• Inloggen
  • Shop
  • Winkelmand
  • Log in

    Wachtwoord vergeten?

    Account aanmaken
    Historisch Nieuwsblad 3/2002

    De economische crisis: Het grote raadsel van het kapitalisme

    Door: Geertje Dekkers en Bas Kromhout

    Economische crises zijn onvermijdelijk. Maar de ene crisis is de andere niet. Werden vroeger hele landstreken geteisterd door werkloosheid en armoede, tegenwoordig lijkt economische achteruitgang in Nederland niet meer dan een onopvallend dipje in ons nog altijd riante uitgavenpatroon. Zelfs in de jaren dertig ging het zo slecht nog niet.

    Nederland is in crisisstemming. Na jaren van voorspoed, waarin we ons waanden in een nieuwe Gouden Eeuw, lijkt het verval dan toch ingetreden. Terecht of niet, volgens velen staat een volgende crisis voor de deur.
            Historisch gezien is economische achteruitgang na een periode van hoogconjunctuur onvermijdelijk. Al eeuwenlang vertoont de markteconomie een golfbeweging. `Die golfbeweging noem ik het grote raadsel van het kapitalisme. Alles verandert, maar de golfbeweging blijft er min of meer hetzelfde uitzien,' zegt Jan Luiten van Zanden, senior onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar economische en sociale geschiedenis in Utrecht. `En daar is eigenlijk geen verklaring voor.'
            Een crisis is in correct economische taal niet meer dan een omslagpunt in deze golfbeweging, en is dus per definitie van korte duur. Als de omslag betekent dat een economie in het slop raakt, spreken we van een recessie of een depressie. Er is sprake van een recessie bij twee achtereenvolgende kwartalen van negatieve groei; een depressie duurt minstens een jaar. Om individuele crises te verklaren, wijzen historici vaak op specifieke gebeurtenissen: een oorlog, een beurskrach. `Maar die zeggen niets over de essentie van de golfbeweging. Nu zegt iedereen dat het slecht gaat met de economie vanwege ``11 september''. Maar vóór de aanslagen in Amerika vertoonden delen van de westerse economie ook al een terugval.'

    Zwarte dood
    Volgens Ad van der Woude, emeritus-hoogleraar agrarische geschiedenis in Wageningen en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Demografie, gaan lange economische bloeiperioden en perioden van neergang gelijk op met de ontwikkeling van de bevolking. Bevolkingsgroei betekent economische groei; bij een afname treedt achteruitgang op. Epidemieën als de zwarte dood, die in vroeger tijden soms grote delen van de Europese bevolking wegsloegen, zijn desastreus voor de economie. Afzetmarkten krimpen, prijzen zakken, grote delen van de bevolking verpauperen en landbouwgronden worden weer prijsgegeven aan de natuur.
            Onderzoek naar economische golfbewegingen concentreert zich doorgaans op de twintigste, en soms nog op de negentiende eeuw. Van de eeuwen daarvoor zouden te weinig gegevens voorhanden zijn om harde uitspraken te doen. Van Zanden waagt toch een poging. Hij vergelijkt economische cijfers uit de negentiende en twintigste eeuw met data die teruggaan tot 1500. `Een belangrijke bron voor dat onderzoek zijn belastinggegevens,' zegt Van Zanden. `Gelukkig hief de Nederlandse Republiek, vooral het gewest Holland, belasting op bijna alles wat je kunt bedenken. Daarnaast zijn er goede studies gedaan naar lonen en prijzen. En van bepaalde sectoren, bijvoorbeeld de textielnijverheid in Leiden, is de omvang van de productie bekend.
            Al die gegevens ben ik bij elkaar aan het zetten. In grote lijnen kan ik zo in kaart brengen wat er eeuwen geleden op economisch gebied in Nederland gebeurd is. Het is spannend om te zien of er in de vroeg-moderne tijd conjunctuurbewegingen waren vergelijkbaar met die van nu. Of we daar helemaal achter komen weet ik niet, want in de belastinggegevens zit enige vertraging; belastingen werden namelijk verpacht op basis van schattingen voor de toekomst. Maar in de Leidse textielindustrie zie je een golfbeweging die veel lijkt op de huidige. Misschien gaan conjunctuurgolven wel terug tot de zestiende eeuw.'
            Het is wel zo dat het handelskapitalisme in de vroeg-moderne tijd meer buffers had dan tegenwoordig, omdat het voor een deel parasiteerde op de oudere economie. Van Zanden: `Het maakte gebruik van arbeidskrachten die ook op traditionele wijze – niet voor de markt, maar voor hun eigen onderhoud – produceerden. Bovendien werkten in Holland arbeiders uit bijvoorbeeld Duitsland. In tijden van neergang werden er minder arbeidskrachten aangetrokken, waardoor er geen grote werkloosheid ontstond, zoals in de twintigste eeuw. Ik ben er daarom van overtuigd dat we voor de vroeg-moderne tijd andere regelmatigheden zullen tegenkomen. Waar de verschillen ophouden en waar de parallellen beginnen, dat zal interessant zijn.'

    Wilt u meer geschiedenisverhalen lezen?

    Ontdek de duizenden verhalen die we voor onze abonnees beschikbaar stellen, lees de nieuwste artikelen uit Historisch Nieuwsblad en ontvang iedere week leestips van de redactie in uw mailbox. Met Historisch Nieuwsblad Online krijgt u altijd de juiste historische context om het nieuws van nu te begrijpen.
    Registreer nu en lees de eerste maand voor slechts 1 euro!

    Al abonnee? Log dan in en lees direct alle geschiedenisverhalen online. Heeft u nog geen account of is uw emailadres niet bij ons geregistreerd? Lees dan hier hoe u verder kunt lezen.

    Word lidInloggen