Home De vooruitgang: Massaal Nederlands verzet tegen Napoleon

De vooruitgang: Massaal Nederlands verzet tegen Napoleon

  • Gepubliceerd op: 18 september 2000
  • Laatste update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Ingrid van der Vlis

Er zijn proefschriften, lezingen of artikelen die ons beeld van het verleden ingrijpend veranderen. Deze keer het proefschrift van Johan Joor, die bestrijdt dat de Nederlanders zich gelaten neerlegden bij de Napoleontische overheersing.


‘We gingen er altijd van uit dat Nederland tijdens de Napoleontische bezetting een rustige en zelfs saaie tijd doormaakte. Maar het blijkt een zeer boeiende en dynamische periode te zijn.’ Aan het woord is Johan Joor, die onlangs promoveerde op De adelaar en het lam, een dik boekwerk over verschillende vormen van verzet in de jaren 1806 tot en met 1813. Zijn degelijke proefschrift biedt een nieuwe kijk op de Nederlandse onderdanen die in de geschiedschrijving over deze periode bekend stonden als ‘makke lammeren’.
        ‘Na mijn afstuderen deed ik onderzoek naar plannen van Lodewijk Napoleon om weeskinderen in te zetten in het leger. Onder keizer Napoleon werd hier ook werkelijk mee begonnen. De rekrutering van die weesjongens bleek regelmatig tot onrust en soms tot echte oproeren te leiden. Bij het zoeken naar meer informatie hierover stuitte ik op een “secreet verbaal” van de landdrost van Amstelland, waarin alle ordeverstoringen waren bijgehouden.’
        ‘Volgems het heersende geschiedbeeld was deze periode er een van rust en berusting. De Nederlandse bevolking had zich gelaten bij de Napoleontische overheersing neergelegd en kwam pas in 1813 onder Van Hogendorp in opstand. Maar uit mijn archiefvondsten bleek dat er wel degelijk sprake was van verzet. De gegevens klopten niet met elkaar en gaven voldoende aanleiding om systematisch onderzoek te doen naar onrust, opruiing en onwilligheid in deze periode.’
        ‘Dit archiefonderzoek leverde een overweldigende hoeveelheid materiaal op: duizenden berichten over opstandigheid, variërend van massale onlusten tot individuele onwilligheid. De verslagen gaven een goed beeld van de reacties van “het volk van de straat” op het regime. De onvrede had directe oorzaken, de dienstplicht bijvoorbeeld. Maar je kunt het protest in grote lijnen ook zien als een conflict tussen traditie en moderniteit. De centralisering van het bestuur en het vormen van een eenheidsstaat waren al eerder in gang gezet, maar kregen pas duidelijk vorm onder de Napoleontische regimes. Het sterke ingrijpen van de overheid in het persoonlijk leven riep weerstand op. Er was zo vaak sprake van onrust dat de overheid een repressief apparaat opzette van censuur, politie en strenge straffen. De Nederlanders stonden zelfs bekend als een oproerig volk. Napoleon liet zijn bezoek in 1811 vergezeld gaan van strenge veiligheidsmaatregelen en had dit een jaar eerder zelfs uitgesteld, volgens de geruchten uit angst voor aanslagen. Al deze bevindingen leidden uiteindelijk tot de conclusie dat het bestaande geschiedbeeld totaal niet klopte.’
        ‘De weinige monografieën over deze fase in de geschiedenis baseren zich voornamelijk op H.T. Colenbranders tiendelige Gedenkstukken (1905-1922), een monumentale bronnenstudie. Colenbrander was een bekwaam historicus, maar hij was selectief in zijn archiefkeuze. Hij heeft een aantal belangrijke archieven gemist, waaronder dat van Lodewijks minister van Justitie en Politie in het Algemeen Rijksarchief. Dat archief is überhaupt nauwelijks geraadpleegd; ik moest veel archiefstukken open laten snijden omdat ze nog waren verzegeld.’
        ‘Ook concentreerde Colenbrander zich vooral op de elite, waardoor hij acties van “het volk” niet serieus onderzocht. De oproeren vonden weerklank bij grote lagen van de bevolking en verliepen bijna altijd gedisciplineerd en doelgericht. Het protest was echter onmiskenbaar traditioneel van aard: er deden veel vrouwen aan mee en het vond plaats op traditionele riot days: vrije dagen. Het volk liep dan te hoop en trok in optocht naar het stadhuis om zijn wensen kenbaar te maken. Deze opstandjes werden door Colenbrander over het hoofd gezien of gebagatelliseerd. Hij zocht immers oproerlingen die een “moderne” nationale eenheidsstaat onder de Oranjes wensten. Die mensen vond hij niet, omdat het protesterende volk niet in dergelijke termen dacht.’
        ‘Daarom richtte Colenbrander zich geheel op november 1813 toen Van Hogendorp ten tonele verscheen. Dat paste perfect in zijn beeld: een man uit de elite, die een Algemeen Bestuur onder de prins van Oranje uitriep en daarmee voor hét heroïsche moment zorgde. Colenbrander schreef naar deze gebeurtenis toe. De protesten vóór die tijd heeft hij door zijn archief- en bronnenkeuze gemist of genegeerd, omdat ze voor hem minder relevant waren.’

DE ADELAAR EN HET LAM. ONRUST, OPRUIING EN ONWILLIGHEID IN NEDERLAND TEN TIJDE VAN HET KONINKRIJK HOLLAND EN DE INLIJVING BIJ HET FRANSE KEIZERRIJK (1806-1813) door Johan Joor. 864 p. De Bataafsche Leeuw, ƒ 75,-.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.