• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 1/2019

    Het Britse vertrek uit Malakka

    Een geslaagd afscheid

    Door: Bart Stol

    Na de Tweede Wereldoorlog probeerden de Britten de onafhankelijkheid van Malakka op de lange baan te schuiven. Ze wilden deze Aziatische kolonie eigenlijk niet kwijt, maar het kwam er toch van. Wonderlijk genoeg gold het afscheid van dit gebied opeens als het schoolvoorbeeld van een geslaagde dekolonisatie.

    In 1952 zorgde een foto van een Britse marinier in Malakka voor opschudding. Hij poseerde trots met de afgehakte hoofden van twee rebellen. Het was niet ongebruikelijk dat Britse soldaten diep in de Maleise jungle gedode guerrillastrijders onthoofdden, zodat deze later geïdentificeerd konden worden. Maar oorlogsrecht staat verminking van gedode tegenstanders niet toe. Hier was feitelijk sprake van een oorlogsmisdaad. Toch ging de soldaat volgens Britse lezing vrijuit, omdat er in Malakka formeel sprake was van een noodtoestand – niet van oorlog.

    De gedode rebellen waren mogelijk leden van het Maleise Nationale Bevrijdingsleger, de militaire tak van de Maleise Communistische Partij. Ze waren omgekomen in een strijd met de Britse koloniale staat die geen oorlog mocht heten, laat staan een vuile. De term ‘noodtoestand’ was bewust door de Britten gekozen, mede omdat zij onder die noemer beperkingen van het oorlogsrecht konden omzeilen. Nu waren hun tegenstanders ‘bandieten’ en ‘terroristen’, en die konden met verregaande middelen bestreden worden.
    De tekst loopt door onder de afbeelding.
    De Maleise politie arresteert dorpelingen die worden verdacht van samenwerking met communistische opstandelingen, 1949.

    Samen met het soms virulente racisme van soldaten en politieagenten kon dit tot excessen leiden. In 1948 bijvoorbeeld schoten Britse soldaten in het dorpje Batang Kali 24 vermeende sympathisanten van de guerrilla’s dood. De slachtoffers, Chinese rubbertappers, waren ongewapend. Het hoe en waarom van het bloedbad is nooit opgehelderd en zorgt nog steeds voor controverse.

    Toch gold de Britse dekolonisatiepolitiek lange tijd als voorbeeldig. Anders dan de Nederlanders en Fransen zouden de Britten na de Tweede Wereldoorlog sneller hebben ingezien dat het tijdperk van het kolonialisme voorbij was. Ze bogen soepel mee met de nationalisten in hun koloniën, waardoor de ontmanteling van hun imperium vooral vreedzaam verliep.

    Inmiddels is duidelijk dat de goede naam van de Britten ook een product is van politieke spin en toevallige omstandigheden. Hun kolonie India lieten ze in 1947 weliswaar snel los, maar dat besluit was mede ingegeven door de wens om andere koloniën te behouden. Een daarvan was Malakka, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog was bezet door Japan. Na de Japanse nederlaag waagden de Britten zich er aan een zogeheten ‘tweede koloniale bezetting’ - met alle problemen van dien. 

    Anarchie en etnisch geweld

    Malakka – dat sinds 1963 Maleisië heet - was in die tijd een losse verzameling staatjes onder Britse heerschappij, gelegen rond de strategische havenstad Singapore. Tezamen gaven ze de Britten controle over de Straat van Malakka, een van de belangrijkste waterwegen in Azië. Zo kon Groot-Brittannië een grote strategische speler in de regio blijven. Malakka was tevens een leverancier van tin en rubber, waarmee het door de oorlog berooide Groot-Brittannië dollars verdiende op de wereldmarkt. Met die dollars konden de Britten hun wederopbouw betalen.

    De omstandigheden voor een tweede koloniale bezetting in Malakka leken gunstig. De Japanse verovering in 1942 had er het debat over de politieke toekomst gestimuleerd, maar dat vormde geen belemmering voor de terugkeer van het Britse gezag in 1945. Anders dan Indië en Vietnam kende Malakka nog geen sterke onafhankelijkheidsbeweging; belangrijke Maleise vorsten en politici meenden dat de kolonie nog niet geheel op eigen benen kon staan.

    Maar dat betekende niet dat het Britse bedje gespreid was. De Japanse bezetting had de economie en de etnisch gemêleerde samenleving uit het lood geslagen. De plantage- en mijnbouwindustrie waren praktisch tot stilstand gekomen. Oorlog en schaarste hadden bovendien de spanningen versterkt tussen vooral de Maleisiërs en de grote Chinese migrantengemeenschap – zo’n 40 procent van de ruim 5 miljoen zielen tellende bevolking. Tijdens de oorlog waren veel Chinezen de steden uit gevlucht. Aan de rand van het oerwoud, te midden van plantages en mijnen, probeerden ze nu te overleven, vaak naast Maleise boeren en lotgenoten. Anarchie en etnisch geweld tierden er welig. Net als de Nederlanders in Indië en de Fransen in Vietnam kregen de Britten in Malakka nooit echt controle over de dynamiek die de oorlog er ontketend had.

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen