Home Dossiers Oudheid Een Romeinse keizer boven de bank

Een Romeinse keizer boven de bank

  • Gepubliceerd op: 31 mei 2022
  • Laatste update 08 nov 2022
  • Auteur:
    Geertje Dekkers
  • 16 minuten leestijd
Een Romeinse keizer boven de bank
Cover van
Dossier Oudheid Bekijk dossier

Machthebbers en kunstverzamelaars omringden zich na de Oudheid graag met afbeeldingen van Romeinse keizers. De Britse classica Mary Beard onderzocht waarom ze dat deden en verdiepte zich in de omslachtige pogingen het uiterlijk van een keizer te achterhalen. Was Julius Caesar nou aan de magere kant of had hij een vol gezicht? Het eerlijke antwoord: ‘We hebben geen idee.

Wie in Hampton Court, een paleis aan de rand van Londen, de koninklijke trappen op loopt, ziet bloemen, cherubijntjes en wolken op een overdadige manier geschilderd – het gaat duidelijk om barokkunst. Op de overvolle wanden is het even zoeken naar een overzicht van de voorstelling. Er zijn halfnaakte mensen te zien en geklede figuren, met mantels en wapenuitrustingen die verraden dat ze uit de Oudheid komen.

In haar recentste boek, Twaalf keizers, legt de Britse oudheidkundige en geschiedeniscoryfee Mary Beard uit wat schilder Antonio Verrio bedoelde toen hij begin achttiende eeuw dit kunstwerk maakte. Hij verwees naar een verhaal van Julianus, een Romeinse keizer uit de vierde eeuw. Daarin heeft Romulus, de mythische, vergoddelijkte stichter van Rome, een feestbanket georganiseerd. De Olympische goden zijn uitgenodigd en er is ook een tafel gedekt voor alle overleden keizers. Maar de hoge goden hebben helemaal geen zin in overambitieuze aardse gasten als Caesar en Nero, die hen naar de kroon steken. Daarom trekken ze de meeste uitnodigingen in en organiseren ze een verkiezing onder de resterende keizers. ‘Filosoof-keizer’ Marcus Aurelius wint, maar of hij ook mag deelnemen aan het banket laat het verhaal in het midden.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €3,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.

Een kunstwerk voor een erudiet publiek dus. Maar wat doet het in Hampton Court? Waarom liet koning Willem III zo’n verhaal over infame keizers afbeelden? Over dat soort vragen gaat Twaalf keizers. In de eeuwen na de Oudheid, en vooral vanaf de Renaissance, verzamelden machthebbers en andere kunstliefhebbers namelijk graag afbeeldingen van Romeinse keizers. En dan vooral van de eerste twaalf – plus of min een paar, want helemaal consistent waren de collecties niet. Een opmerkelijke keuze, want een aanzienlijk deel had een diepzwarte reputatie. Neem Caligula (12-41 n.Chr.), die is beschreven als een monster dat niet alleen een relatie had met zijn zuster, maar vooral totaal gecorrumpeerd was door zijn macht. Of Nero (37-68), die volgens de verhalen het ene na het andere familielid vermoordde, zich overgaf aan de laagste vormen van lust en hebzucht, en Rome aan de rand van de afgrond bracht.

Waarom waren afbeeldingen van de twaalf keizers zo geliefd? En waarom wilden latere heersers ze in huis hebben?

‘We denken vaak dat die kunst bedoeld is om het publiek te overtuigen dat de heerser een groot man was, net als de keizers ooit waren geweest. Dat koningen zichzelf – een beetje – zagen als opvolgers van die keizers en dat schilderijen dat zichtbaar moesten maken. En dat zal vast hebben meegespeeld: een gevoel dat dynastieke macht sinds de Oudheid was doorgegeven en dat de keizers die macht vertegenwoordigen. Waarschijnlijk liet Federico Gonzaga daarom in de vroege zestiende eeuw Titiaan een reeks keizerportretten schilderen. Hij was net de eerste hertog van Mantua geworden en hij en zijn familie dachten mogelijk na over een toekomstige dynastie.

Schildering in Hampton Court met rechts de Romeinse keizers die wachten op een uitnodiging voor het feestmaal van de goden.

Maar weinigen staan erbij stil dat het heel, heel vreemd is om het zo aan te pakken. Want 99 procent van de mensen die dit soort kunst verzamelden wist dat de meeste keizers het imago hadden corrupt en autocratisch te zijn, en seksueel grensoverschrijdend gedrag te vertonen. En dat de meesten van hen waren vermoord. En juist in de huizen van de allerhoogste adel zie je de keizers met een slechte reputatie vaak afgebeeld. Iemand als Caligula, van wie niemand dacht dat hij een goede keizer was geweest.’

Waarom dan toch die keuze?

‘Omdat het moeilijk is om een koning te zijn. Wij, als modern publiek, hebben de neiging de macht van de koning als vanzelfsprekend te beschouwen. En we hebben meestal ook weinig sympathie voor koningen. Ik heb die in elk geval niet. Maar in feite was zo’n koning een doorsnee mens, die probeerde te doen alsof hij iets anders was: de grote leider. Er zat dus een gat tussen die gewone persoon en de leider die hij pretendeerde te zijn. Ik denk dat kunst als die in Hampton Court daarom draaide. Die zette de koning aan het denken over de vraag wat het betekende om de heerser te zijn, over wat macht was en wat die zou moeten zijn.’

Nu had Willem III, die het werk in Hampton Court liet schilderen, beperkt gezag. Hij had in 1689 de Bill of Rights erkend, waarin de macht van het parlement was vastgelegd en die van de koning was begrensd. Verklaart dat waarom het kunstwerk in Hampton Court hem aansprak? Omdat hij gedwongen was na te denken over de grenzen van zijn macht?

‘Nou, naar onze maatstaven had Willem III nog erg veel macht. En je ziet vergelijkbare voorbeelden bij koningen die als onbegrensd bekendstaan, zoals de Engelse Hendrik VIII. Hij gaf opdracht voor een reeks wandtapijten over het leven van Caesar, die op eenzelfde manier aan het denken zet.’

‘Een koning was een doorsnee mens, die deed alsof hij een grote leider was’

De tien tapijten van Hendrik VIII, van ongeveer vierenhalve meter hoog en samen tachtig meter lang, vertelden het verhaal van de politicus en militair Caesar die zichzelf in de eerste eeuw voor Christus steeds meer macht en geld toe-eigende en politieke normen negeerde. Op de tapijten – die allang zijn verdwenen – stond waarschijnlijk ook zijn bekendste grensoverschrijdende daad, uit 49 v.Chr., toen hij met zijn leger de rivier de Rubicon overstak en gokte op een openlijk militair conflict met Rome. En uiteraard was ook afgebeeld hoe hij na al die hoogmoed aan zijn einde kwam, door toedoen van de messen van senatoren. Die dachten zo de Republiek te beschermen tegen een machtswellusteling, maar maakten onbedoeld de weg vrij voor zijn adoptiefzoon, die wij kennen als de eerste echte keizer, Augustus.

‘Die wandtapijten waren ongekend duur. Veel duurder dan schilderijen van topkunstenaars als Titiaan. Over de aanschaf is dus goed nagedacht, dat was geen ongelukje. Hendrik VIII liet zijn paleis dus bewust versieren met een verhaal dat duidelijk maakte dat alleenheerschappij gevaarlijk was.’

Maakt dat Hendrik VIII wat menselijker, en minder de angstaanjagende autocraat?

‘Hij was het allebei. Een mens én een angstaanjagende autocraat. Er bestaan geen angstaanjagende autocraten die alleen maar angstaanjagende autocraten zijn. Dat geldt nu bijvoorbeeld ook voor Poetin. Op dat punt zouden media wel wat intelligenter over Poetin kunnen berichten. We lezen nu dat hij een krankzinnige psychopaat is, maar dat kan niet het hele verhaal zijn. Voor de duidelijkheid: ik steun Poetin absoluut niet. Maar hij kan niet alleen een inslecht persoon zijn, en in dat opzicht doet hij me denken aan veel Romeinse keizers. Die zijn ook als misdadige gekken beschreven, maar ook in hun geval kan dat niet het hele verhaal zijn. Want het is simpelweg ondenkbaar dat het hele Romeinse Rijk werd bestuurd door de ene psychopaat na de andere. Dat betekent niet dat het prettige personen waren, maar wel dat er meer aan de hand was. Bovendien verklaar je niets door simpelweg te zeggen dat iemand gek is. Media zouden wat harder mogen werken om te begrijpen hoe persoonlijke macht werkt en wie bijvoorbeeld Poetin steunt en adviseert. Ik kan daar zelf weinig over zeggen, omdat ik geen Rusland-expert ben, maar het zou meer mogen gebeuren.’

Poetin en de keizers hebben nog iets gemeen. Ze werken en werkten hard aan hun imago. Dat deden de keizers bijvoorbeeld door munten uit te geven, waarop ze waren afgebeeld als goede leiders. Veel verzamelaars uit uw boek waren dol op dat soort munten. Waarom?

‘Die munten zijn ontzettend sexy, omdat ze direct uit het centrum van de macht komen. De keizers staan erop afgebeeld zoals zij – of de mensen rondom hen – het wilden. Daarom hadden munten zeker tot in de achttiende eeuw een enorme aantrekkingskracht. Omdat ze tijdens het leven van de keizer gemaakt waren, brachten ze de toeschouwer heel dicht bij de persoon van de machthebber.’

Deze buste uit 44-30 v.Chr. vertoont enige gelijkenis met een afbeelding van Julius Ceasar op een munt.

Nu is het de vraag of de heersers ook echt leken op hun muntportretten. Neem Caesar. Er bestaan munten waarop hij aan de magere kant is, met een duidelijk zichtbare adamsappel en losse huidplooien in zijn hals. Die munten zijn vaak beschouwd als redelijk ‘echte’ afbeeldingen. Maar op andere afbeeldingen maakt Caesar een heel andere indruk. Bovendien beweerde geschiedschrijver Suetonius juist dat hij een nogal vol gezicht had. Maar Suetonius schreef ongeveer anderhalve eeuw na Caesars dood en zijn woorden over het volle gezicht vallen eventueel ook te vertalen als ‘zijn mond was aan de grote kant’. Dus misschien waren de munten met de duidelijke adamsappel wel levensecht. Maar dan blijft de vraag wat historici aan moeten met de afwijkende munten, met een heel ander gezicht.

Gelukkig zijn er nog marmeren beelden van de heersers. Helpen die de zaak te verhelderen?

‘Nee, want op heel veel van die beelden staat geen naam. Dus als van een beeld wordt gezegd dat het bijvoorbeeld Caesar voorstelt, dan is dat vaak omdat het beeld lijkt op een munt waarvan experts denken dat die realistisch is. Op basis van dat soort parallellen zetten musea bordjes bij beelden, met uitleg dat ze Caesar voorstellen. Maar dat weten we helemaal niet zo zeker. We hebben gewoon geen idee hoe de keizers eruitzagen.’

In het Rijksmuseum van Oudheden is een reconstructie te zien van het hoofd van Julius Caesar. Die is gemaakt op basis van een marmeren portret. Hoe zit dat dan?

‘Dat hoofd is grotendeels gebaseerd op een marmeren beeld uit Tusculum, dat zich nu in Turijn bevindt. Volgens de makers van de reconstructie is dat een realistisch portret, dat bij leven is geproduceerd. Maar de meeste kenners betwijfelen dat. En als die aanname niet klopt, klopt de reconstructie ook niet. De gezichten van Caesar en de keizers laten zich gewoon niet grijpen. Maar toch willen mensen heel graag weten hoe ze eruitzagen en daardoor heeft elke eeuw een favoriete voorstelling van bijvoorbeeld Caesar. Momenteel is een beeld populair dat in 2007 in de buurt van Arles uit de Rhône is gehaald. Maar dat is alleen omdat die buste past bij het beeld dat mensen van Caesar hebben, inclusief de geplooide huid in de hals. Maar er zijn helemaal geen concrete aanwijzingen dat het om hem gaat, en ik ben sceptisch.’

‘Het Romeinse Rijk kan niet alleen door psychopaten zijn bestuurd’

Er is nog iets vreemds aan de hand met de voorliefde voor de eerste twaalf keizers. Zij vereerden de Romeinse goden, terwijl hun latere verzamelaars christelijk waren. De keizers komen zelfs voor op kerkelijke kunst. Hoe valt dat te rijmen?

‘Wat dat betreft vind ik de aanwezigheid van Nero in kerkelijke kunst heel interessant. Zijn imago was ongekend slecht en hij werd verantwoordelijk gehouden voor de kruisiging van Petrus. Daarom is hij in de vijftiende eeuw op de bronzen deuren van de Sint-Pieter in Rome afgebeeld als de antichrist. Dat is nog wel te begrijpen, maar soms wordt het ingewikkelder. Zo is er in de zestiende eeuw een miskelk gemaakt, in wat we nu Slowakije noemen. Die is versierd met munten van Romeinse keizers, inclusief een van Nero. Dat is toch opmerkelijk: als je de kelk naar je mond brengt om de miswijn te drinken, heb je Nero vlak bij je gezicht. Misschien gaat het erom dat de christenen hun vijanden nodig hebben om zichzelf te definiëren. De verhalen over martelaren en over de kruisiging van Petrus waren een belangrijk onderdeel van de manier waarop ze hun eigen geloof vormgaven, en waarop ze anderen bekeerden. In die zin hoorde iemand als Nero bij het christendom.’

Misschien wisten de makers van de miskelk dat Nero niet zo’n monster was als vaak werd gedacht. Na zijn dood is hij beschreven als een verschrikking, maar tegenwoordig zijn er ook historici die vinden dat tegenstanders hem een slechte pers hebben gegeven. 

‘Er zijn inderdaad historici die erop wijzen dat Nero zijn paleistuinen opende voor de armen en andere aardige dingen deed. En zij concluderen vervolgens dat hij best oké moet zijn geweest. Maar daarmee maken ze eenzelfde fout als historici die beweren dat hij een gekke tiran was. Voor beide beweringen hebben we te weinig bewijs.’

Tegenwoordig krijgen de Romeinen en de Grieken nogal wat aandacht uit extreem-rechtse kring. Aanhangers hebben bijvoorbeeld een voorliefde voor Spartaanse militairen, die ze afschilderen als Europese helden, die vochten tegen het ‘kwaad uit het oosten’, in hun geval de Perzen. En in Nederland begon Thierry Baudet zijn maidenspeech in de Tweede Kamer met een bewerking van een toespraak van Cicero. U hebt er toen op gewezen dat daar grammaticaal weinig van klopte. Hoe kijkt u aan tegen dit soort gebruik van de Oudheid?

‘Op zich gebruikt iedereen geschiedenis. Extreem-rechts heeft inderdaad een fascinatie voor gespierde Spartaanse lichamen. Maar in het verleden identificeerde links zich graag met slavenleider Spartacus. Mensen hebben nu eenmaal de neiging naar het verleden te kijken en te zoeken naar dingen die aansluiten op het eigen wereldbeeld. Dat leidt tot een erg versimpeld beeld en daar winden historici zich over op als het om extreem-rechts gaat. Op zich is hun boosheid begrijpelijk, maar ze richten die op de verkeerde zaken. Zij doen of geschiedenis alleen een zaak is voor deugdzame academici. Maar het verleden is van ons allemaal en iedereen mag ermee doen wat hij wil.

Het is wel de taak van historici om te laten zien wat er inhoudelijk niet klopt aan versimpelde beelden. Aan de heroïsche kijk op de gevechten van Spartanen tegen Perzen bijvoorbeeld. Sparta was een hardvochtig, wreed en militaristisch bootcamp. Dat moeten we duidelijk maken.

Filmster Russell Crowe in de populaire actiefilm Gladiator (2000).

Of neem een ander voorbeeld, dat gaat over ras in de Romeinse tijd. Een paar jaar geleden had de BBC een cartoon gemaakt voor kinderen over Romeins Brittannië. Op die afbeelding had de Romeinse gouverneur een gekleurde huid. Na een paar jaar merkten extreem-rechtse mensen dat op en begonnen ze zich druk te maken over de “typische wokerigheid” van het beeld dat de BBC schetste. Toen heb ik getwitterd dat de afbeelding niet onaannemelijk was. Er was een Romeinse gouverneur in Engeland, afkomstig uit wat we nu Algerije noemen. We weten niet welke huidskleur hij had, maar het is héél aannemelijk dat hij niet wit was. En we hebben andere voorbeelden uit Romeins Brittannië die laten zien dat de steden niet helemaal wit waren.

De extreem-rechtse twitteraars heb ik daarmee misschien niet overtuigd. Zij werden zelfs razend over wat ik schreef en denken waarschijnlijk nog steeds dat tot in de jaren vijftig iedereen in Groot-Brittannië wit was. Maar op Twitter lezen er altijd veel andere mensen mee en voor hen moet je dit soort ideeën weerspreken. Als je dat niet doet, schiet je ten opzichte van hen tekort.’

Uit extreem-rechtse kringen klinkt ook het verhaal dat het West-Romeinse Rijk is gevallen doordat de grenzen zwak werden en vreemdelingen binnenkwamen. Wat zegt u daarover?

‘De val van het Romeinse Rijk was een aaneenschakeling van heel veel factoren. Niemand heeft ooit een zinvolle verklaring gegeven op basis van één oorzaak. Bovendien heeft het Romeinse Rijk nooit een scherpe grens gehad. Die was altijd poreus en mensen bewogen voortdurend van de ene naar de andere kant. Het idee klopt dus niet en het gaat bovendien uit van een nogal westerse blik. Alleen daarmee kun je zeggen dat het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw viel. In het oostelijk deel ging het namelijk nog heel lang goed.’

De afgelopen jaren ging het ook over standbeelden van slaveneigenaren en koloniale machthebbers, die volgens critici moeten verdwijnen. Zijn er ook zulke oproepen geweest over standbeelden van Romeinse keizers?

‘Een paar, met name in de VS. Maar over het algemeen is het andersom. In de populaire cultuur bestaat er een fascinatie voor gladiatoren – in films en bijvoorbeeld bij bezoekers van het Colosseum in Rome, die zich daar laten fotograferen met figuranten die verkleed zijn als gladiator. Dat is vreemd, want gladiatoren waren slachtoffer van een systeem waarin werd gemoord voor de lol.

‘Het verleden is van ons allemaal en iedereen mag ermee doen wat hij wil’

Dat mensen nu toch kleine gladiatorpoppetjes kopen, zonder erbij na te denken hoe verschrikkelijk het leven van die mannen was, komt simpelweg doordat het zo ontzettend lang geleden is. Tegen slavernij en uitbuiting van 2000 jaar geleden kijken we anders aan dan tegen slavernij in de achttiende eeuw.’

Er zijn wel oproepen aan oudheidkundigen om de blik te verruimen. Om niet alleen naar Griekenland en Rome te kijken, maar ook naar het Nabije Oosten en Azië. Vindt u dat terecht?

‘Onderzoek naar de Oudheid heeft weleens last van het idee dat Grieken en Romeinen op een ander niveau stonden en beter waren dan andere beschavingen. Dat idee is duidelijk onterecht. Maar de Griekse en Romeinse beschavingen zijn wel van onmiskenbaar groot belang geweest voor de westerse cultuur. Niet omdat ze superieur waren, maar door allerlei toevalligheden. Er is dus alle reden om ze te onderzoeken. Natuurlijk is het goed als historici ook verder naar het oosten kijken. Dat idee is helemaal niet nieuw. Al in de negentiende eeuw waren er in Cambridge plannen om niet alleen Grieks en Latijn, maar ook Sanskriet [een belangrijke antieke taal in India en andere delen van Azië, GD] verplicht te stellen voor classici. Dat plan is niet doorgegaan, maar er was wel onderwijs in Sanskriet. Onze studenten van nu zouden daarover klagen. Ook verder hebben classici altijd over hun eigen grenzen heen gekeken. De huidige generatie wil dat nog weleens over het hoofd zien en is erg tevreden met de eigen progressieve ideeën.’

Geertje Dekkers is historicus en journalist.

Mary Beard (1955) is classica, gespecialiseerd in het Oude Rome. Ze is onder meer hoogleraar aan de universiteit van Cambridge. Beard treedt veel op in de media en doet regelmatig stof opwaaien met haar uitspraken. Ze schreef vele boeken, onder meer Pompeii (2010), SPQR. Geschiedenis van het Romeinse Rijk (2015) en Met gelovige ogen (2018). Onlangs verscheen Twaalf keizers. De verbeelding van macht, van de antieke wereld tot nu, 430 p. Athenaeum, € 40,-.

Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 6 - 2022