• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 5/2002

    De wortels van Fortuyns gedachtegoed

    There is something rotten in the state of Holland

    Door: Geertje Dekkers en Philip van de Poel
    Hij vergeleek zichzelf met de achttiende-eeuwse patriotten. Zijn tegenstanders noemden hem de Mussert van deze eeuw. Hij vond dat ‘aanzetten tot haat’. Maar in welke politieke traditie hoort Pim Fortuyn thuis? ‘Alles wat er tans ondernomen wordt ter redding van ons waarlyk byna onherstelbaar verloren vaderland is vergeefsch, zo Gylieden, O Volk van Nederland, langer werklooze aanschouwers blijft.’ Het is 1781 als een onbetekenende edelman zich met een vurige oproep richt tot de natie. ‘Aan het volk van Nederland,’ luidt de aanhef. Wat volgt is een lange litanie over de puinhopen van het stadhouderlijk bestuur. Hoewel de auteur bijna een eeuw anoniem bleef, ontpopte Joan Derk van der Capellen tot den Pol zich met zijn schotschrift tot boegbeeld van de patriottenbeweging.

    Grote woorden als die van Van der Capellen zijn zeldzaam in de Nederlandse politieke traditie. Slechts sporadisch wordt er een steen gegooid in de doorgaans zo rimpelloze vijver van het politieke bestel. Maar wanneer ongenoegen en volkswoede aanzwellen tot een heuse beweging, is het ook gelijk goed raak. Dan wordt met veel aplomb de gehele status quo verketterd.

    In de aanklacht klinkt steevast oer-Hollands calvinisme door: het failliet van de gevestigde macht is naast een praktisch toch vooral een moreel failliet. Het gevoel van algehele malaise wordt daarnaast gekleurd door nostalgisch nationalistische sentimenten. Tot de vaste bestanddelen behoort ook een rechtstreeks appèl aan het nationaal gevoel. En de oproep gaat gepaard met een zelfbeeld dat de eigen beweging een prangende historische urgentie toedicht.

    In de Nederlandse geschiedenis zijn drie momenten aan te wijzen waarop onvrede van bovenstaande signatuur manifest werd: de laatste decennia van de achttiende eeuw met zijn patriottenbeweging, de jaren dertig van de vorige eeuw toen de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) voet aan de grond kreeg en, zeer recent, de opkomst van Pim Fortuyn.

    De heftige sentimenten rond de moord op Fortuyn maken een vergelijkende historische beschouwing van zijn gedachtegoed tot een heikele zaak. Daarnaast laat het hybride samenraapsel van ideeën dat uit Fortuyns geschriften naar voren komt zich niet makkelijk eenduidig typeren. Maar juist vanwege zijn raadselachtige karakter schreeuwt het fortunisme om duiding.
     

    Moreel herstel

    Voor Pim Fortuyn lag het simpel. Bij alle kwaliteiten die hij zichzelf toedichtte, achtte hij die van kampioen van de moderniteit de belangrijkste. Politiek gezien vindt die moderniteit haar wortels in de Patriottenbeweging, stelt Wijnand Mijnhardt, hoogleraar culturele geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. ‘De patriottenbeweging is het begin van het moderne, burgerlijk democratische systeem.

    Bij dat systeem horen een burgerschapsideaal en een vorm van politieke mobilisering. Een onderdeel daarvan zijn debatten over het doel van de politieke samenleving. De rechten van de mens zijn in deze tijd geformuleerd. En daarmee de basis voor ideeën over de manier waarop die rechten voor een ieder gerealiseerd zouden moeten worden. Die vormen de essentie van het politieke debat en de tegenstelling tussen links en rechts.’
     

    Fortuyn presenteert de ideeën de trias politica en vrije meningsuiting alsof ze gisteren zijn bedacht

    In Fortuyns optiek hoort de kern van het politieke debat om de kwestie van de moderniteit te draaien. In zijn negenpuntenplan voor de moderniteit – zelf spreekt hij van een ‘spoorboekje’ – vat hij die in brede pennenstreken samen: scheiding tussen kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, markteconomie, parlementaire democratie, scheiding der machten, en gelijkwaardigheid voor mannen en vrouwen. De opsomming doet bij tijd en wijle aandoenlijk archaïsch aan. Al leefden de Montesquieu en Voltaire meer dan twee eeuwen geleden, Fortuyn presenteert hun ideeën over de trias politica en vrije meningsuiting alsof ze gisteren zijn bedacht.

    Om zijn opzichtig beleden liefde voor de Verlichting nog eens te onderstrepen, schrijft Fortuyn in 1992 het boek Aan het volk van Nederland. Niet alleen in de titel tracht hij zich te presenteren als een moderne patriot, hij kopieert zelfs Van der Capellens onheilspellende toon: ‘Het wordt tijd dat het volk van Nederland het heft in eigen handen neemt. Wachten op de politiek lijkt helaas zinloos.’

    Hoewel de achttiende-eeuwse patriotten uitdrukking menen te geven aan het internationale verlichtingsdenken, kent de beweging een sterke onderstroom van conservatief, nationalistisch moralisme, stelt Niek van Sas, hoogleraar nieuwste geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het ideaal van de Gouden Eeuw speelt een grote rol in het nationale hersteldenken in de tweede helft van de achttiende eeuw.
     

    Dat "revivalisme" gaat ervan uit dat het verval bestreden kan worden door weer terug te keren op het juiste pad van de zeventiende eeuw

    Dat “revivalisme” gaat ervan uit dat het verval bestreden kan worden door weer terug te keren op het juiste pad van de zeventiende eeuw. De Verlichting moet de weg wijzen naar die terugkeer. Het is een parool van moreel herstel en morele herbewapening.’

    Grote sta in de weg bij dit herstel zijn in de ogen van de patriotten het Huis van Oranje en de rond de stadhouders verzamelde regenten. ‘Waarschijnlijk is de Republiek nog steeds het rijkste land ter wereld maar de rijkdom is geconcentreerd in enkele handen,’ zegt Maarten Prak, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

    ‘In de ogen van de patriotten heeft het stadhouderlijk hof een veel te sterke greep op het land gekregen. De vrijheid van de Republiek wordt geknecht door allerhande patronagesystemen. Als dat juk wordt afgeworpen, zal alles beter worden.’ De overeenkomsten met de gedachten van Pim Fortuyn zijn evident.
     

    Slappe hap

    Vergelijkbare geluiden over moreel verval, vergane glorie en kliekjesgeest doen in de jaren dertig opgeld bij de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Volgens oprichter Anton Mussert kan de toestand van Nederland het best worden samengevat met een citaat van Shakespeare: ‘There ‘s something rotten in the state of Denmark.’

    De verrotting van de Nederlandse samenleving uit zich naar Musserts idee in ‘een geest van toenemende futloosheid, onmacht, onwil, onverschilligheid, ongeloof, verdeeldheid, schotjesgeest, krakeelzucht’. De NSB stelt zich ten doel hier een einde aan te maken door ‘een grondslag samen te stellen van wilskracht, fierheid, plichtsgevoel, geloof in eigen kracht en bestaansrecht, nationale zin, solidariteitsgevoel.’

    Ook in Fortuyns denken speelt herstel van de ‘nationale zin’ een grote rol, zo blijkt uit de tirade die hij afsteekt over ‘plagen’ als ‘slecht onderwijs, cultuurrelativisme, doorgeschoten hedonisme en individualisme en een gebrek aan nationale identiteit. Ze hollen de gemeenschapszin uit, ondergraven de nationale solidariteit en tasten de identiteit en de ontwikkeling daarvan van een volk aan.’
     

    In Fortuyns denken speelt herstel van de 'nationale zin' een grote rol

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen