• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 1/2020

    Een ontnuchterende strijd

    Waarom de oorlog tegen alcohol is mislukt

    Door: Bart de Koning
    Om de drankzucht te beteugelen voerden de Verenigde Staten in 1920 een alcoholverbod in. Maar de Drooglegging draaide uit op een ramp. De economische schade was groot en de Amerikanen lieten hun bier of borrel toch niet staan. De enige die er beter van werden, waren de misdaadsyndicaten. Toen de burgemeester van Berlijn, Gustav Boess, in de herfst van 1929 op bezoek was in New York vroeg hij aan zijn gastheer, burgemeester James J. Walker, wanneer de Drooglegging zou beginnen. Dat die wet toen al bijna tien jaar van kracht was viel buitenlandse bezoekers blijkbaar niet op, want drank was in Amerika overal moeiteloos verkrijgbaar. De anekdote figureert in de documentaireserie Prohibition en is een van de vele voorbeelden van de totale mislukking van de poging om Amerika droog te leggen. De meeste Amerikanen dronken na het verbod op alcohol in 1920 stug door. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden hadden hun eigen vaste leverancier die de volksvertegenwoordigers discreet van drank voorzag en ook het Witte Huis was niet ‘droog’. Zelfs Elliot Ness, de legendarische crime fighter die de strijd aanbond met dranksmokkelaars en maffiosi zoals Al Capone, dronk tijdens de Drooglegging gewoon zijn favoriete whisky, Cutty Sark.  

     

    Ontmanteling van een illegale drankopslag door de politie van New York, circa 1921. De voorraad verdwijnt in het riool.

      Over de mislukking en de rampzalige gevolgen van de Drooglegging zijn bibliotheken volgeschreven en op internet zijn er talloze sites aan gewijd. Het is lastig om vandaag de dag nog iemand te vinden die er iets positiefs over te melden heeft. De Drooglegging maakte van tientallen miljoenen Amerikaanse burgers die gewoon een biertje of een borrel wilden drinken in één klap wetsovertreders. Historici, criminologen, economen en politicologen blijven zich verbazen over de onbedoelde gevolgen van het drankverbod waar we tot op de dag van vandaag last van hebben – denk aan de georganiseerde misdaad en de war on drugs.

    Drank als betaalmiddel

      Wat heeft de Amerikanen in hemelsnaam bezield om de Drooglegging ooit in te voeren? De totstandkoming van het drankverbod is beter te begrijpen als je teruggaat in de geschiedenis. Drank heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de Nieuwe Wereld. Amerikaanse ondernemers importeerden in het koloniale tijdperk bijvoorbeeld al melasse uit Britse suikerrietplantages in de Caraïben en stookten daar rum van. Vóór de aanleg van de spoorwegen was transport over land in Amerika moeizaam en duur. Het was efficiënter om een grote lading graan of maïs te destilleren tot een paar hanteerbare vaten drank – die bovendien aanzienlijk meer opbrachten dan de oorspronkelijke grondstoffen. Omdat er in de uithoeken van de koloniën een tekort was aan contant geld, was drank een gangbaar betaalmiddel: arbeiders kregen vaak een deel van hun salaris in alcohol uitbetaald. Net als in Europa was drinkwater vaak onbetrouwbaar en bood bier een veilig alternatief. Daarbij kwam dat het belangrijkste conserveringsmiddel voor voedsel zout was, dat ‘een oceanische dorst’ veroorzaakte. Het gevolg was dat Amerikanen verschrikkelijk veel dronken. De Amerikaanse historicus William Rorabaugh noemde de eerste drie decennia van de negentiende eeuw ‘the alcoholic republic’. Volwassen Amerikanen dronken in die tijd naar schatting gemiddeld 7 gallon (26,5 liter) pure alcohol per jaar. In Albany, de hoofdstad van de staat New York, schatten drankbestrijders het in 1829 zelfs op 10 gallon (bijna 38 liter). Ter vergelijking: volgens de Jellinek Kliniek drinkt de Nederlander nu gemiddeld 7 liter pure alcohol per jaar, en daar maken experts zich al zorgen over. Kortom, het jonge land Amerika had een reusachtig drankprobleem.

    Wantoestanden

      Rond 1830 ontstonden verschillende organisaties voor geheelonthouders, zoals de American Society for the Promotion of Temperance, met een miljoen leden, en de Washington Temperance Society, voor oud-alcoholisten, met zo’n 600.000 leden. Drankbestrijders slaagden erin om lokaal drankverboden ingevoerd te krijgen, als eerste in Main in 1851. Er woedde door het hele land een strijd van de ‘dry’s’ (de geheelonthouders) tegen de ‘wets’ (de drinkers). De geheelonthouders waren vaak van oorsprong Britse puriteinen, terwijl de Amerikanen van Duitse en Ierse afkomst ferm in het kamp van de drinkers zaten. Aan het eind van de Amerikaanse Burgeroorlog in 1865 hadden de ‘wets’ de strijd grotendeels gewonnen. Duits-Amerikaanse brouwers begonnen op industriële schaal bier te brouwen en zetten moderne productie-, transport- en marketingtechnieken in. Dat had succes: aan het eind van de eeuw had bier gedestilleerd verdrongen als belangrijkste drank. Het belangrijkste afzetkanaal vormden de saloons, die overal openden. Het probleem was dat de concurrentie zo hevig was dat de prijzen onder druk kwamen te staan en saloon-uitbaters nauwelijks meer rond konden komen. Om het hoofd boven water te houden begonnen kroegbazen een heel scala aan zondige activiteiten aan te bieden, inclusief gokken en prostitutie. Ze kochten op grote schaal politici en politiemensen om, die een oogje dichtknepen.   Amerikanen drinken begin negentiende eeuw 26,5 liter pure alcohol per jaar     De wantoestanden in de saloons leidden tot een wedergeboorte van de drankbestrijders. Voor hen was de Eerste Wereldoorlog een gouden kans: een verbod op drank zou de oorlogsinspanning ten goede komen. Het hielp dat veel brouwers van Duitse afkomst waren. In 1919 wisten de drankbestrijders het 18de amendement door te drukken en het verbod op alcohol in de grondwet te krijgen. Ze dachten een definitieve overwinning behaald te hebben, want er was nog nooit een amendement teruggedraaid.

    Meer moorden

      Voorstanders van de Drooglegging hadden voorspeld dat consumenten hun geld massaal zouden gaan uitgeven aan nuttige of onschuldige zaken als kleding, huishoudelijke artikelen, kauwgom, bioscoopbezoek en frisdrank. Door de sluiting van kroegen zouden buurten weer opbloeien en huizenprijzen gaan stijgen. Dat viel vies tegen. De Drooglegging veroorzaakte een economische en financiële ramp. Uiteraard gingen duizenden banen verloren in de legale drankindustrie, de horeca en hun toeleveranciers. Minstens zo’n groot probleem was dat de belastinginkomsten uit accijnzen wegvielen. Driekwart van de inkomsten van de staat New York kwam bijvoorbeeld uit drank. De federale overheid verloor in totaal 11 miljard dollar aan inkomsten, terwijl handhaving van het verbod honderden miljoenen kostte.   De verwachting is dat Amerikanen kleding, kauwgom en frisdrank gaan kopen     In hoeverre de alcoholconsumptie echt daalde door het verbod is niet met zekerheid te zeggen: illegale drankhandelaren gaven hun omzet uiteraard niet door aan de belastingdienst en het bureau voor statistiek. Volgens een berekening in het economenvakblad American Economic Review daalde de consumptie direct na het verbod flink, maar toen de illegale drankhandelaren eenmaal op stoom waren gekomen zat het drankgebruik al snel weer op twee derde van het oude peil. Als die berekening klopt zou die dalende consumptie op zichzelf winst voor de volksgezondheid betekend hebben en op het eerste gezicht een aardig succesje voor de drankbestrijders zijn geweest.  

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen