Home BOEKEN De fantoomterreur – Adam Zamoyski

BOEKEN De fantoomterreur – Adam Zamoyski

Jos Palm

Historicus en journalist

Gepubliceerd op: 27 mei 2015

Update 7 april 2020

Er heerste paniek in de beschaafde wereld. Sinds de bloedbaden die Robespierre en de jakobijnen aanrichtten en sinds de ‘buiten het menselijk ras’ opererende Napoleon leek niets meer veilig tussen hemel en aarde - de koningen niet, de constituties niet en de kerk niet. Er was crisis in Europa, die duurde van de Franse Revolutie tot en met de democratische revoluties van 1848. En eigenlijk was die daarna ook nog niet voorbij. Het gevoel bestond dat politieke sluipmoordenaars en gelijksoortig addergebroed elk moment konden toeslaan - wat incidenteel ook het geval was, met ook toen al zelfmoordterrorisme.


Dat gevoel werd aangewakkerd door staatsmannen, ideologen en fantasten. Zo schreef de Franse reactionair Joseph de Maistre dat ‘geen verstandig mens nog een nacht kon slapen zolang het fatale en absurde dogma van de volkssoevereiniteit’ voortduurde, en waarschuwde de Britse conservatieve politiek filosoof Edmund Burke voor ‘de walgelijke Franse pest’ en haar ‘verloederde soort barbarij’.

Deze halve eeuw moet voor Europa destijds minstens zo schokkend zijn geweest als de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw. Na 1945 moest men zich verhouden tot de nazibreuk met de geschiedenis, in de periode 1789-1848 moest men een plek geven aan de ‘vrijheidszwendel’ van de Verlichting en Revolutie, die eveneens werd ervaren als een cesuur in de tot dan toe voor geciviliseerd gehouden historie.

Want waarom moest in plaats van een vorst het volk aan de macht komen? Van zoiets kon enkel narigheid komen: jakobijnse en napoleontische plebsdictatuur en erger. Dat het een ‘etappe’ was in de ontwikkeling van een feodale staat naar een rechtsstaat, van knielende onderdaan naar meepratende burger, kon indertijd niemand zomaar zien.

Om kort te gaan: het was een periode vol verwarring en chaos, voer voor een historicus die de geschiedenis wil betrappen op cruciale tijdvakken. Zo’n historicus is de Engels-Amerikaans-Poolse Adam Zamoyski. Hij schreef eerder belangrijke boeken over de mislukte napoleontische veldtocht in Rusland en over het Congres van Wenen in 1815, het restauratieve antwoord van Europa op het monster Napoleon. Nu bekommert Zamoyski zich om de halve eeuw verwerking van de grote achttiende-eeuwse revolutie - en hij doet dat met de toewijding aan elk historisch feit die we van hem kennen uit zijn eerdere boeken, maar waarin de lezer weleens verdwaalt.

En wat blijkt: er werd tegen de nieuwlichterij geschreven. Bijvoorbeeld door de architect van de restauratie Metternich, die ‘een zondvloed van opstandige woorden’ voorzag die moest worden ingedamd. De vernieuwing werd voortdurend stiekem tegengewerkt, omdat de ‘gevaarlijke elementen’ nou eenmaal ook in het geniep werkten. De doos van Pandora - van Rousseau, Danton en Napoleon - moest hoe dan ook weer dicht, daartoe waren alle middelen geoorloofd. Daarom werd alles wat neigde naar wat men noemde ‘de filosofie’, waarmee de Franse narigheid vanaf Voltaire werd bedoeld, verdacht gemaakt.

Europa werd overspoeld met lekkere boekjes en schotschriften waarin werd beschreven hoe wulpse Franse danseressen de revolutie exporteerden, en waarin de brave Duitse vrijmetselaars alles ontwijdende gewetenloze schurken bleken te zijn. Helemaal ongelijk hadden de tegenschrijvers trouwens niet. Er bestond veel opgewonden gekkigheid aan de kant van de revolutionairen, bijvoorbeeld bij de Italiaanse politieke organisatie Carbonari, waar ingewijden als een soort Jezus van het kruis werden gehaald, helemaal klaar voor de rol van verlosser. Maar de verbale bestrijding van dit soort groepen stond geenszins in verhouding tot het werkelijke gevaar, schrijft Zamoyski.

Evenzeer over the top was de politionele reactie. In Frankrijk, Pruisen, het Oostenrijkse Habsburg en Groot-Brittannië ontstonden geheime diensten die alles wat zweemde naar foute opvattingen bespioneerden. Ze onderscheidden zich vanaf het begin door uitermate selectieve observatie en in de zogenoemde self fulfilling prophecy-waarneming die dit soort organisaties eigen is. Daarbij werden ze ook nog eens bemand door ongeschoolde amateurs, vaak uit de zelfkant van de samenleving.

‘Ik ben de grote minister van de Europese politiemacht, ik weet alles,’ schreef Metternich. En inderdaad, hij kon weten dat de dichter Lord Byron, aldus de rapporteurs, ‘buitensporig libidineus en immoreel was zoals alle Engelsen, en uit op vernietiging en bloedvergieten’, en dat de schilder Casper David Friedrich niet gewoon romantische jongens in Altdeutsche Tracht schilderde, maar samenzweerderige terroristen (Friedrich werd ook verhoord door het ‘inquisitoriale apparaat’, zoals Freiherr vom Stein het noemde).

Het hele systeem van de geheime politie, schrijft Zamoyski, ging uit van een eenzijdige voorstelling van de werkelijkheid. Er was een geprivilegieerde en een gedepriviligieerde kaste. Het goddelijke koningschap mocht een beetje worden bijgestuurd, maar niet wezenlijk worden aangetast door allerhande brutale bemoeials. Staat en politiek moesten het werktuig blijven van de bevoorrechte klasse en elite; het volk moest zich erbuiten houden. Het was alsof Metternich, Castlereagh en Talleyrand - respectievelijk de Oostenrijkse, Engelse en Franse topmannen van de restauratie -  niet verder konden kijken dan de bange neus van hun soevereinen lang was. Het leverde een vals paradigma op, dat in elk geval heel lang de geheime diensten regeerde. En dat terwijl er zich tussen pakweg 1800 en 1850 een achteraf begrijpelijk conflict van belangen en posities afspeelde in wat ooit zou uitmonden in een democratisch systeem.

Maar dat conflict werd aangezien voor kruit uit de doos van Pandora tegen de beschaving. De zittende machten, concludeert Zamoyski, leden aan zelfopgeroepen bijziendheid. Zijn boek is een leerzame waarschuwing voor partiële politieke blindheid.

De fantoomterreur. Revolutiedreiging en onderdrukking van de vrijheid 1789-1848
Adam Zamoyski
607 p. Balans
€ 27,50

Nieuwste berichten

Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Eustatius van Boulogne op het tapijt van Bayeux
Artikel

Gaf een koningsmoordenaar opdracht voor het Tapijt van Bayeux?

Op het Tapijt van Bayeux speelt graaf Eustatius van Boulogne een heldenrol. Maar volgens de kronieken was hij een lafaard – of erger. Liet hij het borduurwerk maken om zijn naam te zuiveren? In het British Museum wordt momenteel het Tapijt van Bayeux tentoongesteld. Het is een van de belangrijkste bronnen over de Slag bij...

Lees meer
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Allegorie op de Pacificatie van Gent. De Nederlandse Leeuw bewaakt het toegangshek naar de Hollandse Tuin met de zeventien provincies. Spaanse soldaten hebben de tuin omsingeld. Naar ontwerp van Adriaen Pietersz van de Venne, circa 1624.
Artikel

De Pacificatie van Gent was een verdeelde vrede

De Pacificatie van Gent wordt wel gezien als een eerste onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Katholieken en protestanten, steden en adel verenigden zich om de muitende soldaten van het Habsburgse leger het land uit te krijgen. Maar waren de ondertekenaars wel zo eensgezind? Op 8 november 1576 schalden de trompetten over de Botermarkt in Gent. Een...

Lees meer
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Japanse soldaten marcheren langs een Britse militaire post bij Shanghai, 1937.
Recensie

De Tweede Wereldoorlog transformeerde Azië

Voor Aziaten was de Tweede Wereldoorlog misschien wel ingrijpender dan voor Europeanen, bewijst sinoloog Hans van de Ven. Al langer klinkt er kritiek op onze nogal eurocentrische blik op de Tweede Wereldoorlog. De oorlog in China die in 1937 al begon, de hongersnoden in Bengalen en op Java en militaire operaties zoals het Japanse offensief...

Lees meer
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
VWO-leerlingen tijdens hun eindexamen, 8 mei 2026.
Opinie

Geschiedenisonderwijs dreigt staatsopvoeding te worden 

Geschiedenislessen in de bovenbouw van het middelbaar onderwijs zullen vanaf 2030 zijn gericht op het opvoeden van leerlingen tot goede burgers met bepaalde gewenste opvattingen. Dat wil tenminste de commissie die de concept-examenprogramma’s heeft opgesteld in opdracht van het ministerie van OCW. Het vak geschiedenis dreigt hiermee te verworden tot staatspedagogiek.  De concept-examenprogramma’s voor het...

Lees meer
Loginmenu afsluiten