Home Hoe de wijnbouw bijna verloren was gegaan

Hoe de wijnbouw bijna verloren was gegaan

Twee ziekten en een luisje zorgden er in de tweede helft van de negentiende eeuw voor dat de wijnbouw een grondige verandering onderging. Maar wat gebeurde er nu precies, zo rond 1850?

Hoe de wijnbouw bijna verloren was gegaan

Mariëlla Beukers

Historicus

Gepubliceerd op: 23 juli 2018

Update 26 september 2025

Het midden van de negentiende eeuw is voor de wijngeschiedenis een belangrijke waterscheiding. In die tijd werd de wijnbouw namelijk getroffen door een aantal plantenziektes waarvan deze tak van de landbouw maar ternauwernood kon herstellen. Het had niet veel gescheeld, of de wijnbouw was geheel verloren gegaan, zeggen sommige onderzoekers.

Het begon allemaal met de komst van twee schimmelziektes, meegekomen met plantmateriaal uit Noord-Amerika. In 1845, hetzelfde jaar dat Ierland en andere delen van Noord- Europa werden getroffen door de beruchte aardappelziekte, ontdekte een tuinman met de naam Tucker in het Engelse Margate een vreemde schimmel op zijn kasplanten. Hem is de twijfelachtige eer gegund naamgever van deze schimmel te worden: Oidium tuckerii, meestal gewoon oidium of meeldauw genoemd.

In 1847 werd deze ziekte ook in Frankrijk gesignaleerd en richtte vervolgens veel schade aan in de wijngaarden. Een andere ziekte, Peronospera of valse meeldauw (mildiou in het Frans), volgde korte tijd later, eveneens afkomstig uit Noord-Amerika. Valse meeldauw was nog veel schadelijker, al werden er gelukkig vrij snel bestrijdingsmiddelen gevonden. De bekendste daarvan voor de wijnbouw is de Bordeauxse pap, een mix van kalk, kopersulfaat en water, soms nog gebruikt in traditionele wijngaarden. Zowel meeldauw als valse meeldauw zijn nog altijd een plaag, en gedijen goed in vochtige omstandigheden.

De druifluis doet zich te goed aan de beste wijnen, waaronder champagne. Cartoon uit Punch (1890).

Vraatzuchtige druifluis

Om meeldauw tegen te gaan werden niet alleen chemische oplossingen gezocht. Vanuit Noord-Amerika werden ook Amerikaanse wijnstokken geïmporteerd. Men had inmiddels ontdekt dat Amerikaanse Vitis-soorten geen last hadden van oidium en mildiou
Deze nieuwe ziekte verspreidde zich razendsnel over Frankrijk en later ook de rest van Europa. Het beestje kreeg in 1868 zijn naam: ‘vraatzuchtige druifluis’ of phylloxera vastatrix. Het vrat namelijk de wortels van de wijnstok weg en hele gebieden raakten hun wijngaarden kwijt. In diverse streken is zelfs nooit meer herplant; de voormalige wijngaarden zijn herkenbaar aan lege terrassen in het landschap, bijvoorbeeld in de Cevennen en de Ardèche. In andere gebieden werd wel herplant, maar met nieuwe druivenrassen. Meestal koos men daarbij voor druivenrassen die meer en sneller opbrengst gaven. Gebieden konden zelfs van kleur veranderen: Sancerre kennen de meeste mensen als een witte wijn van sauvignon blanc uit het gelijknamige Franse stadje. Vóór de phylloxera-epidemie stond er echter veel meer pinot noir in de wijngaarden van Sancerre en was het gebied dus bekend om zijn rode wijn. Daarnaast zijn veel oude druivenrassen verloren gegaan, of worden nu pas beetje bij beetje weer ontdekt.

Tegen oidium werd al snel gespoten met allerlei preparaten, waaronder kopersulfaat. Prent uit 1888.
Tegen oidium werd al snel gespoten met allerlei preparaten, waaronder kopersulfaat. Prent uit 1888.

Twee Franse voorbeelden zijn oeillade en ribeyrenc. Deze Zuid-Franse druivenrassen vormden een belangrijk bestanddeel van een achttiende-eeuwse wijn uit Saint Georges d’Orgues die zo in de smaak viel bij de Amerikaanse diplomaat Thomas Jefferson dat hij er een flinke voorraad van insloeg. Pas eind twintigste eeuw zijn deze twee druivenrassen weer ontdekt en opnieuw ontwikkeld. Tegenwoordig maakt een wijnboer de ‘wijn van Jefferson’ weer, maar of dat echt volgens het oorspronkelijke ‘recept’ is, is niet honderd procent zeker.

Amerikaanse onderstokken

Om de phylloxera te lijf te gaan, werden de meest drastische oplossingen uitgeprobeerd. Wijngaarden werden onder water gezet, stokken begoten met aardolieproducten, percelen werden afgebrand. Maar niets hielp. Totdat men serieus begon met het enten van Europese druivenrassen op Amerikaanse onderstokken. Dat bleek het ei van Columbus en de gevolgen van phylloxera werden daardoor langzaam bedwongen. De wijnbouw kreeg weer een kans.

Tot op de dag van vandaag staat bijna iedere wijnstok in de wereld op geënte onderstokken. Er zijn echter hedendaagse wijnboeren die zeggen dat de smaak van wijnen die gemaakt zijn van moderne druivenrassen met Amerikaanse onderstokken anders is dan die van wijnen van hetzelfde ras zonder Amerikaanse onderstokken. Uiteraard zijn er tests gedaan, en zelf heb ik ook wel eens de verschillen mogen proeven. Inderdaad leken de ongeënte stokken een iets ander smaakprofiel op te leveren in de wijn, maar heel erg veel verschil was er nu ook weer niet. Bovendien: een echt alternatief is er niet! De druifluis heeft zich inmiddels over de hele wereld verspreid, en kan alleen op de geënte stokken geen vat krijgen. Een beperkt aantal heel geïsoleerde wijngaarden en wijngaarden op zanderige bodem is nooit aangetast door phylloxera. Wijnen van dergelijke gebieden worden vaak met eerbied omringd en de term ‘ungrafted’ wordt zeker door desbetreffende wijnhuizen op het etiket gebruikt.

Andere druivenrassen, Amerikaanse onderstokken: het zijn twee van de vele gevolgen van de grote plantenziekte-epidemieën van de negentiende eeuw, die de wijnbouw volledig hebben veranderd. Ook de ontwikkelingen in techniek – zowel in de wijngaard als in de kelder – de economische ontwikkelingen, de schaalvergroting van bedrijven en markten hebben hierin een grote rol gespeeld. Wijn is sinds 1850 een veel industriëler product geworden dan honderdvijftig jaar geleden. Maar gelukkig, de druifluis heeft niet gewonnen, en we kunnen nog altijd van een glas wijn genieten.

Nieuwste berichten

Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Jezus heeft al een wijkende haarlijn
Beeldessay

Hoe Jezus van een oud mannetje een echte baby werd

In de Middeleeuwen werd het Christuskind aanvankelijk als lelijk oud mannetje geschilderd. Later veranderde hij in een normale baby. Waarom? Middeleeuwers geloofden dat Jezus perfect en volledig onveranderd ter aarde was gekomen. Het idee van een hulpeloze, kwetsbare baby die nog moest groeien en poepbroeken had, paste niet bij het beeld van een almachtige God....

Lees meer
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Docentenstaking op het Malieveld in 1982
Artikel

Oud-minister heeft geen spijt van onderwijsbezuiniging

Onderwijsminister Rianne Letschert wil het lerarentekort binnen vier jaar oplossen. In 1982 trokken leraren nog naar het Malieveld omdat ze vanwege een lerarenoverschot vreesden voor hun baan. Hoe konden er zoveel werkloze leerkrachten zijn? Het lerarenoverschot in de jaren tachtig was een gevolg van beleid dat eind jaren veertig begon. Vlak na het einde van...

Lees meer
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
De bilbiotheek in het Hodshonhuis
Artikel

Van Jefferson tot Einstein: de rijke geschiedenis van het Hodshon huis

Bezoekers van het Geschiedenis Festival kunnen op 17 oktober lezingen volgen op een nieuwe locatie: het Hodshonhuis in Haarlem. Een eeuw geleden bezochten Albert Einstein en Marie Curie dat stadspaleis om het jubileum van een beroemde Nederlandse wetenschapper te vieren. Het Hodshonhuis herbergt sinds 1841 de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, sinds 2002 Koninklijk (KHMW). ‘Zij...

Lees meer
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
De eerste ivf-baby Louise Joy Brown en haar moeder bij de Phil Donahue Show in 1979.
Artikel

De geschiedenis van ivf: een baby uit een buisje

De geboorte van de eerste ivf-baby veroorzaakte wereldwijd een sensatie. Maar er waren ook zorgen: konden via embryoselectie voortaan ‘superieure mensen’ worden gecreëerd? En bracht kunstmatige bevruchting het traditionele gezin niet in gevaar? Op 25 juli 1978 werd de Britse Louise Joy Brown geboren. Een blakende baby van 2,6 kilogram die met een keizersnede ter...

Lees meer
Loginmenu afsluiten