Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos.
Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau – in de Staten-Generaal, in de provinciale Staten en in de steden – het unanimiteitsbeginsel. Alle leden hadden konden een veto uitspreken, waardoor iedere dwarsliggende stad of provincie de besluitvorming volledig kon platleggen.
Omdat iedere bestuurder eerst zijn achterban moest raadplegen, konden er zelfs in oorlogstijd niet snel knopen worden doorgehakt. Dat kon zo niet langer, vond de regent Simon van Slingelandt. Dat de Republiek ondanks deze politieke wanorde überhaupt nog bestond noemde hij ‘een wonderwerk van de goddelijke Voorzienigheid’.
In het najaar van 1716 riep Van Slingelandt vertegenwoordigers van alle gewesten bijeen in Den Haag, waar hij een pleidooi hield voor krachtig centraal leiderschap. Leden van de Staten-Generaal moesten voortaan zonder bemoeienis van het thuisfront hun stem kunnen uitbrengen, en niet voor elk wissewasje weer naar het einde van de wereld af hoeven reizen. Er moest een einde komen aan het vetorecht, en de Raad van State moest rechtsprekende bevoegdheden krijgen om provinciale besturen tot medewerking te dwingen als er een besluit was genomen.
Van Slingelandt was ervan overtuigd dat zijn voorstellen nodig waren om de Republiek te redden. Dat de regenten daar heel anders over dachten, leest u in dit artikel.
