tijd werd de porto al wel mondjesmaat door de afzender betaald, wat dan zichtbaar was door een speciaal stempel. Toch was dat de uitzondering: meestal betaalde de geadresseerde pas bij ontvangst. Dit omdat men bang was dat bij vooruitbetaling de postbezorger zijn werk minder goed zou doen. Dankzij postzegels konden mensen brieven zonder tussenkomst van beambten op elk uur van de dag op de post doen. Bovendien hoefde de geadresseerde of zijn personeel niet meer thuis te zijn: in steeds meer voordeuren kwamen brievenbussen.

Henry Cole had geen tijd voor persoonlijke bezoekjes

Nederland volgde in 1852 als 27ste land ter wereld het Britse voorbeeld. Het Nederlandse postwezen had toen al een turbulente geschiedenis achter de rug. Cruciaal was lange tijd de grens van één kilo: lichtere post viel onder het staatsmonopolie der Posterijen, zwaardere mocht door particuliere vervoersdiensten worden bezorgd. Dat leidde soms tot bizarre situaties. Niet voor niets liet Hildebrand in zijn Camera Obscura (1839) de hoofdpersoon een met een steen verzwaarde brief ontvangen: die was goedkoper dan een gewone brief.

Bij de Postwet van 1850 bleef in Nederland het monopoliebeginsel gehandhaafd en werd de postzegel geïntroduceerd. Toch werd in 1869 slechts 30 procent van de brieven gefrankeerd. Dat kwam doordat mensen elkaar niet voor het hoofd wilden stoten en sommigen zich beledigd voelden door de postzegel, alsof zij de porto niet konden betalen. In 1870 werd het tarief van een ongefrankeerde brief met 5 cent verhoogd. Door die strafport raakte de postzegel pas echt ingeburgerd.

De man die jaren eerder in Engeland de eerste kerstkaart verstuurde, had een neus voor nieuwe technieken en toepassingen. Deze Henry Cole was bijvoorbeeld initiatiefnemer van de grote wereldtentoonstelling die in 1851 in het Crystal Palace in Londen zou worden gehouden. Als drukbezet man had hij geen tijd om ter gelegenheid van kerst bij al zijn kennissen en relaties persoonlijk een bezoekje af te leggen. Daarom liet hij duizend wenskaarten drukken en verzond die via de post. Na verloop van tijd namen velen zijn tijdbesparende gewoonte over. In Nederland was boekhandel Koster in 1873 de eerste drukker die kerstkaarten op de markt bracht. Dat die gewoonte een kleine 150 jaar later door de komst van internet op zijn retour is, is niet vreemd.

‘Ontdek gisteren, begrijp vandaag,’ is het motto van de jaarlijkse Maand van de Geschiedenis. Dat nu de e-card in feite net zo’n innovatie is als indertijd de kerstkaart van Cole, is een interessante parallel. Toch zie ik mezelf geen nieuwjaarswensen via internet versturen. Maar dan wel per post? Ga ik weer kaarten bestellen bij Amnesty International? In elk geval ligt de envelop met kaarten uit 2018 nog steeds bij ons in de la.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 12 - 2019

Nieuwste berichten

Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Pieter Jan Foppesz en zijn gezin
Artikel

De gelukkigste kinderen ter wereld

Nederlandse kinderen werden eeuwenlang aan steeds andere pedagogische idealen onderworpen. Soms was het credo orde en tucht, dan weer ongedwongenheid. Wat heeft dat uiteindelijk opgeleverd? In 1530 schilderde Maarten van Heemskerck de Haarlemse koopman en schepen Pieter Jan Foppesz en zijn gezin. Het is een van de oudste gezinsportretten uit de Lage Landen. Pieter Jan...

Lees meer
De Tijdreiziger door Philip Dröge
De Tijdreiziger door Philip Dröge
Interview

‘De tijd trekt zich nergens iets van aan’

In zijn nieuwe boek De Tijdreiziger reist Philip Dröge de wereld over om te onderzoeken hoe complex en cultureel bepaald ons begrip van tijd is. Onderweg ziet hij hoe volken de tijd eeuwenlang verschillend hebben beleefd. ‘Maar als er één ding over is van het kolonialisme, dan is het hoe de hele wereld tot vandaag...

Lees meer
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Kees van Kooten (links) en Wim de Bie als Jacobse en Van Es.
Recensie

Nagenieten van vele VPRO-programma’s

De VPRO bestaat 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan schreef Jan Haasbroek een aanstekelijk overzicht van alle spraakmakende radio- en tv-programma’s. ‘Vandaag spreken wij u over het thema “Halszaak of mestoverschot”. En waarheen? Ach ja, luisteraars, het mestoverschot… Juist, een goede morgen dus…’ Wie in de jaren tachtig naar het VPRO-radioprogramma Het Gebouw luisterde, herkent de...

Lees meer
Oscar Kocken
Oscar Kocken
Interview

Oscar Kocken: ‘Het mooiste aan geschiedenis is dat we dingen niet zeker weten’

Oscar Kocken is op 17 oktober presentator van het Geschiedenis Festival. Als kind was hij ervan overtuigd dat hij historicus of archeoloog zou worden. Het werd uiteindelijk de theaterwereld, maar in podcasts en voorstellingen keert hij geregeld terug naar de geschiedenis. ‘Ik vind het een grote eer,’ zegt Kocken over zijn rol op het Geschiedenis...

Lees meer
Loginmenu afsluiten