Home Kattenmeppen was een lucratieve handel

Kattenmeppen was een lucratieve handel

  • Gepubliceerd op: 04 okt 2024
  • Update 07 okt 2024
  • Auteur:
    Mark Traa
Zwerfkatten bij een visventer in Amsterdam, 1927.

Waarom nu?

Op Dierendag besteden huisdiereigenaren extra aandacht aan hun beestjes. Maar een eeuw geleden dachten Nederlanders nog heel anders over dieren en hun rechten.

Katten die worden gevangen en gevild om hun vacht, we moeten er niet aan denken. Maar lange tijd was het een hele normale bijverdienste. Pas sinds een halve eeuw kan kattenmeppen echt niet meer.

Nee, Frans van Roon zat er eigenlijk helemaal niet mee. De 33-jarige koopman moest in september 1902 voor de Amsterdamse rechtbank verschijnen voor het stelen, villen en verkopen van drie katten. Hij was gesnapt in de buurt van de Mauritskade, samen met zijn vrouw, die de buit meedroeg in een plunjezak. Getuigen zagen hoe Van Roon de dieren naar zich toe lokte en meenam. Bij zijn fouillering vonden agenten een groot mes en drie kattenvachten. Die lagen in de rechtbank als bewijsstukken op tafel.

Meer historische verhalen lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Maar kattenmepper Van Roon vond dat hij best een eerzame bijverdienste had. Het vlees van de beestjes ging naar Artis, de vacht verkocht hij door. Dierenleed? Hij sneed de rug van de kat in één seconde door, daar merkte het bijna niks van. Een minuut later was het dier van zijn ‘jasje’ ontdaan.

De buitgemaakte katten zaten in een plunjezak

Eigenlijk bewees de kattenmepper het beestje een dienst: alleen verwende katten die bij rijke mensen woonden hadden een goed leven; straatkatten werden aan hun lot overgelaten. En wat deden katten eigenlijk voor mensen? Af en toe een muisje vangen. Ze waren veel nuttiger als bont, om ons warm te houden. Bovendien was hij niet de enige die op katten joeg, betoogde Van Roon. Er werden talloze kattenvellen verhandeld. De Nederlandse exemplaren waren over de grens zeer gewild.

Gruwelijke berichten in de krant

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Frans van Roon kreeg drie maanden cel, want andermans katten stelen en doodmaken was verboden. Natuurlijk, er waren te veel zwerfkatten. Maar de kat als huisdier was in opmars, net als organisaties die opkwamen voor dierenrechten. In 1864 was de Haagse voorloper opgericht van wat later de landelijke Dierenbescherming werd. Tegelijk stonden er met regelmaat gruwelijke berichten in de kranten. In 1914 werd een werkloze metselaar in Amsterdam betrapt terwijl hij een zwarte kat stond te villen. In 1924 had een Leidenaar een grote val in zijn tuin opgesteld waarmee hij katten ving. Daarna verdronk hij ze of sloeg hij ze dood tegen een muur.

Iedereen wist dat kattenvacht werd gebruikt als bont. Vaak was het een goedkoop alternatief voor de pels van een wild dier. Maar aan kattenvellen werden ook geneeskrachtige eigenschappen toegedicht: ze zouden helpen tegen reuma en jicht. Er was zelfs met kattenbont gevoerd ondergoed verkrijgbaar. Tot diep in de jaren vijftig zouden kattenvellen om die reden worden aangeprezen én verkocht. Nog in 1957 waren ze blijkens advertenties te koop bij drogisterij en parfumerie Savelsbergh in Heerlen.

Kattenmeppen en kattenvellen advertentie
Al in 1910 worden kattenvellen aangeboden als middel tegen reuma en jicht.

Kattenvellen voor de export

Frans van Roon had gelijk: Nederlandse katten waren gewild in het buitenland. In 1912 werden tweehonderd kattenvellen onderschept die van Gouda, via Rotterdam, op weg waren naar Engeland. In 1917 kostte een bonte kattenvacht drie kwartjes. Vooral zwarte katten waren zeer populair, want een zwarte vacht leverde tweeënhalve gulden op. Daarvoor wilde menigeen wel in zijn vrije uurtjes op strooptocht. Kattenbezitters in Franeker kregen in 1918 de waarschuwing hun dieren ‘s avonds en ‘s nachts niet meer buiten te laten. In 1948 adviseerde de Dierenbescherming katteneigenaren om zelf happen uit de vacht van hun huisdieren te knippen, om ze onaantrekkelijker te maken voor kattenmeppers.

Nederlandse kattenvellen waren zeer gewild in het buitenland

Door de toegenomen welvaart en het groeiende besef dat huisdieren een speciale behandeling verdienen, doofde het kattenmeppen als bijverdienste langzaam uit. Maar het bijgeloof in de geneeskrachtige werking bleef. In 1970 ontstond commotie toen Feyenoord-voetballer Coen Moulijn op een kattenvel bleek te slapen omdat hij last had van jicht. Trainer Ernst Happel had het gekocht in Duitsland. Een dierenbeschermingsorganisatie stuurde een telegram naar Feyenoord: ‘Elk Feyenoord doelpunt voor ons allen fijn maar dan geen kat gemold voor Coen Moulijn.’

Modellen laten in Amsterdam nieuwe bontmode zien, 1953.

C&A verkocht kattenbont

Twee jaar later was er opnieuw gedoe: modeketen C&A had in alle eerlijkheid op de etiketten van haar bontjassen vermeld dat daarin ook katten waren verwerkt. Dat zouden heel goed Nederlandse katten kunnen zijn, zeiden dierenbeschermers. Dat werd ontkend door de C&A-woordvoerder, die er in de kranten op wees dat de vachten uit het Verre Oosten kwamen en dat ‘in praktisch elke zaak waar men bont heeft’ ook kattenbont werd verkocht. Alleen dan zonder etiket waar dat netjes op stond. C&A zegde niettemin toe katten uit de winkels te halen.

Katteneigenaren knipten stukjes uit de vacht van hun huisdieren om ze te beschermen

Incidenteel bleven dierenbeschermers stuiten op kattenbont. In 1986 zouden op een bontbeurs in Frankfurt ook vachten van illegaal gevangen Nederlandse katten zijn aangeboden. Een jaar later vond de politie in een schuur in Poeldijk de kadavers van 36 katten die keurig op kleur waren gesorteerd. Het waren weldoorvoede dieren, veelal met de halsbandjes nog om. Geen zwerfkatten dus. Dat konden alleen maar dieren voor de handel zijn.

Hoe omvangrijk die handel heden ten dage is? Sinds 2008 is er een verbod op de import en handel in honden- en kattenbont in Europa. Maar omdat de douane niet al het bont dat de grens over komt controleert, is het volgens Bont voor Dieren nog steeds mogelijk dat de vacht van honden en katten in Nederland verkrijgbaar is.

Openingsafbeelding: Zwerfkatten bij een visventer in Amsterdam, 1927. Bron: Beeldarchief Amsterdam.

Nieuwste berichten

Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Interview

Oorlogsfilm A Bridge Too Far zette Deventer op de kaart

In 1976 werd Deventer, een ‘slaperig’ provinciestadje aan de IJssel, onderdeel van een internationaal filmavontuur. Er werden opnames gemaakt voor de blockbuster A Bridge Too Far, over Operation Market Garden en de Slag om Arnhem in 1944. Opeens liepen wereldberoemde filmsterren als Sean Connery, Michael Cain en Robert Redford door de straten. Journalist René van...

Lees meer
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Artikel

Sterven werd lang doodgezwegen, maar nu wordt er over de dood gepraat

Tot na de Tweede Wereldoorlog was er weinig openheid over de dood. Begrafenissen waren plechtige bijeenkomsten vol vaste rituelen. Hoe anders is dat tegenwoordig. Terminale patiënten beslissen mee over hun behandeling en kunnen kiezen voor een alternatieve uitvaart. ‘Dat je dit allemaal nog wilt,’ zei ik tegen mijn man. ‘Ach,’ antwoordde Pieter, ‘doodgaan is ook...

Lees meer
Filmposter L'Engloutie
Filmposter L'Engloutie
Recensie

L’engloutie: een zondebok in een Alpengehucht

Idealisme botst hard op de werkelijkheid in het Franse speelfilmdebuut L’engloutie (‘De verzwolgene’). Het drama speelt in 1899 in een gehuchtje in de Franse Alpen. Een nieuwe lerares wordt door de bewoners bepaald niet met open armen ontvangen. Ze wantrouwen onderwijs. De lerares houdt hun voor dat lezen en schrijven goed zijn voor de geest....

Lees meer
Koen Ottenheym
Koen Ottenheym
Interview

‘Machthebbers schepten op over hun Romeinse verleden’

Reizend langs de limes, de grenzen van het Romeinse Rijk, onderzocht hoogleraar Koen Ottenheym de hernieuwde belangstelling voor de antieke geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Die ging gepaard met misvattingen en manipulatie, zo beschrijft hij in De limes als legende. ‘In elke regio, in elke tijd werd werd de Oudheid voor een andere agenda gebruikt.’...

Lees meer
Loginmenu afsluiten