Home DE GROENE VAN 1877. GESCHIEDENIS VAN EEN DWARS WEEKBLAD

DE GROENE VAN 1877. GESCHIEDENIS VAN EEN DWARS WEEKBLAD

Henri Beunders

Gepubliceerd op: 19 maart 2003

Update 7 april 2020

Een boek schrijven over een weekblad is monnikenwerk. Om te kunnen vaststellen of een blad altijd ‘dwars’ is geweest, moet je eigenlijk alle andere periodieken ook bestuderen. Dat dit onbegonnen werk is ligt voor de hand. Rob Hartmans heeft er al vier jaar aan besteed om de 125 jaar te bestuderen dat De Groene Amsterdammer bestaat, en uit tijdgebrek heeft hij wel de hele geschiedenis ervan beschreven, maar ‘slechts’ alle nummers sinds 1918 systematisch gelezen.

Maar wat een schitterende studie is het geworden. Niet alleen omdat Hartmans erin is geslaagd een meeslepend boek te schrijven, terwijl De Groene in sommige tijden uitblonk in artikelen waarvan de lengte omgekeerd evenredig was aan de leesbaarheid en begrijpelijkheid. Ook niet zozeer omdat Hartmans er helemaal in slaagde de invloed van De Groene op de publieke opinie of het publiek aan te geven, al heeft hij ook veel secundaire literatuur bestudeerd om deze invloed te achterhalen. We lezen weliswaar menigmaal uitvoerig hoezeer anderen zich ergerden aan De Groene, maar dat bewijst nog geen invloed.
Nee, het schitterende is dat Hartmans via De Groene de geschiedenis schrijft van een groep Nederlanders die, welke ideeën men ook aanhangt, zichzelf altijd als kritischer, intellectueler en verhevener beschouwde dan de rest van het weldenkend deel der natie. Om van de massa van het volk maar te zwijgen, want daarvan moest men 125 jaar lang niets hebben - hooguit in theoretische zin. Het merkwaardigste van deze groep Groene-lezers - en ook Hartmans kan dat niet verklaren - is dat die vanaf 1877 nagenoeg constant bleef: tussen de tien- en twintigduizend, hoewel de bevolking verdrievoudigd is en het opleidingsniveau enorm is gestegen.
Het weekblad heeft bijna altijd aan de rand van de afgrond gebivakkeerd - volgens Hartmans ‘de natuurlijke leefomgeving van De Groene’. Maar het antwoord op de vraag of er een dunne lijn door al die jaren loopt laat de auteur aan de lezer over. Een continue ideologische lijn zit er namelijk niet in. De eerste zestig jaar is het blad van links- tot rechts-liberaal, van radicaal anticonservatief en antiklerikaal tot steunpilaar van Colijns ‘aanpassingspolitiek’. In de periode 1935-1985 is De Groene links in de huidige zin, van socialistisch tot crypto-communistisch. Pas daarna, onder hoofdredacteur Martin van Amerongen, wordt het blad een frivool, anarcho-liberaal blad, waarin ook voor cultuur weer plaats is.

Slecht geweten
Als er continuïteit bestaat, is het die van de altijd even groot blijvende groep lezers die elke week graag het ‘huiswerk’ maakt dat het lezen van De Groene volgens die schaarse lezersonderzoeken meestal betekende. Een dunne lijn kan men ook het commentaar van een criticus uit de jaren vijftig noemen, die vond dat De Groene meestentijds inspeelde op de kritische zin en het slechte geweten.
Bij al die kritische zin is het des te opvallender hoe gemakkelijk men zich altijd neerlegde bij het feit dat het blad in zijn eerste eeuw altijd een speeltje is geweest van puissant rijke eigenaars, zeker toen de schimmige advocaat, zakenman en fellow traveller Dijkstra van 1935 tot 1970 eigenaar was. Na de dood van deze vaderfiguur werd vijftien jaar lang geen hoofdredacteur meer geduld, maar vond men het vrij normaal dat het blad vaak overeind gehouden moest worden door Vadertje Staat, met subsidies van het Bedrijfsfonds voor de Pers.
Maar of De Groene nu een liberaal of vrijzinnig-democratisch ‘professorenblad’ was of het ‘studentenblad’ dat het tegenwoordig is, er waren altijd genoeg schrijvers over cultuur, filosofie en vooral wereldpolitiek die graag een podium hadden voor hun intellectuele beschouwingen. En altijd waren er die tien- tot twintigduizend mensen die naast hun krant dit weekblad wilden lezen met die lange ‘beschaafde’ beschouwingen die de afgelopen halve eeuw als gemeenschappelijk kenmerk een ver doorgevoerde Gesinnungsethik hadden. Niks realiteit of pragmatisme, maar idealen en toekomstvisie.

Henri Beunders is hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Nieuwste berichten

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad
Artikel

Het Russische parlement heeft nooit veel te vertellen gehad

De Russen gaan van 18 tot en met 20 september naar de stembus om de 450 leden van het parlement – de Staatsdoema – te kiezen. Dat deze verkiezingen geen ‘feest van de democratie’ zijn, past in de politieke geschiedenis van Rusland. Een echte parlementaire cultuur kon daar nooit opbloeien 4 oktober 1993. Tanks die...

Lees meer
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten
Artikel

Verkiezingsfraude kwam regelmatig voor in de Verenigde Staten

Zogenaamd om stemfraude bij de komende congresverkiezingen in Amerika te voorkomen, pleit Donald Trump voor landelijke regels die voor alle staten moeten gelden. Hij is er wat laat mee, want de echte wanpraktijken bij Amerikaanse verkiezingen dateren vooral van de negentiende eeuw en de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit artikel krijg je van...

Lees meer
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Keeper Farzaneh Tavasoli van het Iraanse zaalvoetbalteam in 2025.
Artikel

Iraanse sporters dagen de macht uit

In Iran vormen sport, protest en politiek al eeuwenlang een nauw verweven, maar ook conflictueuze drie-eenheid. Nu zijn het vaak vrouwelijke voetballers die van zich laten horen. Ooit waren het worstelaars, vertelt politicoloog Caroline Azad. Gholamreza Takhti is een legende in Iran. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd deze worstelaar – ‘met...

Lees meer
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Een kamp van Artsen zonder Grenzen in Tsjaad.
Artikel

Artsen zonder Grenzen: onafhankelijk, maar nooit apolitiek

Een groep artsen die vond dat het Rode Kruis niet genoeg deed tegen mensenrechtenschendingen in Biafra, stichtte in 1971 de medische hulporganisatie Artsen zonder Grenzen. De initiatiefnemers wilden volledig apolitiek opereren, maar dat bleek in de praktijk vrijwel onmogelijk. Médecins Sans Frontières (MSF), de moederorganisatie van Artsen zonder Grenzen, is een medische internationale hulporganisatie. Momenteel biedt MSF hulp in Nepal na een dodelijke overstroming en is de organisatie werkzaam in Oekraïne en Gaza, waar ze...

Lees meer
Loginmenu afsluiten