Home BOEKEN: Het was kloteweer in augustus

BOEKEN: Het was kloteweer in augustus

  • Gepubliceerd op: 28 mrt 2013
  • Update 25 mei 2023
  • Auteur:
    Rob Hartmans

Volgend jaar zullen er ongetwijfeld veel boeken verschijnen die de aandacht vestigen op het feit dat het dan honderd jaar geleden is dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De Duitse journalist en kunsthandelaar Florian Illies heeft deze vloedgolf voor willen zijn, en kwam daarom met een boek over het laatste vredesjaar.

Helemaal origineel is dat natuurlijk niet, maar anders dan Virginia Cowles’ 1913. The Defiant Swan Song (1967) ziet Illies dat laatste jaar van ‘de lange negentiende eeuw’ niet als het einde van een tijdperk, maar vooral als de geboorte van iets nieuws. Ook dit is al eerder verteld, bijvoorbeeld door Modris Eksteins in zijn Rites of Spring. The Great War and the Birth of the Modern Age (1989). Maar in tegenstelling tot dat boek heeft Illies geen analyse of betoog willen schrijven; hij presenteert ons een collage.

Het boek bevat geen inleiding met daarin de vraagstelling of visie van de auteur, maar heeft twaalf hoofdstukken, genoemd naar de maanden van het jaar, waarin kortere of langere fragmenten zijn opgenomen met informatie over bepaalde figuren. Zo begint het met de elfjarige Louis Armstrong, die in de cel belandt omdat hij het vuurwerk wil opluisteren met wat revolverschoten, en eindigt het met de dagboeknotities van Arthur Schnitzler op 31 december 1913.

Daartussenin lezen we over de artistieke en relationele problemen van bekende cultuurdragers als Franz Kafka, Oskar Kokoschka, Thomas en Heinrich Mann, Pablo Picasso, Marcel Duchamp en Marcel Proust. Deze worden gelardeerd met opmerkingen over figuren die toen nog volstrekt onbekend waren, bijvoorbeeld Adolf Hitler en Jozef Stalin, die elkaar in januari 1913 in Wenen best eens gezien kunnen hebben. Daarnaast wordt de lezer nog getrakteerd op allerlei wetenswaardigheden en komt hij te weten dat in dat jaar het beroemde beeld van Nefertiti naar Berlijn werd getransporteerd, ecstasy werd uitgevonden en in Milaan de eerste Prada-winkel zijn deuren opende.

Aanvankelijk was deze lezer vol bewondering voor dit vuurwerk van eruditie, voor deze schijnbaar achteloze penseelstreken waarmee een fascinerend beeld van een voor de cultuur interessant jaar wordt geschilderd. Maar het ‘goh!’, ‘jee!’, ‘wauw!’ waarmee ik deze vuurpijlen gadesloeg werd al snel overstemd door de temerige stem van Hans Teeuwen, die ergens in mijn achterhoofd zijn sketch opvoerde van de vervelende puber die zijn leraar in de zeik neemt: ‘Boeihund! Interessááánt! Ga door! Ik hang aan je lippen!’

De meeste weetjes, zoals het feit dat op 10 juli in Californië de hoogste temperatuur tot dan toe werd gemeten of wie er allemaal op een bepaalde dag geboren zijn, kun je ook vinden als je op de Duitse Wikipedia-pagina de zoekterm ‘1913’ invult. En wat Illies vertelt over de vele artistieke types in dit boek, die in overgrote meerderheid wel uit het Duitstalige deel van Europa komen, is af en toe best lezenswaard.

Maar na verloop van tijd begon ik me toch te ergeren aan de volstrekte willekeur van wat Illies wel en niet vertelt. Waarom wel Georg Trakl en Franz Werfel, maar geen T.S. Eliot of Fernando Pessoa? Waarom wel Gottfried Benn en Ernst Jünger, en geen H.L. Mencken of Leon Bloy? Waarom wel Franz Marc en geen Piet Mondriaan? Waarom wel aandacht besteed aan het in 1910 verschenen The Great Illusion van Norman Angell, waarin werd betoogd dat een grote oorlog onmogelijk was geworden, en niet aan de uit 1911 daterende bestseller Deutschland und der nächtste Krieg van Friedrich von Bernhardi, die vond zijn vaderland best weer eens oorlog kon voeren?

Natuurlijk kun je niet alles behandelen, maar omdat Illies nergens aangeeft wat hij nu eigenlijk wil met dit werk, blijft de lezer zitten met de vraag wat hij ermee moet. Maar goed, onwillekeurig steekt hij toch het een en ander op uit dit boek, dat door zijn pretenties te verzwijgen zo pretentieus is.

Zo weet ik nu dat de openingszin van Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften onjuist is. In tegenstelling tot wat de auteur daar beweert was het in augustus 1913 namelijk kolereweer. Boeihund! Interessááánt!

1913. Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw
Florian Illies
319 p. Atlas Contact, € 24,95

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van nu. Lees de eerste maand met korting voor €1,99

Nieuwste berichten

Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Anton Mussert met zijn vrouw Rie tijdens een Hagespraak in Lunteren, 22 juni 1940.
Interview

Auke Kok: ‘Mussert had je buurman kunnen zijn’

Hij was eerzuchtig, brutaal en zonder empathie. Maar ook getalenteerd, dapper en eigenlijk best charismatisch. Anton Mussert krijgt van zijn biograaf Auke Kok een menselijk gezicht. ‘Ik heb de indruk dat zijn vader altijd over zijn schouder meekeek.’ Het begon met dozen vol brieven en ander persoonlijk materiaal van Anton Mussert. Ze lagen al jaren...

Lees meer
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Een Moor en een Europeaan schaken. Afbeelding uit het Libro de axedrez.
Nieuws

Middeleeuwse schakers keken niet naar status

Bij een middeleeuws potje schaak verdween sociale hiërarchie even naar de achtergrond. Eigentijdse manuscripten, schilderijen en schaakstukken laten zien dat schaakspelers van verschillende sociale en culturele achtergronden het op gelijke voet tegen elkaar konden opnemen, betoogt Cambridge-historicus Krisztina Ilko in vaktijdschrift Speculum. Volgens Ilko was schaken een manier om de sociale normen uit te dagen:...

Lees meer
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Een visser op een Romeinse mozaïek uit de tweede eeuw.
Recensie

Fik Meijer schrijft een liefdesverklaring aan de Middellandse Zee

Nog één keer maakt oudhistoricus Fik Meijer een reis naar de Middellandse Zee. In zijn jongste boek kijkt hij terug op een leven dat in het teken stond van de klassieke Oudheid. Melancholisch, in de rouw, vindt hij zo ook troost. ‘De zee! De zee!’ (‘Thalassa! Thalassa!’) riepen Griekse huurlingen toen ze in 400 v.Chr....

Lees meer
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
De moai’s op Rapa Nui (Paaseiland).
Nieuws

Ratten verwoestten de bossen op Paaseiland 

Een explosieve rattenpopulatie was de grootste factor voor het verdwijnen van de bomen op Paaseiland. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van archeoloog Carl Lipo en antropoloog Terry Hunt aan de universiteiten van Arizona en Binghamton.  Jarenlang werden vooral de eilandbewoners scheef aangekeken op de ontbossing. Zij zouden de boomstammen hebben gebruikt om hun beroemde beelden...

Lees meer
Loginmenu afsluiten