• Afrekenen
  • Mijn account
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Historisch Nieuwsblad 8/2007

    Frankrijk in Oorlog

    Henk Wesseling

    Door: Willem Melching

    Henk Wesseling houdt van grote onderwerpen. Hij schreef onder meer een geschiedenis van de Europese expansie in Afrika en een historie van het Europese imperialisme. Ook in dit werk neemt hij een groot onderwerp onder handen: de geschiedenis van Frankrijk in oorlog in de kleine eeuw 1870-1962. Het boek is ontstaan uit verwondering over de felheid en de regelmaat waarmee Frankrijk zich in gewapende conflicten stortte.

    Wesseling ontsluit niet alleen een interessant stuk Franse geschiedenis, maar hij doet dat ook nog eens op een buitengewoon leesbare en interessante manier. Met schijnbaar gemak en trefzekere elegantie strooit hij met anekdotes, saillante details, vrolijke understatements, verrassende inzichten en diepzinnige oneliners.

    De tekst lijkt achteloos te zijn gecomponeerd, maar niets is minder waar. Wie goed leest, ziet dat Wesseling zijn betoog met dwingende logica opbouwt en de lezer aan de hand meeneemt zonder dat deze er ook maar een moment erg in heeft. Hij verwerkt de meest recente literatuur en discussies in zijn verhaal, zonder zich te bezondigen aan zinloos historiografisch geweld.

    Van 1871 tot 1914 ging het oorlogvoeren Frankrijk goed af. Na de verpletterende nederlaag in de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 koos het Franse leger zijn tegenstanders namelijk met iets meer zorg uit. De koloniale oorlogen waren voor Frankrijk veel gemakkelijker te winnen. Zowel in Afrika als in Indo-China wist Frankrijk een omvangrijk koloniaal rijk te vestigen.

    De motivatie om in deze onherbergzame streken de strijd aan te gaan was simpel. Frankrijk wilde bewijzen dat ‘de Franse militaire kwaliteiten, geschokt door de Défaite van 1870 en zonder kans op rehabilitatie door de decennialange vrede, niet waren uitgestorven’, schrijft Wesseling. Militairen trokken uit de koloniale oorlogen de conclusie dat wilskracht en moreel belangrijker waren dan bewapening. Maar dat idee zou in de jaren 1914-1918 fatale gevolgen hebben.

    Defaitisme
    Voor de periode 1914-1962 concentreert Wesseling zich op beide wereldoorlogen en op de moeizame dekolonisatie daarna. Deze periode kan worden gezien als één geheel, waarin Frankrijk onontkoombaar aftakelde als militaire grootmacht. Wesseling is vol bewondering voor de taaiheid waarmee Frankrijk zich in 1914-1918 door de oorlog worstelde. Hij gaat daarbij enigszins gemakkelijk voorbij aan het feit dat het land in deze oorlog volstrekt kansloos was geweest zonder de hulp van Groot-Brittannië en natuurlijk de Verenigde Staten.

    De vastberadenheid waarmee Frankrijk zich in 1914 verzette tegen de Duitsers, staat in schril contrast met de besluiteloosheid, onmacht en zelfs het defaitisme waarmee het land in 1940 ten onder ging. Niet alleen de nederlaag, maar ook de daarop volgende collaboratie van de Vichy-regering en grote delen van de Franse samenleving komen uitgebreid aan de orde. Overigens is Wesselings beschrijving van de paniek in Frankrijk, maar ook in België en Nederland dermate hilarisch dat ik ondanks de ernst van het verhaal een aantal keren erg moest lachen. Zo verhaalt hij van een gevluchte Nederlandse boer die mét zijn koeien in het Bois de Boulogne terecht zou zijn gekomen.

    Na de vernederingen van 1940-1945 hield Frankrijk krampachtig vast aan zijn koloniale rijk, om te laten zien dat het land nog wel degelijk een politieke en militaire grootmacht was. Maar er was geen houden aan. De dekolonisatie van Vietnam en vooral van Algerije eindigde in een militair echec en een politiek drama dat Frankrijk op de rand van de burgeroorlog bracht. Of zoals Wesseling het met gevoel voor dramatiek formuleert: ‘Dien Bien Phu was Sedan en Verdun tegelijk.’ Dit verhaal neemt relatief veel plaats in, maar dat is terecht. Het is niet alleen uiterst spannend geschreven, maar het is ook een van de weinige verslagen in het Nederlands van deze dramatische episodes.

    Dit boek is een genot om te lezen. Gesteund door een grote eruditie haalt Wesseling de essentie uit de meest aansprekende conflicten en laat hij de lezer zien hoe Frankrijk keer op keer probeerde glorie en prestige te putten uit de oorlog. Als leidraad gebruikt hij de belangrijkste wetenschappelijke discussies, die hij ook voor een groot publiek toegankelijk maakt. Daarnaast schildert hij de hoofdpersonen in kleine biografische miniaturen.

    Tezamen geeft dit de lezer een helder en levendig beeld van de hoogte- en dieptepunten die Frankrijk doormaakte. Wellicht voelen specialisten zich door deze aanpak tekort gedaan, maar wie op zoek is naar een synthese op het allerhoogste niveau wordt door Wesseling op zijn wenken bediend. Hij kan zich zowel als stilist als analist meten met de grote buitenlandse historici. Ook met dit boek bewijst Wesseling dat hij een auteur is van internationale allure.

    Willem Melching promoveerde bij Henk Wesseling en is Duitsland-deskundige aan de Universiteit van Amsterdam.

    H.L. Wesseling
    Frankrijk in oorlog, 1870-1962. De meest dramatische eeuw uit de Franse geschiedenis
    350 p. Bert Bakker, € 29,95

    Henk Wesseling (1937) ging in 2002 met emeritaat als hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. In 1969 promoveerde hij op het proefschrift Soldaat en krijger. Franse opvattingen over leger en oorlog 1905-1914. Dit thema keert terug in Frankrijk in oorlog, dat afgelopen jaar uitkwam. In 1991 verscheen zijn magnum opus Verdeel en heers, een geschiedenis van de kolonisatie van Afrika. Dit boek werd in zes talen vertaald en als basis gebruikt voor de documentaire Mijn kaart van Afrika ligt in Europa uit 2006. Wesseling was in 2005-2006 hoofdredacteur van ‘Plaatsen van herinnering’, een vierdelige reeks over historische plaatsen in Nederland. (GvH)

    Jean-Marc van Tol: De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt door Luc Panhuysen (Atlas)

    ‘Ik kreeg dit boek op mijn verjaardag, vanwege mijn voorliefde voor biografieën van beroemde mannen. En mijn keuze voor juist het levensverhaal van de gebroeders De Witt ligt natuurlijk niet in de laatste plaats aan de gruwelijke manier waarop ze door het volk vermoord zijn. Hun gewelddadige dood in 1672 vind ik net zo spannend als de moorden op John F. Kennedy, Fortuyn en Theo van Gogh.

    Ook rond het lynchen van de gebroeders De Witt bestaan complottheorieën. Daardoor, en door details als de royale beloning voor de aanstichters van de moordpartij, of de uitroep van Cornelis tijdens zijn marteling – “Trek mij maar aan stukken, je krijgt er toch niet uit wat er niet in zit” – leest De Ware Vrijheid als een thriller.

    Het is intrigerend om te lezen hoe stadhouder Willem van Oranje (1650-1702), slechts een kleuter in de tijd dat de gebroeders De Witt al hoge bestuurlijke en politieke machtsposities bekleedden, in 1672 een greep naar de macht deed. Als voorstanders van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) stonden de gebroeders zijn politieke aspiraties natuurlijk in de weg. Volgens mij is de rol van stadhouder Willem III bij de val van de gebroeders veel groter dan Panhuysen beschrijft. [MvH]