Home Chroniqueur van het kwaad

Chroniqueur van het kwaad

  • Gepubliceerd op: 15 december 2010
  • Laatste update 25 mei 2023
  • Auteur:
    Willem Melching
  • 13 minuten leestijd

De dagboeken van Joseph Goebbels vormen een unieke bron over het Derde Rijk. Hitlers minister van Propaganda beschrijft daarin het reilen en zeilen van de nazitop. Uit Goebbels’ aantekeningen blijkt hoezeer de nazileiders elkaar wantrouwden en tegen beter weten in doorvochten. Dit voorjaar verschijnt een Nederlandse editie van de dagboeken.

Van oktober 1923 tot en met 10 april 1945 noteerde Joseph Goebbels alles wat hij meemaakte. Hij beschreef zijn politieke belevenissen, zijn mediabeleid, de stemming onder de bevolking en zijn gesprekken met Hitler, maar ook zijn ontmoetingen met kunstenaars en talloze vrouwen. De dagboeken laten zien hoe chaotisch de nazi’s vanaf het eerste begin het land bestuurden. Ze voelden zich niet alleen bedreigd door elkaar, maar ook door de traditionele elites. De nazitop haatte de adel en hoge bureaucratie. Zo had Goebbels een enorme hekel aan prins Bernhard en noteerde met malicieus plezier de laatste roddels: ‘De Hollandse prins-gemaal maakt nu al zijsprongen. Voor hem is er nu nog maar één redding: dat zijn vrouw een zoon krijgt’(9 december 1937).

Goebbels beschreef hoe Hitler aanvankelijk probeerde de macht van de kerken te breken. Het gezag van de katholieke kerk werd met processen tegen pedofiele priesters ondermijnd. Met grimmig genoegen noteerde Goebbels alle details die over deze ‘pederastenbende’ aan het licht kwamen: ‘Groot ontuchtproces tegen katholieke priesters. […] De Führer is ervan overtuigd dat dit karakteristiek is voor de gehele katholieke kerk’ (29 mei 1936).

Overigens moesten beide heren al snel inbinden, aangezien de steun van de kerken onontbeerlijk was, zeker na het uitbreken van de oorlog. Gelukkig verklaarden kardinaal Faulhaber en zijn collega’s zich in 1941 solidair met de strijd tegen het goddeloze bolsjewisme.

Als Hitlers spindoctor hield Goebbels nauwgezet de pers en de stemming onder de bevolking in de gaten. De kracht van zijn propaganda lag niet zozeer in censuur en onderdrukking als wel in subtiele manipulatie van de opinie. Propaganda moest volgens Goebbels zo dicht mogelijk bij de waarheid liggen.

Anders dan Hitler was Goebbels van mening dat de politieke boodschap in films op subtiele wijze moest worden overgebracht. Zo vond hij de films van Riefenstahl artistiek geslaagd, maar politiek weinig effectief. Hijzelf zag meer in films als Jud Süß. De antisemitische boodschap was daarin subtiel verpakt in een kostuumdrama met een sterke plot en grandioos spel van sterren als Heinrich George en Kristina Söderbaum. Tevreden schreef hij na de première van 24 september 1940: ‘De film is een enorm succes. De zaal staat op zijn kop. Precies zoals ik het me had voorgesteld.’ In de jaren daarna zouden meer dan 20 miljoen mensen de film te zien krijgen.

Tot diep in de nacht, vaak in het gezelschap van Hitler, keek Goebbels naar films. Zijn favoriete acteurs waren onder meer Hans Albers, Zarah Leander en Mickey Mouse. Typerend is zijn geschenk aan Hitler in 1937: ‘Ik geef de Führer 32 topfilms van de afgelopen vier jaar en 12 Mickey Mouse-films en een kunstboek cadeau voor Kerstmis. Hij is er erg blij mee.’

Uit de dagboeken blijkt zonneklaar dat Hitler vanaf het allereerste moment uit was op oorlog. Zo legde Goebbels op 23 februari 1937 vast: ‘Het doel is het voortleven van het volk. Al het andere is middel. Hij [Hitler] verwacht binnen 5 tot 6 jaar een grote wereldstrijd. Over vijftien jaar heeft hij zelfs de Vrede van Westfalen ongedaan gemaakt. Hij ontwikkelt grandioze visioenen voor de toekomst. Duitsland zal in de komende oorlog overwinnen of ten onder gaan.’ Het einddoel was duidelijk: een verenigd Europa onder Duitse leiding.

Hitlers strategie was simpel. Hij wilde revisie van de vernederende Vrede van Versailles uit 1919, herbewapening, een verdrag met Groot-Brittannië en dan een aanval op het oosten om grondstoffen, voedsel, olie en Lebensraum te veroveren. Daarna zou de wereld verdeeld worden tussen Duitsland, Groot-Brittannië en Japan. De Verenigde Staten kwamen in dit potje Stratego voor gevorderden slechts marginaal voor.

Duitsland had echter een schreeuwend tekort aan wapens, grondstoffen en olie. In september 1935 – de herbewapening was nog maar nauwelijks op gang gekomen – noteerde Goebbels: ‘Schacht spreekt de Gauleiter [de regionale partijleiders van de nazipartij] toe. […] Beeld van de economische toestand tamelijk triest. Streng vertrouwelijk: jaarlijks ongeveer 5 miljard voor bewapening. Hopeloze deviezen- en grondstoffensituatie. Hier moeten we heel voorzichtig opereren, anders stort de hele boel in. Geen uitspattingen!’ (19 september 1935)

Hitler wilde bewapenen om het buitenland te intimideren; tegelijk wilde hij een welvaartsstaat om het volk tevreden te houden. Maar de rekensom was onontkoombaar: het produceren van Volkswagens ging niet samen met het produceren van tanks en vliegtuigen. Tot grote woede van Goebbels en Hitler waarschuwde de briljante econoom Hjalmar Schacht al in een vroeg stadium dat de Duitse economie deze last niet kon dragen. Hitlers reactie was typerend: hij ontsloeg Schacht in 1937 als minister van Economische Zaken en in 1939 als president van de Reichsbank. Dat hielp niet echt, want ook andere experts waarschuwden de nazi’s voor het bankroet: ‘Begroting en de financiële toestand van het Reich […] nog erger dan ik al dacht. Maar aan schulden is een volk nog nooit ten onder gegaan. Wel aan een tekort aan wapens’ (14 januari 1938).

Hitler was de centrale figuur in de bureaucratische chaos. In geval van competentiegeschillen moest híj de beslissing nemen. Goebbels leefde daarom in voortdurende angst in ongenade te vallen. Elk humeurtje en elk complimentje van de Führer werden nauwkeurig genoteerd.

Tot groot ongenoegen van Goebbels vertoefde Hitler na het uitbreken van de oorlog hoofdzakelijk in zijn hoofdkwartier de Wolfsschanze bij Rastenburg in Oost-Pruisen. Hij wilde dat Hitler het volk toesprak. Maar Hitler ging de confrontatie met de bevolking angstvallig uit de weg. Zelfs in het crisisjaar 1943 hield hij slechts een handjevol redevoeringen. Dolblij noteerde Goebbels in zijn dagboek dat hij een toespraak van Hitler op bandrecorder had laten opnemen om hem vervolgens via de radio uit te zenden.

Goebbels nam Hitlers rol van centrale spreker over. Legendarisch is zijn redevoering op 18 februari 1943 waarin hij de totaler Krieg aankondigde. ‘Totale oorlog’ betekende een spartaanse levenswijze voor het Duitse volk om de economie volledig vrij te maken voor de oorlogsproductie. Uiteindelijk bleek het een loze kreet, want de Duitse oorlogseconomie draaide weliswaar op volle toeren, maar kon de onvoorstelbare productiecapaciteit van de Sovjets en de Amerikanen allang niet meer bijbenen. De nederlaag was een kwestie van tijd.

In de loop der jaren radicaliseerde Goebbels’ antisemitisme, ongetwijfeld ook om opportunistische redenen. Wie vertrouwelijk met Hitler wilde omgaan, moest wel antisemiet zijn.
Aangezien Goebbels ook Gauleiter van Berlijn was, voelde hij een speciale verantwoordelijkheid voor het Judenrein maken van de hoofdstad. Samen met zijn commissaris van politie Helldorf maakte hij de Berlijnse Joden het leven zo zuur mogelijk. In april 1938 had hij een gesprek met Hitler over dit thema: ‘Joden krijgen een eigen zwembad, en een paar bioscopen en cafés toegewezen. Overal elders toegang verboden. We zullen Berlijn zijn karakter van Jodenparadijs ontnemen. Joodse winkels als zodanig markeren. We zullen nu radicaler optreden. De Führer wil ze uiteindelijk allemaal afvoeren. […] Madagaskar zou voor hen zeer geschikt zijn.’

Blijkbaar gingen antisemitisme en Bildungsbürgertum heel goed samen, want in dezelfde notitie gaat Goebbels prat op de culturele superioriteit van het Duitse volk: ‘Furtwängler dirigeert de Wiener Philharmoniker. […] Reusachtig en majestueus de Zevende van Bruckner. Wat een genie, waarin zich het onsterfelijke Duitse volkskarakter openbaart. […] Wat zijn wij Duitsers toch rijk! Nog lang met de Führer gekletst. Hij is volkomen gelukkig. Omdat wij Duitsers zijn en zo rijk zijn aan cultuurschatten’ (23 april 1938).

Door de verovering van Polen en vooral door de inval in de Sovjet-Unie was het aantal Joden onder Duitse jurisdictie enorm gegroeid. Het tot dan toe gebruikelijke beleid van emigratie, gettoïsering en terloopse uitroeiing door dwangarbeid en honger, sloeg vanaf de zomer van 1941 om in bewuste, doelgerichte eliminatie.

Op 31 juli 1941 kreeg de jonge en ambitieuze SS’er Reinhard Heydrich speciale volmachten om een nieuw beleid inzake de Gesamtlösung der Judenfrage in heel Europa te ontwikkelen. In de loop van de zomer en vroege herfst van 1941 inventariseerde Heydrich verschillende methodes van uitroeiing. De Jodenvervolging kwam door deze activiteiten in een stroomversnelling. Het precieze moment kennen we niet, maar naar alle waarschijnlijkheid nam Hitler in de zomer of vroege herfst van 1941 het besluit tot de Holocaust.

Blijkbaar was Goebbels uitstekend op de hoogte van het lot van de Joden. Op 26 maart 1942 begonnen de eerste massavergassingen in Auschwitz, en op 27 maart noteerde hij: ‘Uit het generaal-gouvernement [deel van Polen], te beginnen bij Lublin, worden de Joden naar het oosten afgevoerd. Er wordt gebruikgemaakt van een tamelijk barbaars en niet nader te beschrijven procedé, van de Joden zelf blijft weinig over. In grote lijnen zal zo’n 60 procent worden geliquideerd, terwijl nog slechts 40 procent aan het werk kan worden gezet. De voormalige Gauleiter van Wenen, die deze actie leidt […] gebruikt een procedure die niet al te veel opvalt. De Joden ondergaan een straf die weliswaar barbaars is, maar die ze ten volle hebben verdiend.’

De barbaarse behandeling van de Joden was ook een reden om de oorlog voort te zetten. Goebbels en andere nazi’s wisten heel goed dat hun bij verlies de doodstraf boven het hoofd hing. ‘Met name in het Jodenvraagstuk hebben we ons zo gecommitteerd dat er voor ons geen ontkomen aan is. En dat is ook goed. Een beweging en een volk die de bruggen achter zich hebben afgebroken, vechten veel hardnekkiger dan degenen die nog een uitwijkmogelijkheid hebben’ (2 maart 1943).

Goebbels was doodsbang voor oorlog. In de Tsjechische crisis van 1938 moest hij zichzelf voortdurend moed inspreken en ook in de zomer van 1939 stond hij op de rand van een zenuwinstorting. In de dagboeken komt een bijna profetische passage voor die een goede indruk geeft van Goebbels’ diepste angsten. Na een bezoek aan een ongeluk in de Berlijns U-Bahn noteerde hij op 29 december 1936: ‘De plek van de brand bezichtigd. Ziet er afschuwelijk uit. Een grote puinhoop. Je kunt je een voorstelling maken van hoe de toekomstige brand-, lucht- en gasoorlog eruit zal zien. Een gruwelijk visioen.’

Goebbels en Hitler klampten zich vast aan het concept van de Blitzkrieg, een snelle overwinning. De eerste triomfen in het voorjaar van 1940 hadden meer met toeval dan met planning te maken, maar het léék alsof het Duitse leger de sleutel tot de overwinning in handen had. Al in de zomer van 1941 bleek dat Rusland een maatje te groot was. Diep in hun hart wisten de legertop én de hoge nazi’s in de winter van 1941 dat de oorlog niet te winnen was.

Door het geallieerde overwicht in de lucht kwam de oorlog ook naar het thuisfront. Uit de dagboeken blijkt dat Hitler en Goebbels zich grote zorgen maakten over het effect op de Duitse bevolking: ‘De Führer kan niet tolereren dat de luchtoorlog op deze manier verdergaat. Wanneer het zo doorgaat, dan liggen over een halfjaar onze steden in puin, hebben we duizenden doden en zal het moreel van de bevolking te lijden hebben’ (9 maart 1943).

Na een bombardement op het Ruhr-gebied noteerde hij op 6 april 1943: ‘Uit berichten uit Essen blijkt dat de verwoestingen van de luchtoorlog niet alleen onze huizen en fabrieken verwoesten, maar ook het moreel van het Duitse volk. Hier staan ons ongehoord grote problemen te wachten.’ En op 5 juni 1943 sprak hij zelfs van ‘defaitisme in de schuilkelders’.

Tot woede van Hitler en Goebbels slaagde Hermann Göring, de minister van Luchtvaart, er niet in om het Duitse overwicht in de lucht te veroveren. Al vanaf de Slag om Engeland vocht de Luftwaffe met verouderde machines en liep deze een steeds grotere productieachterstand op. Het bombardement op Hamburg eind juli 1943 resulteerde in een vuurstorm. Dit maakte een verpletterende indruk: ‘We constateren hier de vernietiging van een miljoenenstad, zonder meer uniek in de wereldgeschiedenis. Dat plaatst ons voor problemen die nauwelijks te bevatten zijn.’ Tot in de laatste weken van de oorlog wond hij zich op over het wanbeleid van Göring én over de zwakte van Hitler dat hij Göring niet al veel eerder had ontslagen. Anders dan wel wordt gedacht waren de geallieerde bombardementen op Duitsland zowel militair als psychologisch buitengewoon succesvol en daarmee ook zinvol. 1943 was ook in veel andere opzichten het absolute rampjaar voor de nazi’s. In dat jaar verloren de Duitsers niet alleen de Slag bij Stalingrad, maar in juli ook nog de veel belangrijker Slag bij Koersk. Tevens raakte de U-Boot in het defensief, moesten de troepen zich uit Afrika terugtrekken en werd bondgenoot Mussolini in een paleisrevolutie aan de kant gezet.

Maar Hitler was ten einde raad. Hij kon alleen nog maar hopen op onenigheid tussen de geallieerden. Goebbels zag scherp dat de beide nieuwe grootmachten, de VS en de Sovjet-Unie, onvermijdelijk met elkaar in conflict zouden raken. In februari 1945 voorspelde hij al het ontstaan van een ‘IJzeren Gordijn’ midden in Europa. Maar de alliantie hield stand. De Koude Oorlog begon pas op 9 mei, één dag na de Duitse capitulatie.

Ondanks hevige twijfels bleef Goebbels zijn Führer trouw. Op 12 februari 1945 noteerde hij: ‘Ons gesprek vond plaats in de nog steeds volledig onbeschadigde grote werkkamer in de Neue Reichskanzlei; wij liepen door de koude donkere gang terug naar de woning van de Führer. Deze tocht maakte een verpletterende indruk. Het is aangrijpend om de innerlijke kracht en sterkte van de Führer te ervaren en te zien hoe hij zich door de puinhopen van de Reichskanzerlei beweegt. Ik ben ervan overtuigd dat de Führer de geschiedenis in zal gaan als de belangrijkste man van onze eeuw.’ Dat was inderdaad een zeer juiste constatering.

Nederlandse selectie

De dagboeken van Goebbels beschrijven de periode van 1923 tot en met 10 april 1945. Al kort na de oorlog waren enkele fragmenten bekend. Uit de puinhopen van de Reichskanzlei en de Sovjetarchieven kwamen steeds meer delen van het dagboek tevoorschijn. Via de DDR kwam een deel in handen van het Instituts für Zeitgeschichte (IfZ) in München. Zo ontstond een eerste vierdelige uitgave. In 1992 ontdekte Elke Fröhlich, medewerkster van het IfZ, dat in Moskou een integrale kopie aanwezig was. Goebbels had deze kopie zelf laten maken met het oog op een latere publicatie. Tussen 1992 en 2005 verschenen in totaal 29 delen. Deze uitgave is helaas zeer duur. In het Duits is een betaalbare vijfdelige selectie verkrijgbaar. In het voorjaar van 2011 publiceren Willem Melching en Marcel Stuivenga een Nederlandstalige selectie bij Bert Bakker.

Meer weten?

Literatuur
Onlangs verscheen een nieuwe biografie van Peter Longerich, kenner van het Derde Rijk: Joseph Goebbels. Biographie (2010). In het Engels is ook een recente biografie verkrijgbaar: Toby Thacker, Joseph Goebbels. Life and Death (2009). Psychologiserend, maar desondanks leesbaar is: Peter Gathmann en Martina Paul, Narziss Goebbels. Eine Biographie (2009).

Films
In 2010 verscheen in de Bondsrepubliek een omstreden film van Oskar Roehler over het maken van de beruchte film Jud Süss: Jud Süß – Film ohne Gewissen (2010). Zeer interessant is Das Goebbels-Experiment van Lutz Hachmeister uit 2005, een compilatie van oorspronkelijk filmmateriaal. In plaats van de gebruikelijke voice-overs en moraliserende deskundigen worden uitsluitend dagboeknotities van Goebbels voorgelezen.
In de film Der Untergang (2004) wordt op zeer indringende wijze de moord op de zes kinderen Goebbels door hun moeder Magda uitgebeeld.

Internet
Op YouTube zijn talloze films met Goebbels te zien. Ook zijn eigen producten, zoals het bioscoopjournaal, de Wochenschau, zijn op internet te zien. Television Under The Swastika is een interessante documentaire over de prille televisie. Een medium waar Goebbels veel in zag.
 

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit artikel op Historischnieuwsblad.nl is alleen toegankelijk voor abonnees. Met liefde en zorg werken wij iedere dag weer aan de beste historische verhalen door toonaangevende historici. Steun ons door lid te worden voor maar €4,99 per maand, de eerste maand €1,99. Log in om als abonnee direct verder te kunnen lezen of sluit een abonnement af.