Home Hoe Schiphol uigroeide tot een luchthaven van wereldformaat

Hoe Schiphol uigroeide tot een luchthaven van wereldformaat

  • Gepubliceerd op: 26 augustus 2016
  • Laatste update 23 feb 2023
  • Auteur:
    Mirjam Janssen
  • 8 minuten leestijd
Hoe Schiphol uigroeide tot een luchthaven van wereldformaat

Dit artikel krijgt u van ons cadeau

Wilt u onbeperkt toegang tot de artikelen op Historischnieuwsblad.nl? U bent al lid vanaf €3,99 per maand. Sluit hier een abonnement af en u heeft direct toegang.

Een eeuw geleden werd een zompig weiland vlak bij Amsterdam in gebruik genomen als militair vliegveld. Al snel groeide Schiphol uit tot een luchthaven van wereldformaat en een belangrijke economische motor.

19 september 1916: voor het eerst landen drie vliegtuigen op een drassig stukje grond bij Fort Schiphol, dat dienst moest gaan doen als militair vliegveld. De jaren daarop beginnen ook vracht- en passagiersvliegtuigen er gebruik van te maken. Na de oprichting in 1919 van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM), die een lijndienst op Londen onderhoudt, groeit het aandeel van de burgerluchtvaart.

De eerste jaren meldden passagiers zich bij het KLM-kantoor aan het Leidseplein in Amsterdam. Vandaar werden ze in een open auto naar Schiphol gereden – een pr-stunt van KLM-oprichter Albert Plesman. Vliegen was een koude aangelegenheid en de dik ingepakte passagiers met hun vliegkappen en vliegbrillen trokken veel aandacht. Eenmaal aan boord van een vliegtuig kregen de klanten een warme kruik, en dat was het. Er waren nog geen stewardessen om hen in de watten te leggen. Daar stond tegenover dat de piloten op verzoek gerust wat extra rondjes vlogen.

Vliegen was een koude aangelegenheid. aan boord kregen klanten een warme kruik

Al snel werd het comfort van de passagiers vergroot dankzij zwaardere vliegtuigen, al liepen die soms vast op het modderige terrein. Vanwege de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 werden toegangswegen, een stationsgebouw en een verkeerstoren aangelegd.

Onbetaalbaar

Het personeel op Schiphol had zwaar werk. Vliegtuigen werden regelmatig met menselijke spierkracht in bedwang gehouden. Tot midden jaren twintig hadden de toestellen geen wielremmen. Daarom moest het grondpersoneel touwen werpen om de vleugeltips om de machines tot stilstand te brengen. En bij sommige vliegtuigtypen hielden twee mannen de staart van het vliegtuig bij de start omlaag, om te voorkomen dat de propellers in de grond sloegen voordat het toestel vaart had. Als het eenmaal opsteeg, moesten ze gauw loslaten en maken dat ze wegkwamen.

Vliegen was voor de meeste mensen onbetaalbaar

De meeste passagiers waren zakenlui of mensen die naar Nederlands-Indië gingen – vanaf 1928 vloog de KLM op Batavia. Vliegen was voor de meeste mensen onbetaalbaar, maar de belangstelling voor de nieuwe vorm van reizen was groot. In het begin verdiende Schiphol meer aan bezoekers die een kaartje kochten om te komen kijken dan aan het vliegverkeer zelf.

Na de oorlog begonnen de eerste toeristen te vliegen – luchtvaartmaatschappijen introduceerden in de jaren vijftig dan ook een aparte, goedkopere klasse voor vakantiegangers. Vanaf 1946 onderhield de KLM als eerste Europese maatschappij vanaf Schiphol een rechtstreekse lijnvlucht op New York.

Met de komst van de jumbojets, eind jaren zestig, werd het vliegtuig een vervoermiddel voor de massa. In 2005 opende Schiphol de H-pier voor prijsvechters als easyJet en Corendon, die vliegen spotgoedkoop maakten en nog meer binnen ieders bereik brachten.

600 bommen

Op 10 mei 1940 wierpen de Duitsers 600 bommen op Schiphol, met grote verwoestingen tot gevolg. Tijdens de bezetting vorderden ze de vliegtuigen die nog wel intact waren – de KLM week uit naar Engeland. Ook breidden ze het aantal startbanen uit en legden ze een spoorlijn aan naar het vliegveld.

In mei 1945 was Schiphol onbruikbaar

De geallieerden bombardeerden Schiphol verschillende keren. En vlak voor hun nederlaag richtten de Duitsers nogmaals vernielingen aan. In mei 1945 was het vliegveld dan ook onbruikbaar, maar op 8 juli landde er alweer een Douglas DC-3.

Donderend geraas

De eerste vliegtuigen op Schiphol waren open van boven en erg kwetsbaar. Nog in de jaren dertig hadden de toestellen van het Nederlandse bedrijf Fokker een houten frame. In 1934 stapte de KLM over op de aluminium vliegtuigen van de Amerikaanse Douglas Aircraft Company.

Tot in de Tweede Wereldoorlog werden in de burgerluchtvaart alleen propellervliegtuigen ingezet. Daarna kwamen de vliegtuigen met straalmotoren, die vlogen op kerosine in plaats van benzine. Ze konden hoger en sneller vliegen dan hun voorgangers en meer passagiers meenemen. In 1956 landde voor het eerst – met donderend geraas – een straalvliegtuig op Schiphol, een Franse Caravelle.

In 1956 landde voor het eerst een straalvliegtuig op Schiphol

In 1969 werd de Boeing 747, ook wel jumbojet genaamd, geïntroduceerd. Het was het eerste vliegtuig met twee of meer gangpaden, een widebody. Dit grote vliegtuig kon 500 passagiers non-stop over 8000 kilometer vervoeren, en daardoor veel efficiënter en goedkoper vliegen dan andere modellen. In 2005 kreeg Boeing concurrentie van de Airbus-dubbeldekker A380.

Bagageglijbaan

Vanaf het prille begin van Schiphol bestonden er plannen voor uitbreiding, want de luchthaven kampte permanent met ruimtegebrek. In de jaren twintig en dertig varieerden de ideeën van een paar extra landingsbanen tot een ingewikkeld nieuw stelsel met zes of acht elkaar kruisende banen. Ook waren er ideeën voor een cirkelvormig gebied waar vliegtuigen in verschillende richtingen konden starten en landen.

Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond het plan om de landingsbanen als raaklijnen langs het bezoekerscentrum te laten lopen, dat in het midden ligt. Dit zogeheten ‘tangentieel systeem’ bepaalt nog steeds de inrichting van de luchthaven. De banen liggen in verschillende richtingen en kunnen al naar gelang het weer en de windrichting worden gebruikt.

In 1946 kreeg Schiphol een bagageglijbaan

In 1949 besloot de regering dat Schiphol de belangrijkste nationale luchthaven zou blijven – daarvoor was Rotterdam ook nog even in de race. De start- en landingsbanen werden verlengd en verbreed. Ook nam Schiphol nieuwe voorzieningen op het gebied van radar en verkeersleiding in gebruik, zoals een gedeeltelijk geautomatiseerd landingssysteem voor vluchten bij nacht en slecht zicht.

De verwerking van bagage werd verbeterd. De deur naar het bagageruim van een vliegtuig zat namelijk op drie meter boven de grond. In 1946 kreeg Schiphol een bagageglijbaan waarop de koffers omlaaggleden. In 1952 konden ze ook omhoog dankzij een lopende band die gemonteerd was op een tractor.

Het bezoekerscentrum werd in de jaren zestig verplaatst van Schiphol-Oost naar Schiphol-Centrum en er kwamen kantoren en vrachtgebouwen. Ook de decennia erna vonden veel uitbreidingen plaats: de luchthaven kreeg een derde terminal, een ondergronds treinstation en nog meer kantoren en hotels. De strategie was erop gericht van Schiphol een overstaphaven en een knooppunt in een groter distributienetwerk te maken.

Miljardste passagier

In 1920 deden 440 passagiers Schiphol aan. In 1928 steeg dat aantal door de Olympische Spelen al tot boven de 10.000. Tien jaar later verwerkte de luchthaven 100.000 passagiers. In 1959 overschreed het vliegveld de grens van 1 miljoen passagiers; in 1979 landden en vertrokken er voor het eerst meer dan 10 miljoen mensen. Daarna waren het er al snel 45 miljoen per jaar, zodat in 2011 de miljardste passagier werd verwerkt. Vorig jaar maakten 58 miljoen mensen gebruik van het vliegveld.

Schiphol levert de Nederlandse economie 26 miljard euro per jaar op

In 1938 werkten op Schiphol 600 mensen bij 25 bedrijven. Tegenwoordig zijn de honderden bedrijven op en om de luchthaven goed voor 290.000 directe en indirecte banen. De luchthaven levert de Nederlandse economie 26 miljard euro per jaar op.

De Lastige Zwanenburger

In 1969 ging de vierde start- en landingsbaan, de Zwanenburgerbaan, open. Vanaf dat moment nam de geluidsoverlast voor de omwonenden sterk toe. Bij de planning van de baan was onvoldoende rekening gehouden met nabijheid van de bevolking en met de nieuwe, zwaardere vliegtuigen, die veel meer lawaai produceerden.

Bewonersorganisaties als Schiphol Stop en De Lastige Zwanenburger, de omliggende gemeenten en de provincie begonnen zich begin jaren zeventig te verzetten tegen de overlast. Van een verdere uitbreiding met een vijfde baan, wat Schiphol graag wilde, kon wat hen betreft geen sprake zijn. Het protest leidde tot lange juridische gevechten: er verschenen talloze rapporten en vele commissies bogen zich over de kwestie.

Aan het begin van de jaren zeventig begonnen mensen zich te verzetten tegen de geluidsoverlast van de luchthaven

Milieudefensie nam in 1993 het initiatief tot een ‘Bulderbos’ op de plaats waar de vijfde baan moest komen. De stichting kocht er een stuk grond aan ter grootte van een voetbalveld, waar duizenden bomen werden geplant. Later veranderde de planning van de vijfde baan en lag het bos opeens naast het voorgenomen traject. Milieudefensie kocht daarop nogmaals grond aan en zette daar weer bomen op.

Pas in 1998 tekende minister van Verkeer Tineke Netelenbos de wet waarin werd besloten tot aanleg van de vijfde baan. Op 13 februari 2003 was de officiële opening: een vliegtuig vol gezagsdragers en de nieuwe staatssecretaris van Verkeer, Melanie Schultz van Haegen, landde op de nieuwe baan, die de Polderbaan ging heten. De aanleg van een strook asfalt van 60 meter breed en 3,8 kilometer lang had ruim dertig jaar geduurd.

Sinds 1990 is het aantal mensen dat klaagt over geluidsoverlast door de luchthaven met 40 procent afgenomen door de komst van stillere vliegtuigen en vliegprocedures die minder lawaai veroorzaken. Het eerste deel van het Bulderbos bestaat nog steeds, het tweede deel werd onteigend voor de aanleg van de Polderbaan.

Bijlmerramp

Op 4 oktober 1992 stortte een Boeing 747-vrachtvliegtuig neer op twee flats in de Amsterdamse Bijlmermeer. Daarbij kwamen 43 mensen om, inclusief de bemanning. Het toestel van El Al was onderweg van New York naar Tel Aviv en maakte een tussenlanding op Schiphol. De machine had technische problemen en volgens ooggetuigen hing een van de motoren bij de landing scheef.

De afwikkeling van de Bijlmerramp heeft jarenlang tot speculaties geleid

De mankementen werden provisorisch verholpen en het vliegtuig steeg weer op. Al snel daarna verloor het twee motoren aan de rechterkant. De verkeersleiding op Schiphol schatte de ernst van de situatie niet goed in. Het toestel kreeg toestemming voor een noodlanding, scheerde over de stad en crashte op de flats. De toedracht en de afwikkeling van de ramp hebben jarenlang tot speculaties geleid.