Home ‘Geschiedenisonderwijs is geen zaak van de politiek’

‘Geschiedenisonderwijs is geen zaak van de politiek’

Martin Sommer:
 
‘In de nota Onderwijs 2032, waar zoveel om te doen is geweest, wordt het vak geschiedenis al niet meer genoemd. Wel Engels op de basisschool, computerkunde en burgerschap. Burgerschap? Zijn het leren van het Wilhelmus en een verplicht bezoek aan het Rijksmuseum en de Tweede Kamer niet eigenlijk als een soort burgerschapskunde bedoeld?
Ja, uiteraard. Want zolang je het burgerschap noemt, is er niks loos. Maar combineer het woord verplicht met geschiedenis of het Wilhelmus, en de opwinding over indoctrinatie van de tere kinderziel is groot.
Bij googelen van het woord “kerndoelen” kwam ik als eerste tegen dat de school op positieve wijze aandacht moet besteden aan seksuele diversiteit. Als dat een kerndoel is, zou ik niet weten waarom de politiek niet zou mogen voorschrijven dat leerlingen op bezoek moeten bij het Rijksmuseum.
Geschiedenis is de uitdrukking van nationale lotsverbondenheid. Daarover kun je lacherig doen, maar het gaat in wezen ook over de AOW of de bereidheid belasting te betalen. Die bereidheid is in Nederland nog altijd groot, simpelweg omdat er een stevig gevoel van Nederlanderschap bestaat. De luxe om daarover je schouders op te halen bestaat alleen zolang die lotsverbondenheid vanzelf spreekt.’
 
Beatrice de Graaf:

‘Geschiedenisonderwijs gaat niet over het verleden; het is een wapen in de strijd om de toekomst en het scheppen van de nieuwe mens. In het Derde Rijk leerden kinderen dat de Germanen altijd al het dominante ras in Europa waren geweest. Na 1945 kreeg de ene helft Duitse kinderen de betekenis van de grondwet en Luther voorgeschoteld, de andere de historische opmars van de arbeidersklasse. De EU, de VN en zelfs de NAVO ondersteunen in conflictgebieden programma’s om de sporen van rassenhaat of andersoortige explosieve kennis uit de curricula te wissen. 
Sinds de Verlichting, en de publicatie van Rousseaus Emile ou de l’éducation (1762), leren kinderen niet alleen maar voor hun beroep en huishouding nuttige kennis. Ze worden ook tot redelijke wezens opgeleid – door een staat die daar zelf profijt van heeft.
Geschiedenis werd vanaf de negentiende eeuw aan de volksscholen onderwezen, en was een bron van vermaak, stichting en nationaal-patriottistische gevoelens. Pas ver na de Tweede Wereldoorlog kwamen daar lessen over burgerschap bij en werd geschiedenis ook een middel om de lange weg uit de barbarij naar diversiteit, inclusiviteit en de rechten van minderheden te onderwijzen. Zolang er over de criteria gesteggeld mag worden en de overheid niet eenzijdig de inhoud bepaalt, is dat prima.’
 
Felix Klos:


‘Natuurlijk is geschiedenisonderwijs ook een zaak van de politiek. De grote uitdagingen van onze tijd vereisen namelijk kennis van het verleden. De natiestaat, bijvoorbeeld, is geen natuurfenomeen, maar een historische constructie. Zou er een breder draagvlak bestaan voor internationale samenwerking als de ontstaansgeschiedenis van de natie en de bloedige gevolgen van economisch en politiek nationalisme scherper op het netvlies stonden van iedere Nederlander? Ik denk van wel.
Het algemeen belang is gediend met excellent historisch onderwijs, en dus is het laatste ook een zaak van de politiek. Maar de politieke bemoeizucht moet natuurlijk ophouden waar de feitelijke invulling van het curriculum begint. Historici, kunstenaars en andere vertellers zijn niet, zoals Stalin het graag zag, ingenieurs van de ziel. De staat is het zichzelf verplicht geschiedenisonderwijs te steunen en aan te moedigen, maar mag daarbij niet de geschiedenis dienstig maken aan één hedendaagse ideologie.
Geschiedschrijving, en dus geschiedenisonderwijs, zal altijd enigszins samenhangen met hedendaagse opvattingen. Maar het is onzinnig om in de eenentwintigste eeuw te proberen de geschiedenis voor het karretje van het politieke doel van nationale verbondenheid te spannen. Zolang elke vorm van historisch besef de ruimte krijgt, is er daarentegen niks mis mee om ieder kind actief de kans te geven het Rijksmuseum te bezoeken of op school aandacht te besteden aan een Opstandslied uit de Tachtigjarige Oorlog.’

Gepubliceerd op: 9 november 2017

Update 22 mei 2023

Nieuwste berichten

Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Gesloten afdelingen van de East Birmingham Hospital tijdens de pokkenuitbraak in 1978.
Artikel

Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?

Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...

Lees meer
Sudeten-Duitsers dansen in Brno, 24 mei 2026.
Sudeten-Duitsers dansen in Brno, 24 mei 2026.
Artikel

Rechtse populisten jutten het Tsjechische publiek op tegen Sudeten-Duitsers

Sudeten-Duitsers hielden op 24 en 25 mei hun jaarlijkse festival in Tsjechië. De rechts-populistische premier Andrej Babiš noemde hun aanwezigheid een ‘provocatie’. Maar een jonge generatie Tsjechen is klaar voor verzoening met de Duitstaligen die na de Tweede Wereldoorlog met bruut geweld werden verdreven. Meeting Brno, een Tsjechisch burgerinitiatief in de tweede stad van het...

Lees meer
Een gouvernante geeft les bij een Victoriaanse familie. Schilderij door Rebecca Solomon, 1851.
Een gouvernante geeft les bij een Victoriaanse familie. Schilderij door Rebecca Solomon, 1851.
Interview

Thuisonderwijs was ooit een statussymbool

De regels rond thuisonderwijs worden strenger: ‘levensbeschouwelijke bezwaren’ zijn geen geldige reden meer om kinderen van school te houden. Het verbod op thuisonderwijs stamt uit 1969, maar volgens hoogleraar Johannes Westberg was het op dat moment een marginaal verschijnsel. ‘De negentiende-eeuwse gouvernante was al zo goed als uitgestorven.’ Hoe zag thuisonderwijs eruit in de negentiende...

Lees meer
Aankondiging van een actie van het Oranje Alternatief.
Aankondiging van een actie van het Oranje Alternatief.
Artikel

Graffitikunst met kabouters was effectief protestmiddel in communistisch Polen

Als de democratie onder druk staat, is humor een tegenwicht. Dat begreep de Poolse protestbeweging Oranje Alternatief in de jaren tachtig maar al te goed. Met graffitikunst en ludieke straatacties bracht ze de communistische eenpartijstaat in verlegenheid. Protesteren tegen de communistische dictatuur in Polen was levensgevaarlijk. In 1981 kondigde generaal Wojciech Jaruzelski de staat van...

Lees meer
Loginmenu afsluiten