Home BOEKEN: Geschichte Deutschlands im 20. Jahrhundert, Die Büchse der Pandora. Geschichte des Ersten Weltkrieges

BOEKEN: Geschichte Deutschlands im 20. Jahrhundert, Die Büchse der Pandora. Geschichte des Ersten Weltkrieges

  • Gepubliceerd op: 27 aug 2014
  • Update 07 apr 2020
  • Auteur:
    Willem Melching

Duitsland stond aan de wortel van twee wereldoorlogen, pleegde afschuwelijke misdaden, was een gedeeld land, en experimenteerde met misdadige ideologieën zoals het nationaal-socialisme en het leninisme-marxisme. Tegelijk was Duitsland het meest ontwikkelde Europese land. Waarom ging het zo fout? Ulrich Herbert zoekt de oplossing in het begrip ‘moderniteit’. Net als andere landen was ook Duitsland getekend door grootschalige industrialisatie, urbanisatie, massificatie, massapolitiek en een bevolkingsexplosie. Maar waarom waren uitgerekend de Duitsers zo radicaal in hun oplossingen? Volgens Herbert lag dat vooral aan de extreme snelheid waarmee Duitsland veranderde. De industrialisatie van Groot-Brittannië voltrok zich over vele decennia. In Duitsland duurde hetzelfde proces nauwelijks 25 jaar.

Ik zou eraan willen toevoegen dat Duitsland over een gebrekkige politieke infrastructuur beschikte. Vanaf de eenwording in 1871 was er noch op centraal niveau, noch op Landes-niveau sprake van een behoorlijke scheiding der machten. Politieke partijen namen nauwelijks deel aan het regeringsproces en waren gericht op radicalisering en polarisatie in plaats van op compromissen en integratie. Landen als Groot-Brittannië en Nederland waren rond 1870 volwaardige constitutionele monarchieën, terwijl Duitsland nog worstelde met het budgetrecht en de status van de keizer. De veelbesproken persoonlijkheid van Wilhelm II was echt niet het probleem – onze koning Willem III was minstens even getikt. Het was zijn schemerige constitutionele positie die de problemen veroorzaakte.

Herbert is het best op dreef in de pagina’s over het Derde Rijk en de vroege Bondsrepubliek. Veel Angelsaksische en jongere Duitse historici zien Hitlers belofte van een ware Volksgemeinschaft als de sleutel tot de stabiliteit en populariteit van het Derde Rijk. Herbert moet daar niks van hebben; hij benadrukt de onderdrukking en de politieke repressie.

Pas in de Bondsrepubliek kregen de beste tradities van de Duitse geschiedenis eindelijk weer ruimte. Herbert geeft Adenauer de ereplaats die hij verdient. Al in oktober 1945 voorzag deze bejaarde visionair niet alleen de deling van Duitsland en Europa, maar ook de economische en politieke integratie van West-Europa. In de luwte van Wirtschaftswunder en Westintegration wist hij van Duitsland eindelijk een normaal land te maken. Maar of dit comfortabele gevoel van lange duur zal zijn, is volgens Herbert de vraag. Zijn we weer terug in 1913 met een verdeeld en instabiel Europa, waarin Duitsland zowel economisch als politiek met kop en schouders boven de rest uitsteekt? Eén ding is zeker anders: geen enkele Europese politicus ziet oorlog nog als een optie. Daarvoor waren de lessen van 1914-1918 te bitter.
 
Het Britse perspectief op de Eerste Wereldoorlog overheerst veelal. Het is daarom een welkome aanvulling dat Jörn Leonhard een accent op Duitsland legt, maar ook ingaat op de gebeurtenissen buiten Europa. Alleen daarom al is dit werk onmisbaar voor iedereen die zich serieus bezighoudt met de ‘oercatastrofe’ van de twintigste eeuw.

Veel aandacht krijgt de vraag wie verantwoordelijk was voor het bloedbad dat volgde op de aanslag van 28 juni 1914. Lange tijd was de stelling van Fritz Fischer dominant: Duitse ambities om Lebensraum te veroveren waren de diepere oorzaak. Dit is inmiddels een achterhaalde stelling. Fischer wordt bij Leonhard niet eens meer met naam genoemd.

Volgens de Engels-Australische historicus Christopher Clark waren de Europese politici ‘slaapwandelaars’. In feite sluit Clark daarmee aan bij de politici die meenden dat de oorlog hun als een natuurramp was overkomen. Leonhard laat zien dat het geen natuurramp was, maar mensenwerk. Hij zoekt niet naar schuldigen, maar vraagt zich af waarom niemand deze crisis in de kiem heeft gesmoord.

Het antwoord is ontluisterend: alle landen hadden een eigen reden om de oorlog aan te gaan en grote risico’s te nemen. Alle landen hadden offensieve plannen gebaseerd op massale mobilisatie, en die sloot geleidelijke escalatie bij voorbaat uit. Wanneer het eigen prestige in gevaar kwam, was oorlog een legitiem politiek middel. Dat de industrialisatie de oorlog tot een langdurig bloedbad zou maken, was de beleidsmakers wel degelijk bekend, maar ze waagden allemaal de gok.

Daar kwam nog bij dat de betrokken landen ervan overtuigd waren dat de potentiële tegenstander in enkele jaren te sterk zou zijn geworden. Daarom was haast geboden. Grote landen als Rusland en Duitsland namen uit politieke overwegingen het risico om een zwakke bondgenoot – Servië en Oostenrijk – een blanco cheque te geven, en achter de schermen deed Frankrijk er alles aan om de Russen te steunen. De traditionele hegemonist – Groot-Brittannië – was inmiddels te zwak om de anderen tot de orde te roepen. Er was geen vooropgezet oorlogsplan, maar de betrokken politici, diplomaten en vooral de militairen waren maar al te graag bereid een oorlog te riskeren.

Leonhard heeft een meesterlijk oog voor details, en zelfs de illustraties zijn verrassend origineel. Wie op zoek is naar het ‘bommen-en-granatenverhaal’ komt bedrogen uit. Hij geeft geen militaire details, maar plaatst elke veldslag in zijn maatschappelijke en politieke context. Wat was de impact op de samenleving? Hoe was de slag verknoopt met gebeurtenissen aan andere fronten? In een prachtig laatste hoofdstuk laat Leonhard overtuigend zien hoe de Eerste Wereldoorlog onze wereld voorgoed veranderde. Hij weet op fraaie wijze de grote lijnen te combineren met anekdotes en citaten uit tal van dagboeken en brieven.
 
Maat houden is nooit een Duitse deugd geweest. Dat blijkt wel uit de omvang van deze twee werken. Maar gelukkig zijn ze allebei buitengewoon interessant. Mocht u in de rugzak deze zomer slechts plaats hebben voor één boek, dan zou ik Leonhard aanraden – net iets rijker, verrassender en origineler.
 

Willem Melching is als historicus en Duitslandkenner verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
 
 
Geschichte Deutschlands im 20. Jahrhundert
Ulrich Herbert
1451 p. C.H. Beck, € 39,95
 
 
Die Büchse der Pandora: Geschichte des Ersten Weltkrieges
Jörn Leonhard
1157 p. C.H. Beck, € 38,00

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Begrijp het heden, begin bij het verleden: met HN Actueel lees je historische achtergronden bij het nieuws van vandaag. Je hebt al een abonnement voor €4,99 per maand.

Nieuwste berichten

Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Mohammed and paul once upon a time in tangier filmposter
Recensie

Mohammed & Paul: film over westers wangedrag in Tanger

Tanger was vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig een vrijhaven voor een westerse culturele elite. Onder hen veel homo’s, omdat in Tanger homoseksualiteit getolereerd werd. Vrijheid blijheid, maar de documentaire Mohammed & Paul: Once Upon a Time in Tangier laat de keerzijde zien.  De ‘mythe van Tanger’ wordt het wel genoemd: de gedachte dat de Marokkaanse stad een hippieparadijs was, waarin iedereen gelukzalig blowend in het paradijs leefde. Documentairemaker Nordin Lasfar, opgegroeid in Nederland als...

Lees meer
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Man draagt een hoofd in een kruiwagen, fotoshop negentiende eeuw
Interview

‘Trucage met foto’s was vermaak, geen manipulatie’

Het internet raakt door AI overspoeld met nepbeelden, maar de fototentoonstelling FAKE! in het Rijksmuseum laat zien dat fotomanipulatie zo oud is als de fotografie zelf. Zo komen er in de collectie beelden van vliegende auto’s en personen met absurd grote hoofden voorbij. Volgens curator en conservator Hans Rooseboom is er wel iets veranderd sinds...

Lees meer
Nederlandse SS-bewaakster
Nederlandse SS-bewaakster
Recensie

Nederlands personeel in concentratiekampen zag zichzelf als slachtoffer

De Nederlandse mannen en vrouwen die in de concentratiekampen werkten hadden dikwijls een problematische achtergrond. Toch waren de meesten geen gestoorde monsters, toont Hans de Vries.  In Amor fati (1946) schrijft Abel Herzberg over wat hij heeft gezien in Bergen-Belsen, het concentratiekamp waar hij met zijn vrouw gevangenzat. Een van de essays gaat over ‘blonde Irmy’, een SS-Aufseherin die door de gevangenen ‘de griet’ wordt genoemd. Een niet al...

Lees meer
Drie regenten van het Leprozenhuis
Drie regenten van het Leprozenhuis
Kopstuk

Door het vetorecht kon één dwarsliggende stad de hele Republiek lamleggen

Hongarije blokkeert EU-hulp aan Oekraïne door zijn veto uit te spreken. De overige lidstaten moeten daardoor op zoek naar een geitenpaadje om hun miljarden toch bij Zelenski te krijgen. In de achttiende eeuw zorgde het vetorecht in de Republiek ook voor bestuurlijke chaos. Begin achttiende eeuw gold in de Republiek op ieder politiek niveau –...

Lees meer
Loginmenu afsluiten