Hoewel ze weinig gemeen hadden met hun Italiaanse naamgenoten, werden ze doorgaans aangeduid als ‘futuristen’, en introduceerden zij geheel nieuwe uitingsvormen, zoals de performance, conceptuele kunst, abstracte schilderijen en installaties. Beeldend kunstenaars als Malevitsj, Tatlin, Kandinsky, Rodsjenko en Lissitsky, dichters als Majakovski, Charms en Chlebnikov, en een theatermaker als Meyerhold zetten de artistieke wereld op haar kop en trokken de aandacht met ultraradicale uitspraken en provocaties. Volgens Malevitsj was de oude kunst van nul en generlei waarde en kon die het best verbrand worden.
Vóór de Russische Revolutie waren zij randfiguren geweest, die door het culturele establishment met de nek werden aangekeken. Binnen enkele maanden na de communistische machtsovername, in oktober 1917, werd een flink aantal van hen echter benoemd als belangrijke bestuurders in de culturele sector. Malevitsj werd bijvoorbeeld belast met het beheer van de kunstschatten die in het Kremlin werden bewaard en Tatlin ging een rol spelen in de afdeling Kunsten van het nieuwe Volkscommissariaat voor Verlichting. Zijn bekendste werk is nog altijd het nimmer uitgevoerde ontwerp voor een gigantisch monument ter ere van de Derde Internationale.
Zo ontstond de mythe dat de Russische communisten aanvankelijk ook in cultureel opzicht heel vooruitstrevend waren geweest, en dat al die avant-gardistische kunstenaars pas in de problemen kwamen na de machtsovername door Stalin. In zijn nieuwe boek laat Sjeng Schijen zien dat dit inderdaad een mythe was. De communistische leiders beschikten doorgaans over een conventionele culturele smaak en hadden zich het liefst tot het artistieke establishment gewend, maar de leden daarvan weigerden merendeels of vluchtten het land uit. Veel avant-gardisten lieten zich aanvankelijk maar al te gewillig voor het karretje van de communisten spannen. Om er al spoedig achter te komen dat als er ergens geen artistieke vrijheid bestond, dat onder het communisme was. Ze werden gemarginaliseerd en velen van hen werden later gearresteerd en zelfs vermoord.
Rob Hartmans is historicus, journalist en vertaler.
De avant-gardisten. De Russische Revolutie in de kunst, 1917-1935
Sjeng Schijen
587 p. Prometheus, € 37,50
De avant-gardisten – Sjeng Schijen
‘Wij staan diametraal tegenover de hele oude wereld. Wij zijn niet gekomen om haar te vernieuwen, maar om haar te vernietigen.’ Hoewel deze uitspraak begin 1919 werd gedaan door een Rus, was hier niet een fanatieke communist aan het woord, maar een vertegenwoordiger van de artistieke avant-garde. Binnen de revolutie die zich begin twintigste eeuw in de kunsten voltrok, speelden tal van Russische kunstenaars en schrijvers een grote rol.
Dit artikel is gepubliceerd in Historisch Nieuwsblad 6 - 2019
Nieuwste berichten
Hoe konden de pokken uit een Engels lab ontsnappen?
Een lek in een laboratorium veroorzaakte in 1983 een MKZ-uitbraak, blijkt uit onderzoek van de Volkskrant. Vijf jaar eerder ontsnapte er een veel dodelijker virus uit een lab. De WHO stond op het punt om de pokken uitgeroeid te verklaren, toen de ziekte plotseling opdook in de Engelse stad Birmingham. Het kostte de wereld 300...
Rechtse populisten jutten het Tsjechische publiek op tegen Sudeten-Duitsers
Sudeten-Duitsers hielden op 24 en 25 mei hun jaarlijkse festival in Tsjechië. De rechts-populistische premier Andrej Babiš noemde hun aanwezigheid een ‘provocatie’. Maar een jonge generatie Tsjechen is klaar voor verzoening met de Duitstaligen die na de Tweede Wereldoorlog met bruut geweld werden verdreven. Meeting Brno, een Tsjechisch burgerinitiatief in de tweede stad van het...
Thuisonderwijs was ooit een statussymbool
De regels rond thuisonderwijs worden strenger: ‘levensbeschouwelijke bezwaren’ zijn geen geldige reden meer om kinderen van school te houden. Het verbod op thuisonderwijs stamt uit 1969, maar volgens hoogleraar Johannes Westberg was het op dat moment een marginaal verschijnsel. ‘De negentiende-eeuwse gouvernante was al zo goed als uitgestorven.’ Hoe zag thuisonderwijs eruit in de negentiende...
Graffitikunst met kabouters was effectief protestmiddel in communistisch Polen
Als de democratie onder druk staat, is humor een tegenwicht. Dat begreep de Poolse protestbeweging Oranje Alternatief in de jaren tachtig maar al te goed. Met graffitikunst en ludieke straatacties bracht ze de communistische eenpartijstaat in verlegenheid. Protesteren tegen de communistische dictatuur in Polen was levensgevaarlijk. In 1981 kondigde generaal Wojciech Jaruzelski de staat van...
