Home Geheime afspraakjes maken via postzegels

Geheime afspraakjes maken via postzegels

  • Gepubliceerd op: 02 aug 2024
  • Update 26 sep 2025
  • Auteur:
    Mark Traa
Postzegels om afspraakjes te maken

Wereldwijd worden er iedere dag honderd miljard WhatsAppberichten verstuurd. Een afspraakje is snel gemaakt én afgezegd. Hoe hielden geliefden en minnaars stiekem contact toen je nog geen snelle berichtjes kon versturen? 

Je wil je prille liefde een bericht sturen. Maar de schat woont nog in het ouderlijk huis. Het is niet de bedoeling dat je aanstaande schoonfamilie je smachtende teksten onderschept. Hoe pak je dat aan? Tegenwoordig is het geen punt: met WhatsApp en e-mail kun je pottenkijkers gemakkelijk omzeilen. Honderd jaar geleden was het ingewikkelder. Maar het kon wel. 

Meer historische verhalen lezen? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Ontvang historische artikelen, nieuws, boekrecensies en aanbiedingen wekelijks gratis in uw inbox.

Bellen was nauwelijks een optie. In 1921 had nog geen drie op de honderd Nederlanders een telefoonaansluiting. Alleen de elite stond langs die route met elkaar in verbinding. Voor anderen waren het telegram of de brief de enige communicatiemiddelen. Gelukkig kenden de posterijen de service ‘poste restante’: de mogelijkheid om post niet bij je thuis te laten bezorgen, maar op een ander adres. Daar kon je het vervolgens in eigen persoon afhalen, buiten het zicht van huisgenoten.  

Codewoord ‘Lentebloempje’

Poste restante-adressen waren bijvoorbeeld het postkantoor – dat is het overigens nog steeds – een kiosk of een boekhandel. Er stond een doos met enveloppen die een nummer of een codewoord hadden: ‘ABC’ of ‘Lentebloempje’, bijvoorbeeld. Noemde je dat codewoord bij het afhalen, dan kreeg je de envelop mee.  

Foto’s maken was duur, dus veel first dates waren blind dates 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Hoe wist je welk codewoord je moest zeggen om je brief te krijgen? Dat kon je in je correspondentie afspreken. Die kon op gang zijn gekomen via een huwelijksadvertentie in de krant, een verschijnsel dat vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw steeds populairder werd. Er verschenen steeds meer kranten in steeds hogere oplagen. Zo kon je in een steeds grotere vijver van potentiële partners vissen. Natuurlijk gaf je in je eerste brief niet direct je naam en adres; eerst maar eens zien of het contact standhield. Als dat het geval was, volgde vanzelf het moment van de eerste ontmoeting. Dat gebeurde vaak ergens op straat, waar je de ander eerst van een afstandje kon observeren. Foto’s maken was duur, dus veel first dates waren blind dates.  

Ghosting avant la lettre 

Het poste-restante-schrijven kon slopend zijn. De ander kon je zomaar laten zitten door simpelweg geen antwoord meer te geven of niet te komen opdagen. In de kranten verschenen veel advertenties van radeloze minnaars die waren geghost. Brieven bleven liggen bij de kiosk of afspraakjes gingen de mist in omdat brieven te laat aankwamen. Smachtende minnaars stonden daardoor eindeloos te wachten op treinperrons en straathoeken. En vaak zat er niets anders op dan opnieuw een advertentie te plaatsen met de mededeling dat een nieuwe brief kon worden afgehaald. Zo gingen er weken en soms wel maanden vooraf aan een eerste date. 

Smachtende minnaars stonden eindeloos te wachten op treinperrons en straathoeken 

Er was nog een truc om je liefje boodschappen te sturen zonder dat anderen die konden lezen. Je pakte een prentbriefkaart en krabbelde iets op de plek waarop je vervolgens de postzegel plakte. Op het voor iedereen zichtbare deel van de kaart schreef je dan iets neutraals, hooguit in enkele woorden. Soms was ‘Z.O.P.’ (Zie Onder Postzegel) genoeg. Het werd ook gedaan om geld uit te sparen. Als je vóór 1925 meer dan de naam van de afzender op een prentbriefkaart schreef, viel je in een hoger posttarief.  

De ontvanger weekte de postzegel eraf door de kaart even in de stoom van kokend water te houden en las vervolgens de verborgen boodschap van de afzender. Het ging niet altijd goed: de posterijen onderschepten regelmatig kaarten met ‘Z.O.P’ erop en gaven de geadresseerde een boete. 

Ik bemin je, lieveling

Met een postzegel kon je nog meer trucs uithalen. Zo was er het verschijnsel postzegeltaal, dat was komen overwaaien uit Duitsland. Door de postzegel in een bepaalde positie op een prentbriefkaart te plakken, kon je een geheime boodschap overbrengen. Een postzegel ondersteboven betekende ‘Ik bemin je, lieveling’. Een postzegel schuin stond voor ‘Ik blijf je trouw’ en een postzegel dwars was codetaal voor ‘Mijn hart behoort aan een ander’.  

Postzegels om afspraakjes te maken
Codetaal via postzegels.

De betekenissen van de postzegelposities konden geliefden onderling afspreken. Daardoor bleef de onderliggende boodschap echt geheim. Maar fabrikanten van prentbriefkaarten speelden er ook gretig op in. Ze maakten postzegeltaalkaarten met afbeeldingen van postzegels en hun betekenissen. Achterop kon je de zegel dan in de gewenste positie plakken. Die prefab-kaarten waren minder geschikt voor geheime geliefden, maar sloegen toch aan: ze werden in heel Europa verkocht. Elk land had daarbij zijn eigen postzegeltaal. 

Elk land had zijn eigen postzegeltaal 

Teederen aard

Een beetje platvloers was het wel, schreef Amy Groskamp-Ten Have in 1939 in haar beroemde etiquetteboek Hoe hoort het eigenlijk?. ‘Bakvischjes, verliefden en verloofden trachten in de “postzegeltaal” (het schots en scheef opplakken der zegels) elkander boodschappen over te brengen, meestal van teederen aard. Zij, die gesteld zijn op goede vormen zullen zich hieraan niet schuldig maken.’  

Onder de postzegel zat soms een geheime boodschap verstopt.

Postzegeltaal was niet alleen populair onder geliefden. In 1905 waarschuwde de politie dat ook gedetineerden via postzegels communiceerden met de buitenwereld, en dat gevangenispersoneel daar alert op moest zijn. 

Postzegeltaal bestond tot in de jaren zestig. Nu, meer dan een halve eeuw later, is de communicatie tussen geliefden drastisch veranderd. Prentbriefkaarten zijn verzamelobjecten geworden. Wie weet hoeveel geheime liefdesberichten er nog verscholen zitten onder de nooit-afgeweekte postzegels? 

Op het Instagramaccount ‘Liefde van Toen’ verschijnt elke dag een liefdesoproep of huwelijksadvertentie uit de krant van vroeger (1840-1940). 

Nieuwste berichten

Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Scène gefilmd van A Bridge Too Far in Deventer
Interview

Oorlogsfilm A Bridge Too Far zette Deventer op de kaart

In 1976 werd Deventer, een ‘slaperig’ provinciestadje aan de IJssel, onderdeel van een internationaal filmavontuur. Er werden opnames gemaakt voor de blockbuster A Bridge Too Far, over Operation Market Garden en de Slag om Arnhem in 1944. Opeens liepen wereldberoemde filmsterren als Sean Connery, Michael Cain en Robert Redford door de straten. Journalist René van...

Lees meer
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Een begrafenis in het dorp. Schilderij door Frank Holl, 1872.
Artikel

Sterven werd lang doodgezwegen, maar nu wordt er over de dood gepraat

Tot na de Tweede Wereldoorlog was er weinig openheid over de dood. Begrafenissen waren plechtige bijeenkomsten vol vaste rituelen. Hoe anders is dat tegenwoordig. Terminale patiënten beslissen mee over hun behandeling en kunnen kiezen voor een alternatieve uitvaart. ‘Dat je dit allemaal nog wilt,’ zei ik tegen mijn man. ‘Ach,’ antwoordde Pieter, ‘doodgaan is ook...

Lees meer
Filmposter L'Engloutie
Filmposter L'Engloutie
Recensie

L’engloutie: een zondebok in een Alpengehucht

Idealisme botst hard op de werkelijkheid in het Franse speelfilmdebuut L’engloutie (‘De verzwolgene’). Het drama speelt in 1899 in een gehuchtje in de Franse Alpen. Een nieuwe lerares wordt door de bewoners bepaald niet met open armen ontvangen. Ze wantrouwen onderwijs. De lerares houdt hun voor dat lezen en schrijven goed zijn voor de geest....

Lees meer
Koen Ottenheym
Koen Ottenheym
Interview

‘Machthebbers schepten op over hun Romeinse verleden’

Reizend langs de limes, de grenzen van het Romeinse Rijk, onderzocht hoogleraar Koen Ottenheym de hernieuwde belangstelling voor de antieke geschiedenis vanaf de vijftiende eeuw. Die ging gepaard met misvattingen en manipulatie, zo beschrijft hij in De limes als legende. ‘In elke regio, in elke tijd werd werd de Oudheid voor een andere agenda gebruikt.’...

Lees meer
Loginmenu afsluiten